De Wonderlijke Efteling Show ging in 2002 premiére met Hans Klok in de rol vna Magiër. Het was toen al bekend dat Hans Klok de rol van Magiër maar voor één jaar zou vervullen. In augustus heeft Christian Farla voor 1 middag de voorstellingen van Hans overgenomen. Toen was er al sprake dat Christian Farla de rol van Magiër wel eens over zou kunnen nemen in 2003. En inderdaad, een paar maanden later werd bekend dat hij in 2003 én 2004 als Magiër op zal treden in de Wonderlijke Eftelingshow. Ten opzichte van vorig jaar zijn er best veel dingen veranderd. Een voorbeeld hiervan is dat de grote illusies/trucs van Hans Klok als apart blokje tussen de twee shows zit, en die van Christian Farla in het verhaal verwerkt zijn. Hierdoor is het ook moeilijker om beide shows/Magiërs precies te gaan vergelijken, maar omdat beide shows dezelfde naam hebben en ook allebei De Gelaarsde Kat en Ezeltje Strek Je! Tafeltje Dek Je! Knuppel Uit de Zak! behandelen is een vergelijking toch wel op zijn plaats. Zo zal in onderstaande recensie ook her en der een verwijzing/vergelijking gemaakt worden met de 2002 show. In 'De Wonderlijke Efteling Show nader bekeken' zal wat verder ingegaan worden op beide shows.
De
Droomwei
Als
het doek van het Theater omhoog gaat, staat midden op het podium de Gelaarsde
Kat en rechts zit (slapend) in een holle boom de Kleermaker (uit Ezeltje
Strek je! Tafeltje Dek je!). Dan klinkt trompet geschal waardoor de
Kleermaker wakker wordt. Samen met de kinderen in de zaal worden de andere
sprookjesfiguren gewekt. Ze zijn een paar dagen op vakantie, en daarom
mogen ze een paar dagen logeren op de Droomwei. Terwijl ze dit zeggen komen
de sprookjesfiguren op. Hierbij valt gelijk op dat Sneeuwwitje
dit jaar een wel erg Disney-achtige jurk aan heeft en dat de Dwergen
helaas allemaal met hetzelfde rood/witte pakje rondlopen in plaats van
de kleurrijke kleding uit 2002. Op het moment dat iedereen het podium op
komt start de muziek van "Op de Droomwei":
Op
de Droomwei
Dit
noem ik pas een feest
ik spreek ook namens
Assepoes
dit is compleet iets anders
voor ons beide,
Hier is geen kaviaar,
alleen patat met appelmoes
geen trommen geen vervelende
lakeien.
Het baden in champagne heb
ik hier geen dag gemist
gewoon de koude kraan erop
dan voel je je verfrist.
Zo samen op een luchtmatras
dat is voor mij geluk
moeder
Geit wordt het spektakelstuk
Dit
is de plek waar heel 't sprookjesland elkaar ontmoet
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei.
Roodkapje
en de heks, de boze wolf het blauwe bloed,
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei.
De sprookjesprins gooit
hier alleen voor het plezier
z'n koninklijke remmen even
los
op de Droomwei, op de Droomwei,
van het grote Sprookjesbos.
(Disco/Dance achtig intermezzo)
Hier
ligt de prins van Asspoes te dollen met de heks
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei
dit is ook een idee voor
onze Maxima en Lex
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei
Hier heeft naast moeder
Geit, de wolf zich neergevlijd
voor een middagdutje op
het groene mos
op de Droomwei, op de Droomwei,
van het grote Sprookjesbos.
Als het nummer is afgelopen loopt de prins van Assepoester droevig naar voren en vraagt aan de sprookjesfiguren en het publiek of ze weten waar Assepoester is. Maar dan komt Hans aangelopen met iets in zijn hand. "Is dit niet haar glazen muiltje?" De Gelaarsde Kat hoort het, en komt met het idee om overal in de zaal te gaan zoeken. Maar dan blijkt de heks ook ineens te zijn verdwenen. De Gelaarsde Kat stelt voor, dat als de Heks Assepoester inderdaad heeft meegenomen, ze het beste de Magiër kunnen roepen. Hij is immers de enige die de Heks aan kan. De Kat vraagt of de kinderen willen helpen om de Magiër te roepen: "Magiër! Magiër! Magiër!" De Wolf suggereert dat Magiërs echt niet zomaar uit de lucht komen vallen en dat hij gewoon op de "Magiërs Vijfde Verdieping" zit. De bezoekers die vorig jaar de show ook hebben gezien, kunnen deze opmerking zien als een knipoog naar vorig jaar waar de Magiër wél uit de lucht kwam 'vallen'. Vervolgens drukt hij op de knop van de (lege!!) lift die tijdens "Op de Droomwei" op het podium is gezet. En ja hoor, de lift kom keurig van de vijfde verdieping, naar beneden. Als de lift is aangekomen op de juiste verdieping gaat de deur van lift langzaam open en daar staat ineens de Magiër. "Hey!!! Probleempje?!?" roept hij op een manier wat bijna iedereen gelijk aan de Heineken reclamespot doet denken.
De Magiër krijgt uitleg over wat er aan de hand is, en loopt naar een reeds klaargezet 'tafeltje/kistje' dat aan de voorzijde voorzien is van spijlen en aan de zijkant en gat heeft. Hierdoor steekt Christian Farla zijn hand om te laten zien dat deze leeg is. Maar dan haalt hij de deksel eraf en komt Assepoester tevoorschijn. Ze heeft dan nog haar lelijke werk kleding aan. Maar dit is natuurlijk geen probleem voor de Magiër. Hij laat Assepoester in een een hoepel met een kleed eraan staan. Hij haalt het doek omhoog en kort daarna laat hij het weer zakken, en Assepoester heeft haar goede jurk weer aan. Helaas ga de trucs niet met de snelheid die menig bezoeker reeds gewend was van Hans Klok, maar dat schijnt ook haast onmogelijk te zijn. Na de reprise van 'Op de Droomwei' neemt de Magiër plaats op een van de paddestoelen en begint te vertellen over het eerste sprookje.
De
Gelaarsde Kat
"Zeg, ben jij niet de Gelaarsde
Kat? Kennen jullie het sprookje van de Gelaarsde Kat? Hoe begint dat ook
alweer?" Zo begint dit sprookje. De kat helpt de Magiër met de inleiding
van het sprookje: "Er was eens een molenaar die zo arm was dat er na de
dood van zijn drie zoons alleen nog maar een molen overbleef een ezel en
ik een Kat." Dan begint het bij de Magiër te dagen: "Ja nu weet ik
het weer de oudste zoon kreeg de molen de tweede de ezel en de jongste
zoon Teun die kreeg de Kat. Maar wat moest die arme Teun toch beginnen
met een kat het is niet zo maar een Kat. De Gelaarsde Kat dat is een heel
slim dier." En dan dooft het licht bij de Magiër en wordt Teun in
de 'spotlights' gezet.
Ik
heb ze tuk
Het
is precies de man voor m’n kind.
Het is een spetter die me
verblind.
Hoe lijf in hem in?
Hoe krijg ik mijn zin, ‘k
weet best waaraan ik begin.
’t Is een meer dan goeie
partij, die man hoort bij mij.
die man moet erbij.
We
hebben beet, we hebben beet, we hebben beet,
zo’n rijke edelman voldoet
aan onze wensen.
Van alles wat hier gebeurt
heb ik geen weet,
waarom krijg ik toch zoveel
liefde van die mensen.
Die
speelt heus niet alleen, heeft ‘ie goud of heeft ‘ie geld,
bij adel wordt hoe ziet
zo'n man eruit ook meegeteld.
We hebben beet, we hebben
beet, we hebben beet,
kijk toch hoe schitterend
dit heerschap is gekleed.
Zie
je wel het is gelukt, het is gelukt. Zie je wel het is gelukt
heb ze tuk, tuk, tuk, tuk,
tuk, tukketukketukke tuk tuk tuk tuk tuk
tukketukketukke tuk tuk
tuk tuk tuk tukketukketukke tuk.
Nu alleen nog een paleis
heb ze tuk, tuk, tuk, tuk,
tuk, tukketukketukke tuk tuk tuk tuk tuk
tukketukketukke tuk tuk
tuk tuk tuk tukketukketukke tuk.
De Kat blijft na dit nummer nog even in de zaal zitten, als het volgende nummer gelijk al wordt ingezet "Maai maai". Dit lied heeft ook een hoog Disney gehalte. En daarmee doel ik op het 'mannenkoor' deel aan het einde van het nummer, dat erg doet denken aan de openingsnummers uit de wat oudere Disney Classics. Nadat het ensemble het refrein eenmaal gezongen heeft springt de Kat het podium op en vraagt de boeren en boerinnen of ze willen doen alsof al dat land toebehoort aan de Markies van Carabas. Dat willen ze blijkbaar wel want in het vervolg van het lied zingen ze onder andere:
Het
wuivende graan,
dat u ziet staan,
allemaal van de Markies.
Kleigrond
tot zand,
boompje of plant.
Al het wijngebied, dat is
zijn gebied.
Ver
in het rond,
vruchtbare grond.
Allemaal van de Markies.
Elk
gewas dat ik zaai,
al het koren dat ik,
Maai,
maai, voor de Markies,
zwaai zwaai, voor de Markies.
Maai maai voor de Markies,
die van Carabas.
Het nummer wordt 'onderbroken' door de grote monster, die ineens achter de Kat staat. Het decor ziet er ondertussen al uit als een kasteel. "Hoe haal je het in je kattekop om te zeggen dat de Markies van Carabas, de eigenaar van al dit land is." brult de boze tovenaar. "Het is van mij en van niemand anders, net als dit kasteel. Ook die boeren zijn bij mij in dienst."" Grapje," zegt de Kat heel voorzichtig, "weet u wel dat er overal in het land met veel bewondering over u gesproken wordt? Men zegt zelfs dat u een toverkracht bezit waar zelfs de Magiër niet aan kan tippen!
Kunt u dat eens laten zien?" "Natuurlijk", zegt de tovenaar, "Let op, daar komt ie." en hij loopt naar de achterkant van het decor waar hij door een deur gaat, terwijl er door de deur ernaast een leeuw komt. "Ik ben veranderd in een leeuw. En niet Loekie de Leeuw! Ik heb het slecht met je voor katertje, het is zaterdag, kattedag! Ik eet je op met huid en haar. De wat wilde muziek stopt ineens, en ook de Leeuw kijkt wat verwonderd om zich heen, "Asjemenou!?! Nou, wat vond je ervan?" De Kat die ondertussen bijna compleet gevloerd was door de Leeuw moet toch toegeven dat dit niet niets is: "Wat zou die Hans Kazan jaloers zijn! Maar eeuhh kunt u zich ook veranderen in iets kleins een muis bijvoorbeeld?" De Leeuw loopt al naar het tafeltje waar hij eerder als gewone Tovenaar vanaf stapte. "Een muis? Dat doe ik met mijn pink!" De Leeuw zit reeds op het tafeltje en doet de kap erover en binnen een paar tellen is hij verdwenen, het enige wat nog op de tafel ligt is een... muis! "Ik heb ze tuk, ik heb ze tuk!" roept de Kat. De Kat heeft de muis nog maar amper opgepeuzeld of daar komen de eerste gasten al. De Kat stelt hen keurig voor aan de Koning en zijn dochter die hiervan hevig onder de indruk is. "Zou het niet prachtig zijn," oppert de Koning, "als u, als kroon op dit alles, mijn dochter tot de uwe zou maken?" "Majesteit," antwoord de Markies, "ik kan alleen maar zeggen... Ja! ik wil!" en hierna begint alweer het laatste nummer van dit sprookje: "Leve de Markies van Carabas".
Leve
de Markies van Carabas
Had
je mij ook willen trouwen als ik niet zo'n mooi kasteel,
en niet al die landerijen
had gehad?
Had je mij ook willen trouwen
als ik hooguit maar een deel,
van hetgeen dat ik nu bezit
bezat.
Echt
ook als jij geen prinses geweest was zou ik ook alleen,
enkel alleen ook maar met
jou hier willen staan.
Ook al ben je dan Markies,
toen ik je zag wist ik meteen,
ook al heeft die man geen
cent, ik durf het aan.
Alleen
met jou, alleen met jou,
met niemand anders zou ik
zoiets doen.
Alleen met jou, alleen met
jou,
alleen met jou.
Leve
de Markies van Carabas
leve onze dienaar de Gelaarsde
Kat.
Zing het bruidspaar toe
en hef het glas,
was er ooit een paar dat
zo heeft liefgehad.
Het moet geen betoog, zij
leven hoog!
Sneeuwwitje
Dudududu du B-L-IJ
Mijn
rechterhand is blij,
mijn linkerhand is blij.
Ik steek ze in de lucht
en schut met allebei.
Een hele grote lach
maakt een hele blije snuit.
We dansen in de rondte
en we maken veel geluid
We
zijn zo blij, blij, blij
Blij, blij, blij,
Ik voor jou
en jij voor mij.
In
de morgen ben ik blij
met de bloemen in de wei.
In de middag schijnt de
zon
en die staat alleen voor
mij
In de avond eet ik veel
m'n hele buikje vol
Dan ga ik lekker slapen
ik ben moe van al die lol
We
zijn zo blij, blij, blij
Blij, blij, blij,
Ik voor jou
en jij voor mij.
Dudududu du B-L-IJ
Mijn
rechterhand is blij,
mijn linkerhand is blij.
Ik steek ze in de lucht
en schut met allebei.
Een hele grote lach
maakt een hele blije snuit.
We dansen in de rondte
en we maken veel geluid
We
zijn zo blij, blij, blij
Blij, blij, blij,
Ik voor jou
en jij voor mij.
Tafeltje
Dek Je, Ezeltje strek je!
Terwijl
dit liedje aan de gang is, zijn Rigobert en Sherida het huisje van hun
vader, de kleermaker, binnen gelopen. Ze zitten daar wat te spelen met
lappen stof. De kleermaker loopt naar het geitje en vraagt of ze vandaag
genoeg heeft kunnen grazen. De geit verteld dat ze geen van beide kinderen
heeft gezien om haar te laten grazen: "Het was vandaag de buurt aan uw
dochter Sherida om me te laten grazen. En gisteren, gisteren was het de
beurt aan uw zoon Rigobert, maar denk maar niet dat ik ze gezien heb! Nee
ik heb mooi honger staan lijden." De kleermaker vraagt zich af hoe dit
toch mogelijk is, hij heeft zijn kinderen nog zo op het hart gedrukt dat
ze goed voor de dieren moeten zijn. "Kip! help jij geitje even bij het
grazen?" vraagt de kleermaker. En samen met de kip gaat het geitje naar
een stukje grasland. "Stelletje labbekakkers, nu zit het me tot hier! Nu
is er wéér niemand met de geit uit geweest. Luie donders
die jullie zijn." zegt de kleermaker tegen zijn kinderen, die het totaal
niet met hem eens zijn. "En nog liegen ook? Ik gooi jullie mijn huis uit.
Je ziet maar dat je je eigen boterham kunt verdienen, ga maar een vak leren!
Rigobert wordt jij maar meubelmaker. En Sherida... wordt jij maar molenaar.
Ik heb genoeg van jullie. Stelletje hooligans! Dat noemt zich dierenvrienden.
tsss!" "Zo lief geitje," vervolgt de kleermaker, "je zult nu wel genoeg
hebben voor een paar dagen." "Genoeg, genoeg??" zegt het geitje, "Hoe had
ik mijn buikje moeten vullen, er was geen gras om van te smullen!" De kleermaker
schrikt hier een beetje van en vraagt: "Geen gras?" "Nee, het leek de ArenA
wel!" antwoord het geitje. De kleermaker krijgt nu argwaan, want hij heeft
het geitje zelf zien grazen. Zou hij zijn kinderen dan voor niets het huis
uit gegooid hebben?! Hij beseft wat er gaande is en stuurt het geitje weg,
en wil het nooit meer zien.
Dan komt Hans Klok op. "En zo begint het verhaal dat in de wereld bekend is geworden als het sprookje: 'Tafeltje dek je! Ezeltje strek je!' Kijk daar zie je zoon Rigobert die meubelmaker is geworden." De oude meubelmaker, die Rigobert het vak heeft geleerd komt naar voren met een tafeltje. "Een tafeltje? Wat moet ik nou met een tafeltje?" vraagt Rigobert. "Ik zei toch dat het een heel bijzonder tafeltje is. Het is een Tafeltje dek je!. De eerste keer heb je de Magiër nodig, maar daarna kan iedereen het. O! daar is hij al" zegt de oude meubelmaker. Hans Klok vraagt of het om dat tafeltje gaat. Zoon Rigobert knikt. "Dat is een koud kunstje", gaat Hans Klok verder, "dat is het eerste wat ik van Harry Potter heb geleerd. Ja! ik heb 2 jaar bij hem op school, Zweinstein, gezeten. Ik heb trouwens een paar boeken over hem geschreven, maar dat was niet zo'n succes." "Maar goed," gaat Hans verder, "ik heb de hulp nodig van alle kinderen. Willen jullie me helpen?" uit de zaal komt een twijfelachtig 'ja'. Hans speelt er goed op in en vraagt het nogmaals, waarbij hij de handen bij zijn oren houd om aan te geven dat hij het goed wil horen. Een overweldigend 'JA!' is het gevolg. "Goed," vervolgt Hans, "Als ik het zeg, blazen we allemaal naar de tafel. Blazen, blazen." Ondertussen kijkt Hans de zaal in, en negen van de tien keer wijst hij dan naar iemand op de eerste rij en zegt: "Niet spugen hè!" Het blazen heeft geholpen want het tafeltje begint te zweven. Als hij het tafeltje heeft terug gezegd zegt hij: "En da's géén IKEA! Trouwens, over IKEA gesproken, er zit garantie op. En elke keer als je zegt 'Tafeltje Dek je' dan dekt de tafel zich vanzelf." Rigobert is dolblij met zijn nieuwe aanwinst en wil het gelijk aan zijn vader laten zien. Maar dat plan wordt ruw verstoort als er plots een dief op het podium staat, én het tafeltje te pakken heeft. Rigobert probeert nog om de dief te pakken, maar dat lukt niet. Hans, die nog steeds op het podium staat heeft een idee, hij pakt een zwaard en zegt: "Ik ga deze dief eens middeleeuws afstraffen." Waarna een bijna duivelse lach te horen is. Met het stroboscope-effect is heel mooi te zien dat Hans achter de dief aan zit. Als ze beide in de coulissen staan is in de zaal een harde gil te horen. Al snel is te zien waar dat vandaan komt, de gehalveerde dief loopt over het podium, gevolgd door Hans met z'n zwaard.
Het verhaal gaat verder met dochter Sherida die reeds met de molenaar zelf op de molen staat. Ze is erg trots op Sherida die alle geheimen van het molenaarsvak snel onder knie heeft gekregen. Als beloning krijgt ze een ezel. Voor Sherida is dat toch een kleine tegenvaller, ze wil graag zelf een molen hebben. en om daar voor te sparen had ze gehoopt op iets anders dan een ezel, al was het maar één goudstuk. "Maar dit is geen gewone ezel," antwoord de molenaar, "loop maar even om dan laat ik het je zien. Met deze ezel krijg je geen kleine bijdrage, maar een hele molen, het is een Goudezel. Als je zegt 'Ezeltje strek je' dan rollen er van achteren goudstukken uit." Sherida vindt het maar een vreemd verhaal. De molenaar wil het wel even laten zien, maar bedenkt zich, dat het beter is om het gelijk door Sherida te laten doen, en ze legt uit wat ze moet doen. "Nou, het zou mij benieuwen!" Ze houd de staart omhoog en zegt: "Ezeltje strek je!" En warempel, er komen inderdaad goudstukken uit. Een leuk detail is dat dit gepaard gaat met het geluid van een gokapparaat. In de molen zie je ook een fruitmachine staan en knipperen alle lampjes alsof de jackpot is gevallen. Sherida is door het dolle heen en vraagt zich af "Wat zou m'n vader hier van vinden? Wat zou mijn vader vinden van het vak?"
Wat
zou mijn vader vinden van het vak,
mijn hele ziel mijn hele
zaligheid,
Wat zou mijn vader vinden
van het vak,
van mijn keus, voor altijd
Wij,
wij gaan nu vlug,
naar vader terug,
eens zien wat hij zegt.
Hij, hij heeft ons ooit,
het huis uit gegooid,
maar meende het niet echt.
Zou
hij niet trots zijn dat ik hem nu alle soorten meubels geven kan?! (Rigobert)
Zou hij niet trots zijn
als hij hoort dat ik al molenaar door het leven kan?! (Sherida)
Wat
je ook doet,
je moet er blij mee zijn,
want je moet dat levenslang.
Wat je ook kiest je moet
er vrij in zijn,
je verliest onder dwang.
(Danssolo)
Wat
je ook doet,
je moet er blij mee zijn,
want je moet dat levenslang.
Wat je ook kiest je moet
er vrij in zijn,
je verliest onder dwang.
Wees niet bang!!!
Tijdens dit lied staan een paar meubelmakers achter in de hoek van het podium om halverwege het nummer naar voren te komen en te dansen. Het leuke hierbij is dat een complete lichtinstallatie naar beneden komt, waardoor het geheel een disco-achtige uiterlijk krijgt. De lasers schijnen op de discobollen, waardoor door de gehele zaal overal groene puntjes te zien zijn. In dit nummer zit ook een 'break' meestal geeft een van de dansers een danssolo. Dit nummer is qua muziek ook het meest van deze tijd, wat overigens niet wil zeggen dat het er niet in past, in tegendeel zelfs. Als het nummer is afgelopen komt de kleermaker blij uit zijn woonwagen, omdat zijn zoon en dochter weer terug zijn. Beide leggen uit van er van hen is geworden en wat ze als beloning hebben gekregen. "Dat wil ik met eigen ogen zien," zegt de kleermaker, "en ik niet alleen, ik laat alle gasten hier op de Droomwei er van mee genieten." Hij loopt naar de andere woonwagens en klopt/slaat hard op de wagens om de gasten wakker te maken. Als alle sprookjesfiguren uit hun wagens zijn gekomen verteld de kleermaker wat er precies aan de hand is, "Koninklijke hoog en laagheden, mijn zoon heeft een tafeltje die zich zelf dekt met de heerlijkste gerechten." "Hef allemaal het glas," vervolgt Rigobert "en zeg samen met de kinderen van de Efteling: Tafeltje... dek je!" Onder luid geschreeuw van alle kinderen is achter op het podium te zien hoe zwevende gerechten (met een zwart doek als achtergrond) op de tafel terecht komen. Door een 'blacklight'-effect wordt bijna alles zwart/onzichtbaar, behalve de fellere blauwe, rode, gele en natuurlijk witte kleuren. De kleren van de sprookjesfiguren zijn hier speciaal op gemaakt want nu pas zijn de felle kleuren te zien, die je met normaal licht niet ziet. Nadat het Tafeltje gedekt is en de sprookjesfiguren weer op weg zijn naar hun woonwagens, roept de kleermaker hen terug. "Niet weg gaan, niet weg gaan! Mijn dochter heeft ook iets, een goudezel" De sprookjesfiguren willen dan wel eens weten wat dat mag zijn. "Dat is een ezel waarvan achter, op commando, goudstukken komen," antwoord Sherida terwijl ze alvast naar de molen loopt. Als ze boven is aangekomen dan haalt ze de staart van de ezel omhoog en roept (samen met de kinderen van de Efteling) "Ezeltje strek je!". Maar er komen geen goudstukken, alleen het geluid van een scheet, en dus veel stank. De sprookjesfiguren van de Droomwei zijn hier natuurlijk niet voor uit hun bed gekomen en zingen:
Hou
je geintjes voortaan voor je, wij staan hier nu mooi voor aap.
Kijk een sprookjesprins
die hoor je niet te storen in z'n slaap.
Hans en Grietje en Roodkapje
zeggen hier bij simpelweg,
hou ons niet meer voor het
lapje, laat me leggen waar ik leg.
Sherida moet verschrikkelijk huilen, omdat haar ezel het niet meer doet. Rigobert probeert haar op te vrolijken en zegt: "Ach, daar boven is natuurlijk niet genoeg te eten." De kleermaker heeft ineens een goed idee, "laten we hooi gaan verzamelen, misschien willen onze gasten en de kinderen van de Efteling wel helpen zoeken." Terwijl de kinderen de (voor de show in de zaal verstopte) hooibalen naar de molen brengt, speelt Sherida een klein spelletje met het publiek; wie kan er het hardst schreeuwen en wie kan het hardst applaudisseren. Nou dat hoef je de kinderen geen tweede keer te vragen. Een oorverdovend gegil en geschreeuw is het gevolg. Als alle hooibalen bij de molen staan zegt Sherida: "Zo ezeltje, ga maar lekker achter de molen staan, dan kun je rustig eten. De kinderen hier in de Efteling zullen vast wel goed voor je zorgen." "Tja," zegt de kleermaker, "We kunnen natuurlijk niet blijven sjouwen. Als die ezel daar op het balkon blijft, dan komt die om van de honger, en is onze goudmijn op vier poten mooi naar de knoppen." Rigobert weet echter wel beter, en verteld dat de ezel naar beneden komt. Ze zijn immers in de Efteling, "ooit gehoord van een vliegend tapijt?" En ja hoor, daar komt de ezel (begeleid op een oosterse melodie) op zijn tapijt naar beneden. Ook in deze scène wordt weer gebruik gemaakt van het 'blacklight'-effect. Als de ezel beneden is aangekomen probeert Sherida nogmaals wat goudstukken te krijgen. En ditmaal lukt het wel, en ook deze keer doet de 'fruitmachine/gokmachine' in de molen haar dienst. "Nu ben ik heel rijk" zegt Sherida, "laat allemaal je mooiste kleding zien. Want ik heb een prachtig cadeau, we gaan er een feest van maken!" Op het podium staan dan reeds 2 lichtgevende "cadeaus". En dan wordt het slotnummer ingezet, waarbij iedereen nogmaals op het podium verschijnt. De gasten op de Droomwei op het podium, de overige dansers van het Holland Show Ballet (in het roze gestoken) op de eerste rij pakjes, die langzaam uit de vloer komen.
Als
je zo een ezel in de wei hebt staan,
weet je dat je aardse zorg
voorbij zal gaan.
Altijd vol op centjes,
nooit meer die momentjes,
van hoe knoop ik de eindjes
aan elkaar.
Maar
je kunt dit leven ook wel zonder geld,
geld maakt niet gelukkig
wordt verondersteld.
Vaak kun je met dromen,
heel wat verder komen,
maak die dromen hier vandaag
dus waar.
('Pardoes-illusie')
In
de Efteling voelt iedereen zich rijk,
miljonair, miljardair.
Wie de Efteling betreed
voelt zich gelijk,
miljonair, miljardair.
Of
een toverstaf, jou vleugels gaf,
nee zo'n dagje hier neemt
niemand je meer af.
Het geldt voor boven en
voor onder de Moerdijk,
in de Efteling, in de Efteling
voelt iedereen zich rijk.
In
de Efteling voelt iedereen zich rijk,
miljonair, miljardair.
Wie de Efteling betreed
voelt zich gelijk,
miljonair, miljardair.
Of
een toverstaf, jou vleugels gaf,
nee zo'n dagje hier neemt
niemand je meer af.
Het geldt voor boven en
voor onder de Moerdijk,
in de Efteling, in de Efteling
voelt iedereen zich rijk.
Tijdens dit nummer (na het eerste refrein) komt Hans Klok nogmaals op met een grote kar. Samen met de wolf kantelt hij de kist die erop staat, en iedereen kan zien dat het leeg is. De kist wordt weer terug gezet en als deze dan opengaat komt niemand minder dan Pardoes tevoorschijn. Voor de kleine kinderen is natuurlijk een geweldig moment, je hoort het ook de reacties. Hans rijdt de kar weer van het toneel waarna het lied verder gaat. Even later komen de zanger, zangeres, de beide assistentes en natuurlijk Hans Klok voor de laatste maal op om een hartelijk applaus in ontvangst te nemen. En met deze 'Grand Finale' is er een eind gekomen aan de Wonderlijke Efteling Show.
De
"Wonderlijke Efteling show" nader bekeken
Dat
de Magiër vervangen is, dat is wel duidelijk. Zoals gezegd zit er
een groot verschil in beide heren en assistentes. Natuurlijk zijn de trucs
van Hans Klok spectaculairder, maar dat kan ook niet anders gezien de vorm
van de show. Maat afgezien van het illusieblokje tussen de twee sprookjes
zijn er toch een paar andere punten waar het verschil duidelijk te zien
is. Aan één daarvan wordt ook gerefereerd in de show. Wie
zou de Wolf anders bedoelen bij de tekst: 'Magiërs komen niet uit
de lucht vallen'?
Ten
opzichte van vorig jaar is er een extra zanger/acteur toegevoegd aan de
cast: Bennie den Haan bekend uit Goede Tijden Slechte Tijden. En eerlijk
gezegd is dit totaal géén succes. Na de show ettelijke keren
gezien met Bennie in de rol van Teun/Rigobert, zou je haast het idee krijgen
dat hij er geen plezier in heeft om te acteren/zingen. Waar alle andere
heren met hun eigen stem praten en zingen, daar doet Bennie elke keer een
stemmetje voor Teun, wat nogal kinderachtig overkomt. Ook staat hij erbij
als een zak aardappelen. En dat is erg jammer, en valt misschien vooral
op omdat de rest van de cast juist heel actief meespeelt.
Foto's: