Op de Droomwei (inleiding)
Gelaarsde Kat:
Als dat niet de kleermaker
is uit Tafeltje Dek Je! Ezeltje Strek Je! Ssssssssst
ik ga hem waker maken.
-Trompetgeschal-
Gelaarsde Kat:
Hé kleermaker wakker
worden, we gaan beginnen iedereen is er al en jij ligt hier nog te slapen.
Kleermaker:
Gelaarsde
Kat ik had het kunnen weten, wat heb je me laten schrikken.
Gelaarsde Kat:
Kom op dan gaan we naar
de droomwei.
Kleermaker:
Maar iedereen slaapt nog.
Gelaarsde Kat:
Nou dan gaan we ze met z’n
alle waker maken, doe maar mee wakker worden!!
Dat kan veel harder!!
Zaal:
Waker worden!!
Kleermaker:
Willen jullie weten wie
er allemaal zijn?
Gelaarsde Kat:
Allemaal sprookjes figuren
ze zijn een paar dagen gezellig samen op vakantie op de Droomwei van het
grote Sprookjesbos hier in de Efteling.
Kleermaker:
Roodkapje
is er, en de Moeder van de Zeven Geitjes, de
Boze Wolf, die is vegetariër geworden en nu de dikste maatjes met
moeder geit ze zijn op mekaar.
Gelaarsde
Kat:
En dan hebben we nog Klein
Duimpje en de Heks.
Kleermaker:
En Sneeuwwitje
en haar Zeven Dwergen
Gelaarsde Kat:
En Hans
& Grietje
Kleermaker:
En de Prins en zijn prachtige
Assepoester.
Gelaarsde Kat:
Zijn er allemaal kijk daar
komen ze!
Op de Droomwei
Dit noem ik pas een feest
ik spreek ook namens
Assepoes
dit is compleet iets anders
voor ons beide,
Hier is geen kaviaar,
alleen patat met appelmoes
geen trommen geen vervelende
lakeien.
Het baden in champagne heb
ik hier geen dag gemist
gewoon de koude kraan erop
dan voel je je verfrist.
Zo samen op een luchtmatras
dat is voor mij geluk
moeder
Geit wordt het spektakelstuk
Dit is de plek waar heel
't sprookjesland elkaar ontmoet
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei.
Roodkapje
en de heks, de boze wolf het blauwe bloed,
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei.
De sprookjesprins gooit
hier alleen voor het plezier
z'n koninklijke remmen even
los
op de Droomwei, op de Droomwei,
van het grote Sprookjesbos.
(Disco/Dance achtig intermezzo)
Hier ligt de prins van Asspoes
te dollen met de heks
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei
dit is ook een idee voor
onze Maxima en Lex
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei
Hier heeft naast moeder
Geit, de wolf zich neergevlijd
voor een middagdutje op
het groene mos
op de Droomwei, op de Droomwei,
van het grote Sprookjesbos.
Prins:
Assepoes Assepoes waar ben
je? Hebben jullie Assepoester gezien net was ze er nog. Assepoes!!
Hans:
Hé is dit niet haar
glazen muiltje?
Prins:
Oh, lieve assepoes waar
ben je?
Gelaarsde Kat:
Laten we allemaal gaan zoeken,
Sneeuwwitje
kijk jij daar en Roodkapje ga jij de zaal
maar in.
Klein Duimpje:
De heks! Misschien heeft
de heks Assepoester meegenomen!
Gelaarsde Kat:
Klein Duimpje heeft gelijk
als de heks dit gedaan heeft denk ik dat we beter de magiër kunnen
roepen, misschien kan hij ons helpen met zijn toverkracht. Hij is de enige
die het van de heks kan winnen. Jullie kunnen heel hard roepen heb ik net
gehoord, doen jullie mee? Magiër, Magiër Magiër!
Wolf:
Denken jullie dat Magiërs
zomaar uit de lucht komen vallen? Die zit gewoon boven Magiërs vijfde
verdieping!!
-de lift wordt geactiveerd-
Gelaarsde Kat:
Vijf, doe maar mee vier,
drie, twee, een.
-Magiër komt op-
Magiër:
Hé probleempje?!?
Gelaarsde Kat:
Magiër wat goed dat
u er bent.
Prins:
Mijn assepoester is verdwenen
de heks heeft haar meegenomen, kunt u haar terug halen?
Magiër:
Wéér die heks?
Het zijn ook altijd dezelfde. Nou ik weet wel wat. Allemaal aan de kant.
Prins:
Assepoes wat is er met jouw
gebeurd? Wat heeft die heks met je gedaan?
Magiër:
Dat los ik ook wel eventjes
op ik ben er nu toch. Waar een beetje magie al niet goed voor is.
Op de Droomwei (reprise):
Op de Droomwei, op de Droomwei,
van het grote Sprookjesbos.
Gelaarsde Kat:
Er was eens een molenaar
die
zo arm was dat er na de dood van zijn drie zoons alleen nog maar een molen
overbleef een ezel en ik een kat.
Magiër:
ja nu weet ik het weer de
oudste zoon kreeg de molen de tweede de ezel en de jongste zoon Teun die
kreeg de kat. Maar wat moest die arme Teun toch beginnen met een kat het
is niet zo maar een kat. De gelaarsde kat dat is een heel slim dier.
Teun:
Oooh lieve kat m'n egotistische
broers hebben me het huis uit geschopt en nu ben jij het enige levende
wezen dat me lief is.
Gelaarsde Kat:
Maar baas dat is toch geen
enkele reden om treurig te zijn jij bent altijd goed geweest voor mij nu
is het mij beurt om goed te zij voor jouw ik ga je rijk maken we gaan op
reis volg me.
Teun:
Volg me? Hier door die konijnen
keutels? Bah! vies!
Gelaarsde Kat:
Wat nou Bah! vies? Roep
liever hoera want die konijnen keutels betekenen dan we vlak bij een konijnen
hol zijn, had jij geen wortel bij je?
Teun:
Ja maar die wil ik houden
voor als ik honger krijg.
Gelaarsde Kat:
Wat is nou lekkerder een
wortel of een konijn, ik denk toch wel een… konijn?
Alstublieft, meneer wordt
op zijn wenken bediend daar kan geen frikadel tegen op.
Teun:
ja ja kom eens bij baasie
dan ja wat is er dan he. Kielle, kielle, kielle. Hé hoor eens? Wat
is dat?
Lakei:
Voorwaarts mars!!
Gelaarsde Kat:
De koninklijke garde komt
eraan de wacht voor het paleis moet afgelost worden laten we gaan kijken.
Ik krijg me daar toch een kanjer van een idee.
Koning:
Volgens de wet moet ik je
laten opsluiten wegens orde verstoring maar volgens mijn hart moet ik je
een goudstuk geven omdat je me zo hebt geamuseerd, wat doen we kinderen
gevangenis of goudstuk?
zaal:
GOUDSTUK!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Koning:
Een goudstuk dus alsjeblieft.
Gelaarsde Kat:
Voor wat, hoort wat kijk
eens wat ik voor je heb majesteit namens mij meester de Markies van Carabas.
Koning:
Wat een leuke verassing
wilt u uw meester hartelijk danken en zeggen dat ik hem met vreugde zal
op peuzelen.
Gelaarsde Kat:
Mijn meester op peuzelen?
Koning:
Nee kat, z'n konijn natuurlijk.
Gelaarsde Kat:
Ik zal hem danken en hem
ook namens u hartelijke groeten. Zo en nou moet ik Teun op scharrelen want
de grote reis gaat beginnen. Teun, Teun waar ben je! Kom tevoorschijn.
Teun:
Hier ben ik.
Gelaarsde
Kat:
Teun we gaan op pad want
ik heb een fantastisch plan
-lasereffecten-
Gelaarsde Kat:
Ik moest je nog hartelijk
bedanken van de koning.
Teun:
Mij danken van de koning.
Gelaarsde Kat:
Mmmja. Hij zei: "Wilt u
uw meester hartelijk danken voor het konijn."
Teun:
Nou ik snap er niets van.
Gelaarsde Kat:
Dat hoeft ook tenminste
niet nu als je het straks maar begrijpt. Pas op het is glad hier. Durf
jij te glijden?
Teun:
Nou nee ik ben geen kat
jullie komen altijd op je pootjes terecht. Let goed op hoe ik dat doe.
Gelaarsde Kat:
Kom op baas laat je niet
kennen, kijk mij nou ik lijk wel een kat dat had je gedacht katten zijn
veel slimmer dan mensen. Ik heb alweer iets bedacht om jouw rijk te maken
kleed je uit en ga zwemmen,
Teun:
Kleed je uit en ga zwemmen?
Maar ik heb geen zwembroek bij me.
Gelaarsde Kat:
Nou en dacht je nou echt
dat de kinderen in de Efteling zitten te wachten op jouw blote billen?
Nee toch kinderen?!?
zaal:
Nee!!!!!!!!!! (en een enkele
ja!!)
Gelaarsde Kat:
Zie je nou, nee.
Teun:
Ja, maar ik hou me ondergoed
aan want ik hoorde er ook een paar ja roepen. Hé je kunt hier staan!
Kijk dan!
Gelaarsde Kat:
Precies zo als ik dacht
de koning en z'n dochter. Majesteit help mijn meester, de Markies van Carabas,
hij verdrinkt.
Teun:
Wat nou verdrinkt? Ik zoek
allen maar m'n kleren.
Gelaarsde Kat:
He baas, speel dit spelletje
nou even mee zo wordt je nooit rijk. Majesteit wat een toestand, mijn meester
wilde met alle geweld een beetje gaan zwemmen, nu zijn al zijn dure markiezen
kleren gestolen, hij heeft allen z'n ondergoed nog. Zo kan de markies toch
niet over straat.
Koning:
Laat de kleermaker komen
met nieuwe kleren voor de markies van Carabas.
Kleermaker:
M’n tafeltje waar is mijn
tafeltje
Gelaarsde Kat:
Magiër we hebben nog
een dienst meisje nodig?
Kleermaker:
M’n tafeltje waar is mijn
tafeltje?
Gelaarsde Kat:
Een broek een jas, laarzen.
Waar is de hoed? Waar is de hoed voor mijn meester de markies van Carabas?
Kleermaker:
Een hoed? Een hoed heb ik
niet?
Gelaarsde Kat:
Mijn meester kan toch niet
zonder een hoed? U moet er een voor hem gaan maken.
Kleermaker:
Ja zeg ik kan niet toveren
Magiër:
Maar ik wel dat moet je
ook aan de vakman overlaten. Eens kijken een hoed? Is dit misschien wat?
Alstublieft kat. Anders nog iets van je dienst?
Gelaarsde Kat:
Een dienstmeisje. Een dienstmeisje
voor mijn meester de markies van Carabas.
Magiër:
De markies van wat? dat
is toch gewoon Teun?
Gelaarsde Kat:
Ssssssst.
Magiër:
Oke ik zeg niets meer. Een
dienstmeisje blond of donker?
Gelaarsde Kat:
Donker dan maar? Zo gaat
het goed mijn plan gaat lukken. Teun ze geloven me allemaal.
Teun:
Waar heb je het nou over
en wat gebeurd hier nou allemaal?
Gelaarsde Kat:
Vertrouwd u maar op mij
markies van Carabas. Hoogheden mag ik u alle uitnodigen voor een feest
op het kasteel van de markies van Carabas.
Ik heb ze tuk
Het is precies de man voor
m’n kind. (koning)
Het is een spetter die me
verblind. (prinses)
Hoe lijf ik hem in?
Hoe krijg ik mijn zin, ‘k
weet best waaraan ik begin.
’t Is een meer dan goeie
partij, die man hoort bij mij.
die man moet erbij.
We hebben beet, we hebben
beet, we hebben beet, (allen)
zo’n rijke edelman voldoet
aan onze wensen.
Van alles wat hier gebeurt
heb ik geen weet,
waarom krijg ik toch zoveel
liefde van die mensen.
Die speelt heus niet alleen,
heeft ‘ie goud of heeft ‘ie geld, (prinses)
bij adel wordt hoe ziet
zo'n man eruit ook meegeteld.
We hebben beet, we hebben
beet, we hebben beet,
kijk toch hoe schitterend
dit heerschap is gekleed.
Zie je wel het is gelukt,
het is gelukt. Zie je wel het is gelukt (Gelaarsde Kat)
heb ze tuk, tuk, tuk, tuk,
tuk, tukketukketukke tuk tuk tuk tuk tuk
tukketukketukke tuk tuk
tuk tuk tuk tukketukketukke tuk.
Nu alleen nog een kasteel
een groot kasteel
met lakeien nee geen drie
maar heel erg veel
dan heb ik ze pas echt tuk
tuk tuk tuk tuk tuk tukketukke tuk.
Miauw!!
Boeren en boerinnen:
Maai, maai,
zwaai, zwaai,
maai, maai.
Gelaarsde Kat:
Beste boeren en boerinnen
is dit niet het land van jullie baas het verschrikkelijke monster kunnen
jullie mij helpen? Zo dadelijk komt de koning voorbij met zijn vriend de
markies van Carabas, doe mij een lol en doe net of al dit land van hem
is. Oké?
Boeren en boerinnen:
Het wuivende graan,
dat u ziet staan,
allemaal van de Markies.
Kleigrond tot zand,
boompje of plant.
Al het wijngebied, dat is
zijn gebied.
Ver in het rond,
vruchtbare grond.
Allemaal van de Markies.
Elk gewas dat ik zaai,
al het koren dat ik,
Maai, maai, voor de Markies,
zwaai zwaai, voor de Markies.
Maai maai voor de Markies,
die van Carabas.
Monster:
Hoe haal je het in je katte
kop om te zeggen dat de Markies van Carabas de eigenaar van al dit land
is, het is van mij en van niemand anders! Net als dit kasteel ook die boeren
zijn bij mij in dienst.
Gelaarsde Kat:
Grapje, grapje! Weet u wel
dat overal in dit land met grote bewondering over u gesproken wordt?
Monster:
Is dat echt waar katertje
wat leuk om te horen wordt er nog meer gezegd?
Gelaarsde Kat:
Mmja er zijn zelfs mensen
die zeggen dat u een toverkracht bezit waar zelfs de Magiër niet aan
kan tippen, dat u zich in allerlei dieren kunt veranderen. Kunt u dat?
Monster:
Natuurlijk let op daar komt
'ie!
Gelaarsde Kat:
Oeps foutje!!
Tovenaar:
Zo kat heb je nu je zin
ik ben een leeuw en ik heb wel zin in kattenvoer ik eet je op in een haar.
Gelaarsde Kat:
Have a break, maar niet
deze Kat. Uw toverkunst is echt fantastisch wat zal Hans Kazán jaloers
zijn. Maar kunt u zich ook veranderen in iets kleins? In een muis bijvoorbeeld?
Tovenaar:
Een muis dat doe ik met
m'n pink.
Gelaarsde Kat:
Ik heb hem tuk ik hem tuk.
Lakei:
Welkom hier majesteit in
het kasteel van de Markies van Carabas u bent net op tijd daar komen de
eerste gasten al, stel ze even aan u voor: Vadertje Tijd met Jonkvrouw
Kandelaar, Grootvorst Vuur tot Vlammetje met de Freule van Maneschijn tot
Rozengeur. Tot slot Hertog Hengelaar van Simmetje met Barones Geranium
van Bloemenpot, wat ruikt ze toch weer heerlijk. En als eregasten van het
bal de Gelaarsde Kat en de Magiër.
Prinses:
Oh markies ik kan u niet
vertellen hoe zeer ik onder de indruk ben van alles wat ik heb gezien u
kasteel u landerijen u kennissenkring.
Koning:
Zou het niet prachtig zijn
als u als kroon op dit alles mijn dochter tot de uwe zal maken?
Teun:
Majesteit ik kan het niet
geloven ik kan alleen maar zeggen: Ja ik wil!!!
-zwevende glas illusie (enkel het glas, niet zoals vorig seizoen)-
Magiër:
Hef het glas op het bruidspaar
Leve het bruidspaar!!
Genodigden:
Leve het bruidspaar!!
Leve de Markies van
Carabas
Had je mij ook willen trouwen
als ik niet zo'n mooi kasteel,
en niet al die landerijen
had gehad? (Teun)
Had je mij ook willen trouwen
als ik hooguit maar een deel,
van hetgeen dat ik nu bezit
bezat. (prinses)
Echt ook als jij geen prinses
geweest was zou ik ook alleen,
enkel alleen ook maar met
jou hier willen staan. (Teun)
Ook al ben je dan Markies,
toen ik je zag wist ik meteen,
ook al heeft die man geen
cent, ik durf het aan. (prinses)
Alleen met jou, alleen met
jou,
met niemand anders zou ik
zoiets doen.
Alleen met jou, alleen met
jou,
alleen met jou. (Teun
en de prinses)
Leve de Markies van Carabas
leve onze dienaar de Gelaarsde
Kat.
Zing het bruidspaar toe
en hef het glas,
was er ooit een paar dat
zo heeft liefgehad.
Het moet geen betoog, zij
leven hoog!
Gelaarsde Kat:
En ze leefde nog lang en
gelukkig en ik ook Miauw.
Sneeuwwitje en de Zeven
Dwergen
Heks:
Aaaahh aah ahh aaaaahhh
Dwergen:
We hadden haar nooit alleen
mogen laten, arme Sneeuwwitje nu is ze
ook nog verdwenen, de verschrikkelijke heks eerst de giftige appel en nu
dit.
Magiër:
He dwergen wat is er aan
de hand?
Dwerg:
Onze Sneeuwwitje
is verdwenen dat heeft die gemene heks gedaan.
Magiër:
Weer die heks die denkt
zeker dat ik niks anders te doen heb. Oké tijd voor echte magie.
-Magier geeft een handkus
aan Sneeuwwitje waarna zij wakker wordt-
-Sneeuwwitje kust Magiër-
Magiër:
Zeg dat maar niet tegen
de prins wordt hij jaloers. Hé dwergen zijn jullie weer blij?
Blij (refrein)
Bubububu
du B-L-IJ
Mijn rechterhand is blij,
mijn linkerhand is blij.
Ik steek ze in de lucht
en schut met allebei.
Een hele grote lach
maakt een hele blije snuit.
We dansen in de rondte
en we maken veel geluid
We zijn zo blij, blij, blij
Blij, blij, blij,
Ik voor jou
en jij voor mij.
Heks:
Aaaahh aah ahh aaaaahhh
-"zweef illusie"-
Kleermaker:
Zo geitje heb je vandaag
lekker kunnen grazen.
Geitje:
Nee alweer niet het was
vandaag de beurt van u dochter Sherida om me te laten grazen maar euhh
ik wacht nog steeds op haar.
Kleermaker:
En gisteren dan? Heb je
gisteren niet lekker je buikje rond gegeten.
Geitje:
Gisteren? Gister was het
de beurt van u zoon Rigobert, maar denk maar niet dat ik hem gezien heb.
Nee, ik heb mooi honger staan leiden!
Kleermaker:
Hoe is het toch mogelijk?
Kip, wil jij geit begeleiden bij het grazen?! Hoe vaak heb me kinderen
niet gezegd dat ze goed moeten zijn voor de dieren. Heh, verrek ik moet
hierdoor. Stelletje labbekakkers nu zit het me tot hier nu is er vandaag
wéér niemand met de geit uit geweest!! Luie donders die jullie
zijn.
Rigobert:
Wel waar. Ik ben gister
nog geweest.
Sherida:
En ik eergister nog
Kleermaker:
En nog liegen ook nou word
ie helemaal mooi ik gooi jullie mijn huis uit. Eruit! En jij ook. Je ziet
maar dat je je eigen boterham kunt verdienen ga maar een vak leren. Rigobert
wordt bij maar meubelmaker en Sherida wordt jij maar molenaar. Ik heb genoeg
van jullie, stelletje hooligans. Dat noemt zich dierenvrienden, tsss. Zo
lief geitje je zult nu wel genoeg hebben voor een paar dagen.
Geitje:
Genoeg, genoeg hoe had ik
mijn buikje moeten vullen.
Er was geen gras om van
te smullen.
Kleermaker:
Geen gras??
Geitje:
Nee het leek de ArenA wel!!
Ik ben de enige die er zijn buik níet vol van heeft.
Kleermaker:
Was er geen gras? Maar geitje,
je staat gewoon te jokkebrokken. Ik heb met mijn eigen ogen gezien hoe
je stond te smikkelen en nu zeg je......., zouden mijn kinderen dan toch?
Heb ik ze voor niets het huis uit gegooid? Geit je verdiend het niet bij
me te wonen zoek je eigen weg en laat je nooit meer bij me huisje zien.
Magiër:
Ja, en zo begint het verhaal
"Tafeltje dek je! Ezeltje strek je!". De zoon
en dochter van de kleermaker trekken de weide wereld in volgen de raad
van hun boze vader op.
Meubelmaker:
Ah, magiër u komt als
geroepen ik wilde net dit tafeltje aan mijn knecht Rigobert geven. Rigobert
jij hebt al die jaren hard voor me gewerkt jij krijgt van mij dit tafeltje.
Rigobert:
Een tafeltje? Wat moet ik
nou met een tafeltje?
Magiër:
Wacht even tot ik hem betovert
heb ik denk dat je er dan wel blij mee bent. Jongens en meisjes willen
jullie mij even helpen? Als ik zeg blazen, dan blazen jullie allemaal heel
hard naar dit tafeltje. Zijn jullie er klaar voor?
zaal:
Ja!!
Magiër:
Ik hoor jullie niet!!
zaal:
JAAAAH!!!!!
Magiër:
Als ik zeg blaas dan blazen
jullie naar het tafeltje. Blaas blaas.
Rigobert:
magiër heel bijzonder
hoor zo’n zwevende tafeltje hè maar wat moet ik ermee?
Magiër:
Maar het niet alleen maar
een zwevend tafeltje, dit tafeltje heeft nu ook magische krachten. Iedereen
zou dit tafeltje wel willen hebben. Het zou zich altijd dekken met het
heerlijkste gerechten. Je hoeft alleen maar te roepen tafeltje dekje en
meteen staan de lekkerste gerechten op tafel, taarten, limonade, gebraden
kippen…
-kippen gekakel-
Magiër:
Dat wordt geen Chicken Tonight
Rigobert.
Rigobert:
Dat ga ik meteen aan mijn
vader laten zien. Wat zal hij trots op mij zijn. Hey, een dief!!! Houd
de dief!!!
Magiër:
Ik ga die dief is ouderwets
afstraffen. Aha haa haaaaaa!!!!!!
Molenaar:
Nou Sherida, sinds je vader
je het raam heeft uitgegooid heb je heel wat geleerd, alle geheime van
het molenaarsvak heb je onder de knie. Je kunt een eigen molen gaan beginnen.
Sherida:
Maar die kan ik niet betalen.
Molenaar:
Dat kun je wel kijk maar
wat ik voor je heb een ezel.
Sherida:
Dat is erg aardig van u
maar ik heb helemaal geen geld om een molen te beginnen, ik heb niet eens
geld om die ezel eten te geven. En wat moet ik trouwens met een ezel? Ze
eten de oren van je kop maken een hele hoop herrie en poepen de hele dag.
Molenaar:
Inderdaad deze ezel poept
ook de hele dag, maar dit is een goudezel als je zegt: 'Ezeltje Strek Je!'
dan rollen er van achteren goudstukken uit. Geef hem genoeg te eten en
hij zal je rijk maken.
Sherida:
Echte goudstukken??
Molenaar:
Ik zal het je laten zien
of wat nog beter is doe het maar zelf houd zijn staart omhoog en roep:
'Ezeltje Strek Je!
Molenaar:
Loop maar even om dan laat
ik het je zien. Met deze ezel krijg je geen kleine bijdragen je krijgt
meteen de hele molen want dit is een goud ezel als je zegt: 'Ezeltje Strek
Je dan rollen er van achter goudstukken uit.
Sherida:
Zal mij benieuwen.
Ezeltje strek je!!! Dit moet ik meteen aan mijn vader laten zien. Wat zal
mijn vader hiervan vinden wat zal mijn vader er van vinden van m'n vak?
Wat zou mijn vader
vinden van het vak (door Rigobert & Sherida)
Wat zou mijn vader vinden
van het vak,
mijn hele ziel mijn hele
zaligheid,
Wat zou mijn vader vinden
van het vak,
van mijn keus, voor altijd
Wij, wij gaan nu vlug,
naar vader terug,
eens zien wat hij zegt.
Hij, hij heeft ons ooit,
het huis uit gegooid,
maar meende het niet echt.
Zou hij niet trots zijn dat
ik hem nu alle soorten meubels geven kan?! (Rigobert)
Zou hij niet trots zijn
als hij hoort dat ik al molenaar door het leven kan?! (Sherida)
Wat je ook doet,
je moet er blij mee zijn,
want je moet dat levenslang.
Wat je ook kiest je moet
er vrij in zijn,
je verliest onder dwang.
(Danssolo)
Wat je ook doet,
je moet er blij mee zijn,
want je moet dat levenslang.
Wat je ook kiest je moet
er vrij in zijn,
je verliest onder dwang.
Wees niet bang!!!
Kleermaker:
Nee maar m'n kinderen zijn
terug.
Sherida:
Vader we zijn er weer.
Kleermaker:
M’n dochter m’n zoon vertel
eens wat is er van jullie geworden?
Rigobert:
Ik ben meubelmaker geworden
en ik heb voortaan altijd te eten.
Kleermaker:
Betaalt dat meubelmakers
vak dan zo goed?
Rigobert:
Natuurlijk niet vader dat
niet maar ik heb een 'Tafeltje Dek Je' waardoor ik altijd verzekerd ben
van lekker eten.
Kleermaker:
Mmmmm en jij m'n dochter
wat is er van jouw geworden?
Sherida:
Ik ben molenaar geworden
en rijk.
Kleermaker:
Rijk? Maar van het molenaars
bestaan wordt je toch niet rijk?.
Sherida:
Nee maar wel van de ezel
die ik heb gekregen als ik zeg: 'Ezeltje Strek Je!' dan rollen der goudstukken
uit.
Kleermaker:
Dat wil ik zien en ik niet
alleen ik laat iedereen hier op de Droomwei ervan mee genieten. Alle gasten
verzamelen!! Alle gasten verzamelen!! Mijn zoon en dochter zijn terug en
jullie moeten zien wat ze hebben meegebracht. Mijn zoon heeft bijvoorbeeld
een tafeltje dat kan dekken met de heerlijkste gerechten
Wolf:
Nou laat maar zien dan.
Sneeuwwitje:
Hallo waar zijn ze nou?
Hebben jullie mijn dwergen gezien? Waar kunnen ze toch zijn hun bedjes
waren leeg.
Wolf:
Wie raakt er nou zeven dwergen
kwijt?
Moeder
Geit:
Zeg doe jij eens even aardig
tegen dat arme kind, kom maar hier schat, wat verschrikkelijk misschien
moeten we de Magiër roepen hij kan ons wel helpen. Want die kan toch
toveren?
Sneeuwwitje:
ja goed idee want hij heeft
mij terug getoverd en de heks laten verdwijnen
Rigobert:
En de dief van mijn tafeltje
gehalveerd
Prins:
En mijn assepoester weer
terug gehaald.
Grietje:
Hij is echt geweldig.
Wolf:
Ja een echt sprookjes figuur
ken niet zonder Magiër.
Moeder Geit:
Kán niet zonder Magiër
Wolf:
Dat zeg ik... Magiër!
Magiër:
Werd ik geroepen?
Moeder Geit:
Goed dat u er bent, Sneeuwwitje
is ontroostbaar de dwergen zijn verdwenen.
Magiër:
Maak je geen zorgen pop,
dat komt wel goed. Alle dwergen zijn in deze magische centrifuge gewassen
en gedroogd en weet je wat ze zijn niet eens gekrompen. Hier komen ze.
Blij (Dwergenlied)
Bubububu du B-L-IJ
Mijn rechterhand is blij,
mijn linkerhand is blij.
Ik steek ze in de lucht
en schut met allebei.
Een hele grote lach
maakt een hele blije snuit.
We dansen in de rondte
en we maken veel geluid
We zijn zo blij, blij, blij
Blij, blij, blij,
Ik voor jou
en jij voor mij.
In de morgen ben ik blij
met de bloemen in de wei.
In de middag schijnt de
zon
en die staat alleen voor
mij
In de avond eet ik veel
m'n hele buikje vol
Dan ga ik lekker slapen
ik ben moe van al die lol
We zijn zo blij, blij, blij
Blij, blij, blij,
Ik voor jou
en jij voor mij.
Bubububu bu B-L-IJ
Mijn rechterhand is blij,
mijn linkerhand is blij.
Ik steek ze in de lucht
en schut met allebei.
Een hele grote lach
maakt een hele blije snuit.
We dansen in de rondte
en we maken veel geluid
We zijn zo blij, blij, blij
Blij, blij, blij,
Ik voor jou
en jij voor mij.
Kleermaker:
Sneeuwwitje is weer helemaal
gelukkig met z’n zeven dwergen. Nee jullie moeten niet weg gaan kom terug!!!
Mijn dochter heeft ook nog Goudezel.
Wolf:
Een Goudezel wat mag dat
zijn.
Sherida:
Dat is een ezel waaruit
achteren, goudstukken komen.
Wolf:
Dus zo gezegd een ezel die
Euro’s poept, waarom kan jij dat niet?
Prins:
En waar is die ezel dan?
Sherida:
Hier boven. Kijk allemaal
heel goed naar de ezel en beleef het wonder mee, daar gaat ie ezeltje strek
je!!!
Hou je geintjes voortaan
voor je, wij staan hier nu mooi voor aap.
Kijk een sprookjesprins
die hoor je niet te storen in z'n slaap.
Hans en Grietje en Roodkapje
zeggen hier bij simpelweg,
hou ons niet meer voor het
lapje, laat me leggen waar ik leg
Kleermaker:
Ja mijn zoon heeft nog tafeltje
die zich zelf kan dekken met de heerlijkste gerechten.
Wolf:
Ja ja dat moeten wij geloven.
Jij met al je mooie praatjes, klinkt meer iets voor die Magiër! Die
jongen die komt er wel.
Magiër:
Hè bedankt he wolf,
maar Sherida je hoeft toch niet te huilen die ezel heeft gewoon honger
en daarboven is niet genoeg te eten. Een ezel moet kunnen grazen in het
gras.
Sherida:
Maar een ezel kan toch geen
trappen lopen?
Magiër:
Maar we zijn toch op de
Efeling heb je nooit gehoord van het vliegend tapijt? Kijk maar…
Sherida:
Eens kijken of hij het nu
wel doet. Daar gaat ie: Ezeltje Strek Je!!!
Kleermaker:
En zo leven we allemaal
nog lang en gelukkig wat jij kat?
Gelaarsde Kat:
Miauw ik heb een heerlijk
leven op het kasteel en Teun de Markies van Carabas is heel gelukkig met
zijn prinses.
Magiër:
Zeg kat is ze nu al in verwachting?
Sneeuwwitje:
Ja dat is zo gezellig kleintjes
in huis ik ben zo blij dat de dwergen weer terug zijn en dat we niet meet
bang hoefden te zijn voor die gemene keks. Bedankt voor alles Magiër.
Rigobert:
Wat een geweldig einde dat
moeten we vieren.
Sherida:
Ik ben rijk dus geld genoeg.
Magiër:
Als je maar niet belegd
in aandelen.
Sherida:
Nee ik geef en groot feest
op de Droomwei!!!!
Magiër:
Goed idee dan ga ik onze
Eregast halen!!
In de Efteling voelt iedereen zich rijk
Als je zo een ezel in de
wei hebt staan,
weet je dat je aardse zorg
voorbij zal gaan.
Altijd vol op centjes,
nooit meer die momentjes,
van hoe knoop ik de eindjes
aan elkaar.
Maar je kunt dit leven ook
wel zonder geld,
geld maakt niet gelukkig
wordt verondersteld.
Vaak kun je met dromen,
heel wat verder komen,
maak die dromen hier vandaag
dus waar.
('Pardoes-illusie')
In de Efteling voelt iedereen
zich rijk,
miljonair, miljardair.
Wie de Efteling betreed
voelt zich gelijk,
miljonair, miljardair.
Of een toverstaf, jou vleugels
gaf,
nee zo'n dagje hier neemt
niemand je meer af.
Het geldt voor boven en
voor onder de Moerdijk,
in de Efteling, in de Efteling
voelt iedereen zich rijk.
In de Efteling voelt iedereen
zich rijk,
miljonair, miljardair.
Wie de Efteling betreed
voelt zich gelijk,
miljonair, miljardair.
Of een toverstaf, jou vleugels
gaf,
nee zo'n dagje hier neemt
niemand je meer af.
Het geldt voor boven en
voor onder de Moerdijk,
in de Efteling, in de Efteling
voelt iedereen zich rijk.
Met dank aan Kevin Olfers
© 1999-2007 Erwin's Eftelingsite All Rights
Reserved