De Droomwei
Als het doek van het Theater
omhoog gaat, staan daar in het donker twee personen. Ineens klinkt trompet
geschal en het deel waar zij staan is plots fel verlicht. Ze stellen zich
voor: het zijn de Gelaarsde Kat en de kleermaker uit 'Tafeltje dek je,
Ezeltje strek je'. De Kat legt ook gelijk uit waarom ze op haar trompet
blies: om de gasten op de Droomwei wakker te maken. Want de Efteling bestaat
50 jaar, en daarom mogen een aantal sprookjesfiguren een paar dagen logeren
op de Droomwei. De Kat heeft dat nog maar amper gezegd of daar komen de
Zeven Dwergen, Klein Duimpje, Roodkapje en nog veel meer andere sprookjesfiguren
uit hun woonwagens. En gelijk zijn de eerste tonen van het eerste lied
te horen: "Op de Droomwei":
Op de Droomwei
Dit noem ik pas een feest
ik spreek ook namens
Assepoes
dit is compleet iets anders
voor ons beide,
Hier is geen kaviaar,
alleen patat met appelmoes
geen trommen geen vervelende
lakeien.
Het baden in champagne heb
ik hier geen dag gemist
gewoon de koude kraan erop
dan voel je je verfrist.
Zo samen op een luchtmatras
dat is voor mij geluk
moedergeit wordt het spektakelstuk
Dit
is de plek waar heel 't sprookjesland elkaar ontmoet
je weet niet wat je ziet
op de droomwei.
Roodkapje en de heks, de
boze wolf het blauwe bloed,
je weet niet wat je ziet
op de droomwei.
De sprookjesprins gooit
hier alleen voor het plezier
z'n koninklijke remmen even
los
op de Droomwei, op de Droomwei,
van het grote Sprookjesbos.
Hier hoef je niet op chic,
hier zit echt geen strijkkwartet,
hier hoef je niet de koets
in om te wuiven,
Hier zit je niet rechtop,
aan weer een ander staatsbanket
je kan gewoon een kippenpootje
kluiven
hier heb ik Hans en Grietje
liefdevol geadopteerd
nooit heeft de heks gelachen
maar nu heeft ze het geleerd
Klein Duimpje en Roodkapje
worden hier misschien een paar
op de Droomwei worden sprookjes
waar.
Hier ligt de prins van Asspoes
te dollen met de heks
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei
dit is ook een idee voor
onze Maxima en Lex
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei
Hier heeft naast moeder
geit, de wolf zich neergevlijd
voor een middagdutje op
het groene mos
op de Droomwei, op de Droomwei,
van het grote Sprookjesbos
Als het nummer is afgelopen loopt de prins van Assepoester droevig naar voren en legt Hans en Grietje uit dat zijn vrouw, prinses Assepoes, verdwenen is. De Gelaarsde Kat hoort het, en komt met het idee om overal in de zaal te gaan zoeken. Maar dan opeens komt Klein Duimpje naar voren gelopen en zegt: "De stiefmoeder! Dat moet de stiefmoeder gedaan hebben!" "Klein Duimpje heeft gelijk" zegt de Kat, "We moeten de Magiër roepen, help allemaal maar mee! Magiër! Magiër! Magiër!" En dan komt van boven het decor een grote glazen kast. Deze komt op een grote tafel te staan, en vult zich met rook. Dan ineens verschijnt er een hand op het glas. De glazen kast gaat weer omhoog en daar staan dan de Magiër (Hans Klok) en prinses Assepoes. "Maar beste Magiër, hoe kan dit?" vraagt de prins, "Mijn prinses is weer het sloofje van vroeger. Ze was zo mooi en nu ben ik weer terug bij af." Waarop de heks zegt "En zij ook. Moet je kijken hoe ze eruit ziet!" De wolf die al lang had gezien dat de heks er nog veel beroerder uitzag zegt: "Dat moet zij zeggen". De Magiër probeert deze ruzie te verhelpen: "Rustig rustig, laat mij maar even" en hij pakt een servetje uit zijn broekzak en verscheurt deze. De verscheurde stukjes papier roert hij in een kom met water. Waarna hij een waaier pakt en het als allemaal kleine droge snippers door de lucht laat dwarrelen. Maar dat is niet alles, hij pakt een groot doek en gooit die over Assepoes heen. En in nog geen 2 tellen is de slobberjurk van Assepoes veranderd in een schitterende galajurk. Gelijk daarna wordt de reprise ingezet van "Op de Droomwei"
De Gelaarsde Kat
"Zo"
zegt de Magiër als de reprise is afgelopen, "Nu wil ik wel eens weten
uit welk sprookje jullie zijn." De kleermaker en De Gelaarsde Kat vertellen
wie ze zijn, waarna Hans Klok de inleiding van het eerste sprookje vertelt:
De Gelaarsde Kat. "De Kat woonde tot voor kort bij een molenaar en zijn
drie zonen, maar de goede man is helaas overleden. Alles wat hij bezat,
dat was niet veel hoor, liet hij na aan zijn drie jongens. De oudste kreeg
de molen, de middelste kreeg de Playstation, en de derde, Teun. Teun kreeg
de kat!" Rechts op het podium zit een verdrietige Teun, die net door zijn
broer het huis is uitgegooid. Maar de Kat vindt dat er geen reden is om
te treuren. Immers, hij is altijd goed geweest voor de Kat, dus nu zal
de Kat goed zijn voor hem. "Ik ga je rijk maken!" zegt de Kat, "We gaan
op reis, volg me." "Volg me?? hier door die konijnenkeutels? Bah!" zegt
Teun teleurgesteld. "Bah? Roep liever hoera! Want die konijnenkeutels betekenen
dat we vlak bij een konijnenhol zitten," legt de Kat uit. De Kat vraagt
Teun om de wortel die hij had bewaard voor als hij honger heeft. Na wat
aarzelen geeft Teun de wortel af en de Kat weet met de wortel een konijn
uit haar hol te lokken. Maar dan opeens horen ze het geluid van een trompet.
De Kat weet dat het betekent, dat de Koninklijke Garde langs komt, en ze
besluiten om een kijkje te nemen naar de wisseling van de wacht. Dan opeens
krijgt de Kat een geweldig idee: Ze gaat nog een konijn vangen..., voor
de koning. Even later komt de Kat terug om pal voor, nou ja.. tegen de
Koninklijke Garde te stoppen. De koning ziet dit en, is volgens de wet
verplicht, de kat op te sluiten in de gevangenis. Maar volgens zijn hart
moet hij de Kat een goudstuk geven. "Wat doen we kinderen? Gevangenis of
goudstuk?" Uit de zaal schreeuwen vele kinderen "Goudstuk!!!!!" En zo krijgt
de Kat haar goudstuk van de koning. "Voor wat hoort wat, kijk eens wat
ik voor u heb Majesteit," zegt de kat terwijl ze een konijn aan de koning
geeft, "Namens mijn meester, De Markies van Carabas" De Koning is
blij verrast en zegt: "Wilt u uw meester hartelijk danken en zeggen dat
ik hem met vreugde zal oppeuzelen." De Kat schrikt hiervan en vraagt of
de koning daadwerkelijk haar meester wil oppeuzelen, waarop de koning geruststellend
antwoord: "Nee kat, zijn konijn natuurlijk."
De Kat roept Teun, om op reis te gaan. Deze reis wordt heel leuk uitgebeeld door middel van lasers. Achter het doek waar de lasers op geprojecteerd worden zie je Teun en de Kat lopen. De laserprojectie en bijbehorende muziek doen een beetje denken aan Disney's 'Silly Symphonies'. Het landschap dat voorbij komt is leuk en soms zelfs gedetailleerd gemaakt. De reis eindigt aan de rand van een vijver. De Kat waarschuwt Teun dat het daar glad kan zijn. En samen glijden ze naar beneden. Ineens krijgt de Kat weer een idee. "Kleed je uit, en ga zwemmen." "Zwemmen? Maar ik heb mijn zwembroek niet bij me" zegt Teun. "Nou en," antwoord de Kat, "Dacht je nou echt dat de kinderen van de Efteling zitten te wachten op jouw blote billen? Nee toch, kinderen?" En natuurlijk schreeuwen de kinderen van uit de zaal 'nee', hoewel er altijd wel een paar zijn de 'ja' roepen. "Nou ik hou mijn onderbroek aan, want ik hoorde er ook een paar 'ja' roepen." zegt Teun en springt vervolgens in het water. Niet lang daarna komen de Koning en zijn dochter langs. "Majesteit, mijn baas, de Markies van Carabas, wilde met alle geweld even zwemmen en nu zijn al zijn dure Markiezenkleren gestolen. Zo kan een Markies toch niet over straat?!" Op dat moment komt Hans Klok (Magiër) op met een grote glazen kist en zegt: "Nee, zo kan een Markies ook niet over straat. en daarom ben ik even wezen shoppen,..." Waarom de Gelaarsde Kat het scherp reageert: "Bijenkorf?" "Nee, C&A" zegt Hans dan, waarop de Kat gelijk antwoord: "Altijd voordelig!" In de glazen kist zit Nathalie (Hans' assistente) met alle kleren voor de Markies. De Magiër wil net terug lopen als de Kat vraagt waar het dienstmeisje is. "Hmmm, da's een mooi klusje voor mij." En hij gooit een doek over de kist heen, loopt naar de voorzijde van de kist en trekt het doek er weer vanaf. En in de kist zit nu Zarina (Hans' andere assistente). Ze stapt uit de kist en helpt Nathalie om de Markies in zijn kleren te hijsen. En prompt start de muziek van het (sterk ingekorte) nummer "Ik heb ze tuk":
Ik heb ze tuk
Het is precies de man voor
m’n kind.
Het is een spetter die me
verblind.
Hoe lijf in hem in?
Hoe krijg ik mijn zin, ‘k
weet best waaraan ik begin.
’t Is een meer dan goeie
partij, die man hoort bij mij.
die man moet erbij.
We hebben beet, we hebben
beet, we hebben beet,
zo’n rijke edelman voldoet
aan onze wensen.
Van alles wat hier gebeurt
heb ik geen weet,
waarom krijg ik toch zoveel
liefde van die mensen.
Die speelt heus niet alleen,
heeft ‘ie goud of heeft ‘ie geld,
bij adel wordt hoe ziet
zo'n man eruit ook meegeteld.
We hebben beet, we hebben
beet, we hebben beet,
kijk toch hoe schitterend
dit heerschap is gekleed.
Ik heb ze tuk, tuk, tuk,
tuk, tuk, tukketukketukke tuk tuk tuk tuk tuk
tukketukketukke tuk tuk
tuk tuk tuk tukketukketukke tuk.
Help eens even allemaal mee, doe mee. (De kat staat dan midden in de zaal)
Ik heb ze tuk, tuk, tuk,
tuk, tuk, tukketukketukke tuk tuk tuk tuk tuk
tukketukketukke tuk tuk
tuk tuk tuk tukketukketukke tuk.
De Kat blijft na dit nummer nog even in de zaal zitten, als het volgende nummer gelijk al wordt ingezet "Maai maai". Dit lied heeft ook een hoog Disney gehalte. En daarmee doel ik op het 'mannenkoor' deel aan het einde van het nummer, dat erg doet denken aan de openingsnummers uit de wat oudere Disney Classics. Nadat het ensemble het refrein eenmaal gezongen heeft springt de Kat het podium op en vraagt de boeren en boerinnen of ze willen doen alsof al dat land toebehoort aan de Markies van Carabas. Dat willen ze blijkbaar wel want in het vervolg van het lied zingen ze onder andere:
Het
wuivende graan,
dat u ziet staan,
allemaal van de Markies.
Kleigrond tot zand,
boompje of plant.
Al het wijngebied, dat is
zijn gebied.
Ver in het rond,
vruchtbare grond.
Allemaal van de Markies.
Elk gewas dat ik zaai,
al het koren dat ik,
Maai, maai, voor de Markies,
zwaai zwaai, voor de Markies.
Maai maai voor de Markies,
die van Carabas.
Het nummer wordt 'onderbroken' door de boze tovenaar, die op een tafeltje staat. Ondertussen lopen de boeren en boerinnen heel stilletjes naar achteren om het decor uit te klappen, waardoor het een heus kasteel lijkt. "Hoe haal je het in je kattekop om te zeggen dat de Markies van Carabas de eigenaar van al dit land is," brult de boze tovenaar. "Het is van mij en van niemand anders, net als dit kasteel. Ook die boeren zijn bij mij in dienst." Grapje," zegt de Kat heel voorzichtig, "weet u wel dat er overal in het land met veel bewondering over u gesproken wordt? Men zegt zelfs dat u een toverkracht bezit waar zelfs Hans Klok niet aan kan tippen! Kunt u dat eens laten zien?" "Natuurlijk", zegt de tovenaar, "Let op, daar komt ie." en hij loopt naar de achterkant van het decor waar hij door een deur gaat, terwijl er door de deur ernaast een leeuw komt. "Ik ben veranderd in een leeuw. En niet Loekie de Leeuw! Ik heb het slecht met je voor katertje, het is zaterdag, kattedag! Ik eet je op met huid en haar. De wat wilde muziek stopt ineens, en ook de Leeuw kijkt wat verwonderd om zich heen, "Asjemenou!?! Nou, wat vond je ervan?" De Kat die ondertussen bijna compleet gevloerd was door de Leeuw moet toch toegeven dat dit niet niets is: "Wat zou die Hans Kazan jaloers zijn! Maar eeuhh kunt u zich ook veranderen in iets kleins een muis bijvoorbeeld?" De Leeuw loopt al naar het tafeltje waar hij eerder als gewone Tovenaar vanaf stapte. "Een muis? Dat doe ik met mijn pink!" De Leeuw zit reeds op het tafeltje en doet de kap erover en binnen een paar tellen is hij verdwenen, het enige wat nog op de tafel ligt is een... muis! "Ik heb ze tuk, ik heb ze tuk!" roept de Kat. De Kat heeft de muis nog maar amper opgepeuzeld of daar komen de eerste gasten al. De Kat stelt hen keurig voor aan de Koning en zijn dochter die hiervan hevig onder de indruk is. "Zou het niet prachtig zijn," oppert de Koning, "als u, als kroon op dit alles, mijn dochter tot de uwe zou maken?" "Majesteit," antwoord de Markies, "ik kan alleen maar zeggen... Ja! ik wil!" en hierna begint alweer het laatste nummer van dit sprookje: "Leve de Markies van Carabas".
Leve de Markies van
Carabas
Had je mij ook willen trouwen
als ik niet zo'n mooi kasteel,
en niet al die landerijen
had gehad?
Had je mij ook willen trouwen
als ik hooguit maar een deel,
van hetgeen dat ik nu bezit
bezat.
Echt ook als jij geen prinses
geweest was zou ik ook alleen,
enkel alleen ook maar met
jou hier willen staan.
Ook al ben je dan Markies,
toen ik je zag wist ik meteen,
ook al heeft die man geen
cent, ik durf het aan.
Alleen met jou, alleen met
jou,
met niemand anders zou ik
zoiets doen.
Alleen met jou, alleen met
jou,
alleen met jou.
Leve de Markies van Carabas
leve onze dienaar de Gelaarsde
Kat.
Zing het bruidspaar toe
en hef het glas,
was er ooit een paar dat
zo heeft liefgehad.
Het moet geen betoog, zij
leven hoog!
Tijd voor een beetje
'Mistery'
Vlak
voor het lied is afgelopen, komt Hans Klok het podium op met een brandende
fakkel. "Het sprookje van de Gelaarsde Kat is goed afgelopen. Tijd voor
een beetje 'Mistery'... Hans draait zich om, geeft zijn headset af aan
de lakei en steekt in een stalen kooi achter zich een vlam aan. Hierdoor
is goed te zien dat de kooi leeg is. Hans pakt het doek, dat al deels over
de kooi ligt, vast en gooit het helemaal over de kooi heen, om het kort
erna er weer vanaf te trekken. Uit de kooi die net nog leeg was komt nu
Zarina (Hans' assistente) tevoorschijn. Ze stapt uit de kooi en gaat op
een stoel zitten achter op het podium. Hans loopt er heen en gooit wederom
een van zijn 'magische' doeken over haar heen en weg is ze! Eén
van Hans' medewerkers brengt ondertussen een grote ton op het podium. Terwijl
een groot zwart/doorzichtig (decor) doek naar beneden valt komt Hans' andere
assistente op en neemt plaats in de ton. Om zeker te zijn dat ze er niet
uit kan, worden de ton en de deksel met touwen goed vast gezet. Het touw
wordt met een hangslot vast gezet. Weer komt de medewerker van Hans het
podium op, ditmaal met een groot doek dat om een soort van hoepel is bevestigd,
zodat alle kanten van de ton afgedekt zullen zijn. Als dit doek klaar ligt
gaat Hans op de ton staan, pakt het doek kijkt nog even om zich heen, en
laat het dan vallen. In die enkele seconde is Hans verdwenen en staat Nathalie
op de ton. Ze pakt het sleuteltje van het hangslot, maakt deze los en haalt
de touwen van de ton weg. Ze pakt de deksel eraf en wie komt uit de ton???
Geen Hans Klok, maar wel Zarina! Ze stapt uit de ton en wijst naar de deur,
waar het publiek zo'n half uur eerder de zaal ik binnengekomen. En ja hoor,
daar komt Hans Klok, al rennend door het middenpad richting het podium.
Enigszins nonchalant kijkt Hans eenmaal op het podium om zich heen, op
een manier van 'Wat nou? eitje!' Dit geeft mijns inziens wel een leuk effect,
want je ziet om je heen alle ongeloofwaardige blikken, waar het 'Héh
hoe kan dat nou' vanaf te lezen is.
Om even op adem te komen staat Nathalie reeds klaar met twee glazen en een fles drank. Hans pakt het ene glas en schenkt zich wat te drinken in. Hoewel Hans een kleurloze drank inschenkt, wordt het rood zodra het in het glas komt. Terwijl Hans zijn glas volschenkt ziet hij blijkbaar wat vuil op zijn mouw zitten, en zonder er verder bij na te denken laat hij het glas los en veegt hij het vuil weg. Het glas valt echter niet op de grond, maar blijft zweven! Hans pakt het glas weer vast en zet de fles terug op het dienblad. Hij pakt het andere glas en schenkt het drinken over in het nieuwe glas. Hans wacht even, keert het glas om en het rode drinken is prompt veranderd in een rood doekje. De wonderen zijn de wereld nog niet uit!! Op de tonen van een weer wat heftiger nummer begint Hans aan zijn laatste grote illusie. Een tafel met daarop een kleine (dichte) kooi staat reeds klaar. Naast de kooi een 'rek' met een soort van speren eraan. Nathalie neemt staande plaats in de kooi. Nadat Hans wederom een van zijn magische doeken ervoor langs heeft gehaald is ze verdwenen, nou ja, ze zit nu in de kooi. Hans laat dat ook zien door het voorste luik even te openen. Een van Hans' medewerkers komt op met een brandende fakkel die hij aan Hans geeft. Alle 'speren' worden door hem aangestoken, en nadat Hans de hand van Nathalie heeft aangetikt drukt hij het rek met brandende speren door de kooi heen. Voorzichtig opent Hans het luik, maar doet die met een droevige blik gauw dicht. Gelijk erna opent hij het luik alsnog en uiteraard is de kooi leeg, het enige wat te zien is, dat zijn de speren. Het luik aan de achterzijde gaat ook open en Hans draait de tafel rond zodat iedereen kan zien dat alleen de speren erdoor steken. Hij sluit de luiken en trekt het rek met de nog steeds brandende speren eruit. Deze worden gauw overgenomen door Hans' medewerker. Hans pakt ondertussen de deksel van de kooi af en smijt deze werkelijk over het podium (wat een paar keer tot gevolg had, dat hij de meest rechtse speaker op het podium er afkegelde). Hans klimt vervolgens met een doek op de kooi en laat nadat het doek weer voor de kooi langs gehaald is, Nathalie weer verschijnen. Maar Hans is nog niet klaar, want nogmaals haalt hij het doek voor de kooi langs en nu verschijnt Zarina. Het drietal springt van de tafel af en loopt naar de rand van het podium waar het drietal een overweldigend applaus krijgt.
Tafeltje Dek Je, Ezeltje
strek je!
Gelijk na de illusies valt
het grote zwarte doek nu helemaal naar beneden en wordt gelijk weggetrokken.
Hiermee is het decor van het tweede sprookje zichtbaar: Ezeltje strek je,
Tafeltje dek je! En zonder verdere aankondiging begint het eerste lied
van dit sprookje: "In een wei"
In een wei, in een wei.
In een wei, in een wei.
In een weitje, in een weitje,
staat een varken naast een
geitje,
staat een kippetje te eten
naast een koe.
Zonder beker, zonder bordje,
zonder slabbetje of schortje,
ook bestek is voor een dier
teveel gedoe.
Geen servet voor vieze vlekken,
onze mond doet al het werk.
Waar zo even nog een plant
of struikje stond,
zie je hier wat kale plekken,
iedere zondag na de kerk
Eten wij hier met z'n vieren,
steeds ons buikje rond/mals.
Meh Mekkemekkemekke meeeh
Koe boetje koetje koetje
boe,
knor knorreknorreknorre
knor.
Tok tokketokketokke tok.
In een wei, in een wei.
In een wei, in een wei.
Terwijl dit liedje aan de gang is, zijn Rigobert en Sherida het huisje van hun vader, de kleermaker, binnen gelopen. Ze zitten daar wat te spelen met lappen stof. De kleermaker loopt naar het geitje en vraagt of ze vandaag genoeg heeft kunnen grazen. De geit verteld dat ze geen van beide kinderen heeft gezien om haar te laten grazen: "Het was vandaag de buurt aan uw dochter Sherida om me te laten grazen. En gisteren, gisteren was het de beurt aan uw zoon Rigobert, maar denk maar niet dat ik ze gezien heb! Nee ik heb mooi honger staan lijden." De kleermaker vraagt zich af hoe dit toch mogelijk is, hij heeft zijn kinderen nog zo op het hart gedrukt dat ze goed voor de dieren moeten zijn. "Kip! help jij geitje even bij het grazen?" vraagt de kleermaker. En samen met de kip gaat het geitje naar een stukje grasland. "Stelletje labbekakkers, nu zit het me tot hier! Nu is er wéér niemand met de geit uit geweest. Luie donders die jullie zijn." zegt de kleermaker tegen zijn kinderen, die het totaal niet met hem eens zijn. "En nog liegen ook? Ik gooi jullie mijn huis uit. Je ziet maar dat je je eigen boterham kunt verdienen, ga maar een vak leren! Rigobert wordt jij maar meubelmaker. En Sherida... wordt jij maar molenaar. Ik heb genoeg van jullie. Stelletje hooligans! Dat noemt zich dierenvrienden. tsss!" "Zo lief geitje," vervolgt de kleermaker, "je zult nu wel genoeg hebben voor een paar dagen." "Genoeg, genoeg??" zegt het geitje, "Hoe had ik mijn buikje moeten vullen, er was geen gras om van te smullen!" De kleermaker schrikt hier een beetje van en vraagt: "Geen gras?" "Nee, het leek de ArenA wel!" antwoord het geitje. De kleermaker krijgt nu argwaan, want hij heeft het geitje zelf zien grazen. Zou hij zijn kinderen dan voor niets het huis uit gegooid hebben?! Hij beseft wat er gaande is en stuurt het geitje weg, en wil het nooit meer zien.
Dan
komt Hans Klok op. "En zo begint het verhaal dat in de wereld bekend is
geworden als het sprookje: 'Tafeltje dek je! Ezeltje strek je!' Kijk daar
zie je zoon Rigobert die meubelmaker is geworden." De oude meubelmaker,
die Rigobert het vak heeft geleerd komt naar voren met een tafeltje. "Een
tafeltje? Wat moet ik nou met een tafeltje?" vraagt Rigobert. "Ik zei toch
dat het een heel bijzonder tafeltje is. Het is een Tafeltje dek je!. De
eerste keer heb je de Magiër nodig, maar daarna kan iedereen het.
O! daar is hij al" zegt de oude meubelmaker. Hans Klok vraagt of het om
dat tafeltje gaat. Zoon Rigobert knikt. "Dat is een koud kunstje", gaat
Hans Klok verder, "dat is het eerste wat ik van Harry Potter heb geleerd.
Ja! ik heb 2 jaar bij hem op school, Zweinstein, gezeten. Ik heb trouwens
een paar boeken over hem geschreven, maar dat was niet zo'n succes." "Maar
goed," gaat Hans verder, "ik heb de hulp nodig van alle kinderen. Willen
jullie me helpen?" uit de zaal komt een twijfelachtig 'ja'. Hans speelt
er goed op in en vraagt het nogmaals, waarbij hij de handen bij zijn oren
houd om aan te geven dat hij het goed wil horen. Een overweldigend 'JA!'
is het gevolg. "Goed," vervolgt Hans, "Als ik het zeg, blazen we allemaal
naar de tafel. Blazen, blazen." Ondertussen kijkt Hans de zaal in, en negen
van de tien keer wijst hij dan naar iemand op de eerste rij en zegt: "Niet
spugen hè!" Het blazen heeft geholpen want het tafeltje begint te
zweven. Als hij het tafeltje heeft terug gezegd zegt hij: "En da's géén
IKEA! Trouwens, over IKEA gesproken, er zit garantie op. En elke keer als
je zegt 'Tafeltje Dek je' dan dekt de tafel zich vanzelf." Rigobert is
dolblij met zijn nieuwe aanwinst en wil het gelijk aan zijn vader laten
zien. Maar dat plan wordt ruw verstoort als er plots een dief op het podium
staat, én het tafeltje te pakken heeft. Rigobert probeert nog om
de dief te pakken, maar dat lukt niet. Hans, die nog steeds op het podium
staat heeft een idee, hij pakt een zwaard en zegt: "Ik ga deze dief eens
middeleeuws afstraffen." Waarna een bijna duivelse lach te horen is. Met
het stroboscope-effect is heel mooi te zien dat Hans achter de dief aan
zit. Als ze beide in de coulissen staan is in de zaal een harde gil te
horen. Al snel is te zien waar dat vandaan komt, de gehalveerde dief loopt
over het podium, gevolgd door Hans met z'n zwaard.
Het verhaal gaat verder met dochter Sherida die reeds met de molenaar zelf op de molen staat. Ze is erg trots op Sherida die alle geheimen van het molenaarsvak snel onder knie heeft gekregen. Als beloning krijgt ze een ezel. Voor Sherida is dat toch een kleine tegenvaller, ze wil graag zelf een molen hebben. en om daar voor te sparen had ze gehoopt op iets anders dan een ezel, al was het maar één goudstuk. "Maar dit is geen gewone ezel," antwoord de molenaar, "loop maar even om dan laat ik het je zien. Met deze ezel krijg je geen kleine bijdrage, maar een hele molen, het is een Goudezel. Als je zegt 'Ezeltje strek je' dan rollen er van achteren goudstukken uit." Sherida vindt het maar een vreemd verhaal. De molenaar wil het wel even laten zien, maar bedenkt zich, dat het beter is om het gelijk door Sherida te laten doen, en ze legt uit wat ze moet doen. "Nou, het zou mij benieuwen!" Ze houd de staart omhoog en zegt: "Ezeltje strek je!" En warempel, er komen inderdaad goudstukken uit. Een leuk detail is dat dit gepaard gaat met het geluid van een gokapparaat. In de molen zie je ook een fruitmachine staan en knipperen alle lampjes alsof de jackpot is gevallen. Sherida is door het dolle heen en vraagt zich af "Wat zou m'n vader hier van vinden? Wat zou mijn vader vinden van het vak?"
Wat zou mijn vader vinden
van het vak,
mijn hele ziel mijn hele
zaligheid,
Wat zou mijn vader vinden
van het vak,
van mijn keus, voor altijd
Wij, wij gaan nu vlug,
naar vader terug,
eens zien wat hij zegt.
Hij, hij heeft ons ooit,
het huis uit gegooid,
maar meende het niet echt.
Zou hij niet trots zijn dat
ik hem nu alle soorten meubels geven kan?! (Rigobert)
Zou hij niet trots zijn
als hij hoort dat ik al molenaar door het leven kan?! (Sherida)
Wat je ook doet,
je moet er blij mee zijn,
want je moet dat levenslang.
Wat je ook kiest je moet
er vrij in zijn,
je verliest onder dwang.
(Danssolo)
Wat je ook doet,
je moet er blij mee zijn,
want je moet dat levenslang.
Wat je ook kiest je moet
er vrij in zijn,
je verliest onder dwang.
Wees niet bang!!!
Tijdens dit lied staan een paar meubelmakers achter in de hoek van het podium om halverwege het nummer naar voren te komen en te dansen. Het leuke hierbij is dat een complete lichtinstallatie naar beneden komt, waardoor het geheel een disco-achtige uiterlijk krijgt. De lasers schijnen op de discobollen, waardoor door de gehele zaal overal groene puntjes te zien zijn. In dit nummer zit ook een 'break' meestal geeft een van de dansers een danssolo. Dit nummer is qua muziek ook het meest van deze tijd, wat overigens niet wil zeggen dat het er niet in past, in tegendeel zelfs. Als het nummer is afgelopen komt de kleermaker blij uit zijn woonwagen, omdat zijn zoon en dochter weer terug zijn. Beide leggen uit van er van hen is geworden en wat ze als beloning hebben gekregen. "Dat wil ik met eigen ogen zien," zegt de kleermaker, "en ik niet alleen, ik laat alle gasten hier op de Droomwei er van mee genieten." Hij loopt naar de andere woonwagens en klopt/slaat hard op de wagens om de gasten wakker te maken. Als alle sprookjesfiguren uit hun wagens zijn gekomen verteld de kleermaker wat er precies aan de hand is, "Koninklijke hoog en laagheden, mijn zoon heeft een tafeltje die zich zelf dekt met de heerlijkste gerechten." "Hef allemaal het glas," vervolgt Rigobert "en zeg samen met de kinderen van de Efteling: Tafeltje... dek je!" Onder luid geschreeuw van alle kinderen is achter op het podium te zien hoe zwevende gerechten (met een zwart doek als achtergrond) op de tafel terecht komen. Door een 'blacklight'-effect wordt bijna alles zwart/onzichtbaar, behalve de fellere blauwe, rode, gele en natuurlijk witte kleuren. De kleren van de sprookjesfiguren zijn hier speciaal op gemaakt want nu pas zijn de felle kleuren te zien, die je met normaal licht niet ziet. Nadat het Tafeltje gedekt is en de sprookjesfiguren weer op weg zijn naar hun woonwagens, roept de kleermaker hen terug. "Niet weg gaan, niet weg gaan! Mijn dochter heeft ook iets, een goudezel" De sprookjesfiguren willen dan wel eens weten wat dat mag zijn. "Dat is een ezel waarvan achter, op commando, goudstukken komen," antwoord Sherida terwijl ze alvast naar de molen loopt. Als ze boven is aangekomen dan haalt ze de staart van de ezel omhoog en roept (samen met de kinderen van de Efteling) "Ezeltje strek je!". Maar er komen geen goudstukken, alleen het geluid van een scheet, en dus veel stank. De sprookjesfiguren van de Droomwei zijn hier natuurlijk niet voor uit hun bed gekomen en zingen:
Hou je geintjes voortaan
voor je, wij staan hier nu mooi voor aap.
Kijk een sprookjesprins
die hoor je niet te storen in z'n slaap.
Hans en Grietje en Roodkapje
zeggen hier bij simpelweg,
hou ons niet meer voor het
lapje, laat me leggen waar ik leg.
Sherida moet verschrikkelijk huilen, omdat haar ezel het niet meer doet. Rigobert probeert haar op te vrolijken en zegt: "Ach, daar boven is natuurlijk niet genoeg te eten." De kleermaker heeft ineens een goed idee, "laten we hooi gaan verzamelen, misschien willen onze gasten en de kinderen van de Efteling wel helpen zoeken." Terwijl de kinderen de (voor de show in de zaal verstopte) hooibalen naar de molen brengt, speelt Sherida een klein spelletje met het publiek; wie kan er het hardst schreeuwen en wie kan het hardst applaudisseren. Nou dat hoef je de kinderen geen tweede keer te vragen. Een oorverdovend gegil en geschreeuw is het gevolg. Als alle hooibalen bij de molen staan zegt Sherida: "Zo ezeltje, ga maar lekker achter de molen staan, dan kun je rustig eten. De kinderen hier in de Efteling zullen vast wel goed voor je zorgen." "Tja," zegt de kleermaker, "We kunnen natuurlijk niet blijven sjouwen. Als die ezel daar op het balkon blijft, dan komt die om van de honger, en is onze goudmijn op vier poten mooi naar de knoppen." Rigobert weet echter wel beter, en verteld dat de ezel naar beneden komt. Ze zijn immers in de Efteling, "ooit gehoord van een vliegend tapijt?" En ja hoor, daar komt de ezel (begeleid op een oosterse melodie) op zijn tapijt naar beneden. Ook in deze scène wordt weer gebruik gemaakt van het 'blacklight'-effect. Als de ezel beneden is aangekomen probeert Sherida nogmaals wat goudstukken te krijgen. En ditmaal lukt het wel, en ook deze keer doet de 'fruitmachine/gokmachine' in de molen haar dienst. "Nu ben ik heel rijk" zegt Sherida, "laat allemaal je mooiste kleding zien. Want ik heb een prachtig cadeau, we gaan er een feest van maken!" Op het podium staan dan reeds 2 lichtgevende "cadeaus". En dan wordt het slotnummer ingezet, waarbij iedereen nogmaals op het podium verschijnt. De gasten op de Droomwei op het podium, de overige dansers van het Holland Show Ballet (in het roze gestoken) op de eerste rij pakjes, die langzaam uit de vloer komen.
Als je zo een ezel in de
wei hebt staan,
weet je dat je aardse zorg
voorbij zal gaan.
Altijd vol op centjes,
nooit meer die momentjes,
van hoe knoop ik de eindjes
aan elkaar.
Maar
je kunt dit leven ook wel zonder geld,
geld maakt niet gelukkig
wordt verondersteld.
Vaak kun je met dromen,
heel wat verder komen,
maak die dromen hier vandaag
dus waar.
('Pardoes-illusie')
In de Efteling voelt iedereen
zich rijk,
miljonair, miljardair.
Wie de Efteling betreed
voelt zich gelijk,
miljonair, miljardair.
Of een toverstaf, jou vleugels
gaf,
nee zo'n dagje hier neemt
niemand je meer af.
Het geldt voor boven en
voor onder de Moerdijk,
in de Efteling, in de Efteling
voelt iedereen zich rijk.
In de Efteling voelt iedereen
zich rijk,
miljonair, miljardair.
Wie de Efteling betreed
voelt zich gelijk,
miljonair, miljardair.
Of een toverstaf, jou vleugels
gaf,
nee zo'n dagje hier neemt
niemand je meer af.
Het geldt voor boven en
voor onder de Moerdijk,
in de Efteling, in de Efteling
voelt iedereen zich rijk.
Tijdens dit nummer (na het eerste refrein) komt Hans Klok nogmaals op met een grote kar. Samen met de wolf kantelt hij de kist die erop staat, en iedereen kan zien dat het leeg is. De kist wordt weer terug gezet en als deze dan opengaat komt niemand minder dan Pardoes tevoorschijn. Voor de kleine kinderen is natuurlijk een geweldig moment, je hoort het ook de reacties. Hans rijdt de kar weer van het toneel waarna het lied verder gaat. Even later komen de zanger, zangeres, de beide assistentes en natuurlijk Hans Klok voor de laatste maal op om een hartelijk applaus in ontvangst te nemen. En met deze 'Grand Finale' is er een eind gekomen aan de Wonderlijke Efteling Show.
De "Wonderlijke Efteling
show" nader bekeken
Nadat vier jaar lang de
met een Big-E award bekroonde 'Nieuwe Sprookjesshow' op de planken had
gestaan was het nu echt tijd voor iets nieuws. En dat kwam er ook, in een
gloednieuw theater zelfs. Zoals gezegd heeft de huidige show geen drie,
maar twee sprookjes die opgevoerd worden. Mede doordat Hans Klok tussen
de beide sprookjes ook wat tijd nodig heeft duurde het geheel op 28 maart
(openingsdag 2002) toch al gauw een uur. Bijna een keer zo lang als zijn
voorganger. Doordat er dit jaar ook per dag één show meer
wordt opgevoerd ten opzichte van vorig jaar, bleek dat de tijd tussen de
shows wel erg kort was. In de eerste weken van het seizoen is flink geknipt
in de show, waar Tonny Eyk de muziek voor heeft geschreven. Oorspronkelijk
werd in de inleiding al verteld dat er ook een Magiër op de Droomwei
aanwezig was. En de 'kleding-truc' van Assepoester werd eerst vooraf gegaan
aan een scene waarin je een etalage zag met daarin de galajurk. Hans gooit
er een doek over en de jurk is weg. Daarna voert Hans de truc uit zoals
deze nu nog steeds gedaan wordt. Wat betreft de sprookjes zelf, klopt het
ook niet helemaal. Ten eerste komt in beide sprookjes geen Magiër
voor. Maar het is wel een mooie manier om Hans Klok (en volgend jaar Christian
Farla) in de show te verwerken. Men heeft zich vooral bij het sprookje
van "Tafeltje dek je, Ezeltje strek je, Knuppel uit
de zak!" beroepen op artistieke vrijheid, want wie het sprookje goed
kent ziet gelijk al een aantal verschillen. Zo heeft de kleermaker in het
originele sprookje drie zoons (en dus niet een zoon en dochter). Op 28
maart werd het middeleeuws afstraffen ook nog niet gedaan, omdat men toen
het origineel beter volgde. Toen kwam Rigobert met het, door de dief, omgewisselde
tafeltje op om het te demonstreren. Dit lukt immers niet, en dan rent de
dief over het podium gevolgd door Hans met een 'Knuppel uit de zak'. Dit
was een heel doorzichtige 'truc' maar het paste wel goed in de show. Verder
zijn diverse liedjes grondig ingekort. Al met al duurt de show nu 45 minuten,
nog steeds tien minuten langer dan de shows van vorig jaar. Maar als je
de show bekijkt heb je totaal niet het idee dat het zo lang heeft geduurd,
wat alleen maar aangeeft dat het een goede show is. Immers 'als je het
leuk hebt, dan vliegt de tijd'. In deze beschrijving worden Zarina en Nathalie
als Hans' assistentes genoemd. Maar zij zijn niet de enige, Hans heeft
nog meer assistentes. In totaal zijn er vijf assistentes, waarvan Zarina
en Debbie het meeste optreden.
Foto: