Op de Droomwei (inleiding)
Gelaarsde Kat:
Weten jullie wie wij zijn?
Dat zal ik jullie vertellen, dit hier is de kleermaker uit "Tafeltje
dek je! Ezeltje strek je!"
Kleermaker:
En dit is de Gelaarsde
Kat.
Gelaarsde Kat:
En dit is mijn trompet en
nu willen jullie natuurlijk weten waarom ik er op blies.
Kleermaker:
Nou gewoon omdat ik zij
blaas erop.
Gelaarsde Kat:
Nee hoor om onze gasten
hier in de woonwagens waker te maken. Willen jullie weten wie die gasten
zijn? Dat zijn allemaal sprookjesfiguren omdat de Efteling vijftig jaar
bestaat mogen ze hier een paar dagen logeren op de Droomwei van het grote
Sprookjesbos
Kleermaker:
Roodkapje
is er, en de Moeder van de Zeven Geitjes, de
Boze Wolf, die is vegetariër geworden en nu de dikste maatjes met
moeder geit ze zijn op mekaar.
Gelaarsde Kat:
En dan hebben we nog de
Heks en Klein Duimpje en Sneeuwwitje
en Hans & Grietje en de Prins en
Assepoester ze zijn er allemaal kijk daar komen ze!
Op de Droomwei
Dit noem ik pas een feest
ik spreek ook namens
Assepoes
dit is compleet iets anders
voor ons beide,
Hier is geen kaviaar,
alleen patat met appelmoes
geen trommen geen vervelende
lakeien.
Het baden in champagne heb
ik hier geen dag gemist
gewoon de koude kraan erop
dan voel je je verfrist.
Zo samen op een luchtmatras
dat is voor mij geluk
moedergeit wordt het spektakelstuk
Dit
is de plek waar heel 't sprookjesland elkaar ontmoet
je weet niet wat je ziet
op de droomwei.
Roodkapje en de heks, de
boze wolf het blauwe bloed,
je weet niet wat je ziet
op de droomwei.
De sprookjesprins gooit
hier alleen voor het plezier
z'n koninklijke remmen even
los
op de Droomwei, op de Droomwei,
van het grote Sprookjesbos
Hier hoef je niet op chic,
hier zit echt geen strijkkwartet,
hier hoef je niet de koets
in om te wuiven,
Hier zit je niet rechtop,
aan weer een ander staatsbanket
je kan gewoon een kippenpootje
kluiven
hier heb ik Hans
en Grietje liefdevol geadopteerd
nooit heeft de heks gelachen
maar nu heeft ze het geleerd
Klein
Duimpje en Roodkapje worden hier misschien
een paar
op de Droomwei worden sprookjes
waar.
Hier ligt de prins van Asspoes
te dollen met de heks
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei
dit is ook een idee voor
onze Maxima en Lex
je weet niet wat je ziet
op de Droomwei
Hier heeft naast moeder
geit, de wolf zich neergevlijd
voor een middagdutje op
het groene mos
op de Droomwei, op de Droomwei,
van het grote Sprookjesbos
Prins:
Ooh, nee!!
Hans:
wat is er?
Grietje:
Waarom ben je zo bedroefd?
Prins:
Oh, Hans oh Grietje mijn
vrouw, prinses Assepoes is weg.
Gelaarsde Kat:
Laten we allemaal gaan zoeken,
sneeuwwitje kijk jij daar en heks ga jij de zaal maar in.
Klein Duimpje:
De Stiefmoeder, dat moet
de Stiefmoeder gedaan hebben!
Gelaarsde Kat:
Klein Duimpje heeft gelijk
we moeten de Magiër roepen doe allemaal even mee! Magiër, Magiër
Magiër!
-Magiër komt op-
Prins:
Maar beste Magiër hoe
kan dit? Mijn prinses is weer het sloofje van vroeger ze was zo mooi en
nu ben ik weer terug bij af.
Heks:
En zij ook, moet je kijken
hoe ze eruit ziet!
Wolf:
Dat moet zij zeggen!
Magiër:
Rustig rustig, laat mij
maar even.
Magiër:
Zo en nu wil ik wel eens
weten uit welke sprookje jullie twee zijn?
Gelaarsde Kat:
Zie je dat dan niet ik ben
de Gelaarsde Kat
Kleermaker:
En ik ben de kleermaker
uit "Tafeltje dek je! Ezeltje strek je!"
Magiër:
Oké dan is dat duidelijk
naar welke sprookje willen we eerst kijken, eerst jouw verhaal kat. Luister...
De kat woonde tot verkort bij een molenaar en z'n drie zonen maar de goede
man is helaas overleden alles wat hij bezat dat was niet veel hoor maar
hij liet het naar aan zijn drie zonen, de oudste kreeg de molen de middelste
kreeg de DVD-speler en de derde Teun, Teun kreeg de kat.
Teun:
Oooh lieve kat m'n egotistisch
broers hebben me het huis uit geschopt en nu ben jij het enige levende
wezen dat me lief is.
Gelaarsde Kat:
Maar baas dat is toch geen
enkele reden om treurig te zijn jij bent altijd goed geweest voor mij nu
is het mij beurt om goed te zij voor jouw ik ga je rijk maken we gaan op
reis volg me.
Teun:
Volg me? Hier door die konijnen
keutels? Bah! vies!
Gelaarsde Kat:
Wat nou Bah! vies? Roep
liever hoera want die konijnen keutels betekenen dan we vlak bij een konijnen
hol zijn, had jij geen wortel bij je?
Teun:
Ja maar die wil ik houden
voor als ik honger krijg.
Gelaarsde Kat:
Wat is nou lekkerder een
wortel of een konijn, ik denk toch wel een… konijn? Alstublieft, meneer
wordt op zijn wenken bediend daar kan geen frikadel tegen op.
Teun:
Hoor eens? Wat is dat?
Gelaarsde Kat:
De koninklijke garde komt
eraan de wacht voor het paleis moet afgelost worden laten we gaan kijken.
Ik krijg me daar toch een kanjer van een idee.
Koning:
Volgens de wet moet ik je
laten opsluiten wegens orde verstoring maar volgens mijn hart moet ik je
een goudstuk geven omdat je me zo hebt geamuseerd, wat doen we kinderen
gevangenis of goudstuk?
zaal:
GOUDSTUK!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Koning:
Een goudstuk dus alsjeblieft.
Gelaarsde Kat:
Voor wat hoort wat kijk
eens wat ik voor je heb majesteit namens mij meester de Markies van Carabas.
Koning:
Wat een leuke verassing
wilt u uw meester hartelijk danken en zeggen dat ik hem met vreugde zal
op peuzelen.
Gelaarsde Kat:
Mijn meester op peuzelen?
Koning:
Nee kat z'n konijn natuurlijk.
Gelaarsde Kat:
Ik zal hem danken en hem
ook namens u hartelijke groeten. Zo en nou moet ik Teun op scharrelen want
de grote reis gaat beginnen. Teun, Teun waar ben je! Kom tevoorschijn.
Teun:
Hier ben ik.
Gelaarsde Kat:
Teun we gaan op pad volg
me. Ik moest je nog hartelijk bedanken van de koning.
Teun:
Mij danken van de koning.
Gelaarsde Kat:
Mmmja. Hij zei: "Wilt u
uw meester hartelijk danken voor het konijn."
Teun:
Nou ik snap er niets van.
Gelaarsde Kat:
Dat hoeft ook tenminste
niet nu als je het straks maar begrijpt. Pas op het is glad hier. Durf
jij te glijden?
Teun:
Nou nee ik ben geen kat
jullie komen altijd op je pootjes terecht. Let goed op hoe ik dat doe.
Gelaarsde Kat:
Kom op baas laat je niet
kennen, kijk mij nou ik lijk wel een kat dat had je gedacht katten zijn
veel slimmer dan mensen. Ik heb alweer iets bedacht om jouw rijk te maken
kleed je uit en ga zwemmen,
Teun:
Zwemmen? Maar ik heb geen
zwembroek bij me.
Gelaarsde Kat:
Nou en dacht je nou echt
dat de kinderen in de Efteling zitten te wachten op jouw blote billen?
Nee toch kinderen?!?
zaal:
Nee!!!!!!!!!!
Gelaarsde Kat:
Zie je nou nee.
Teun:
Ja, maar ik hou me ondergoed
aan want ik hoorde er ook een paar ja roepen. Hé je kunt hier staan!
Kijk dan!
Gelaarsde Kat:
Precies zo als ik dacht
de koning en z'n dochter. Majesteit help mijn meester, de Markies van Carabas,
hij verdrinkt.
Teun:
Wat nou verdrinkt? Ik zoek
allen maar m'n kleren.
Gelaarsde Kat:
He baas, speel dit spelletje
nou even mee zo wordt je nooit rijk. Majesteit wat een toestand, mijn meester
wilde met alle geweld een beetje gaan zwemmen, nu zijn al zijn dure markiezen
kleren gestolen, hij heeft allen z'n ondergoed nog. Zo kan de markies toch
niet over straat.
Magiër:
Ja zo kan de markies ook
niet over straat en daarom ben ik even wees te shoppen, -C&A- en heb
deze kleren mee genomen.
Gelaarsde Kat:
Magiër we hebben nog
een dienst meisje nodig?
Magiër:
Een dienstmeisje? Helemaal
vergeten!
Gelaarsde Kat:
Ik heb ze tuk
Koning:
Het is precies de man voor
m'n kind.
Prinses:
Het is een spetter die me
verblind.
Hoe lijf in hem in?
Hoe krijg ik mijn zin, ‘k
weet best waaraan ik begin.
’t Is een meer dan goeie
partij, die man hoort bij mij.
die man moet erbij.
We hebben beet, we hebben
beet, we hebben beet,
zo'n rijke edelman voldoet
aan onze wensen.
Van alles wat hier gebeurt
heb ik geen weet,
waarom krijg ik toch zoveel
liefde van die mensen.
Die speelt heus niet alleen,
heeft ‘ie goud of heeft ‘ie geld,
bij adel wordt hoe ziet
zo'n man eruit ook meegeteld.
We hebben beet, we hebben
beet, we hebben beet,
kijk toch hoe schitterend
dit heerschap is gekleed.
Gelaarsde Kat:
Ik heb ze tuk, tuk, tuk,
tuk, tuk, tukketukketukke tuk tuk tuk tuk tuk tukketukketukke tuk tuk tuk
tuk tuk tukketukketukke tuk.
Help eens even allemaal
mee, doe mee. (De kat staat dan midden in de zaal)
Boeren en boerinnen:
Maai, maai,
zwaai, zwaai,
maai, maai.
Gelaarsde Kat:
Beste boeren en boerinnen
jullie moeten mij even helpen zo dadelijk komt de koning voorbij met zijn
vriend de markies van carabas, doe mij een lol doe net of al dit land van
hem is. Oké?
Boeren
en boerinnen:
Het wuivende graan,
dat u ziet staan,
allemaal van de Markies.
Kleigrond tot zand,
boompje of plant.
Al het wijngebied, dat is
zijn gebied.
Ver in het rond,
vruchtbare grond.
Allemaal van de Markies.
Elk gewas dat ik zaai,
al het koren dat ik,
Maai, maai, voor de Markies,
zwaai zwaai, voor de Markies.
Maai maai voor de Markies,
die van Carabas.
Tovenaar:
Hoe haal je het in je katte
kop om te zeggen dat de Markies van Carabas de eigenaar van al dit land
is, het is van mij en van niemand anders! Net als dit kasteel ook die boeren
zijn bij mij in dienst.
Gelaarsde Kat:
Grapje, grapje! Weet u wel
dat overal in dit land met grote bewondering over u gesproken wordt?
Tovenaar:
Is dat echt waar katertje
wat leuk om te horen wordt er nog meer gezegd?
Gelaarsde Kat:
Mmja er zijn zelfs mensen
die zeggen dat u een toverkracht bezit waar zelfs Hans Klok niet aan kan
tippen, kunt u dat eens laten zien?
Tovenaar:
Natuurlijk let op daar komt
'ie! Ik ben veranderd in een leeuw en niet Loekie de Leeuw. Kom hier kat
ik grijp je ik eet je op met huid en haar. Het is zaterdag het is kattendag!!!
En wat vond je ervan?
Gelaarsde Kat:
Fantastisch wat zal die
Hans Kazàn jaloers zijn! Maar euhh, kunt u ook veranderen in iets
kleins, een muis bijvoorbeeld?
Tovenaar:
Een muis dat doe ik met
m'n pink.
Gelaarsde Kat:
Ik heb hem tuk ik hem tuk.
Welkom hier majesteit in het kasteel van de Markies van Carabas u bent
net op tijd daar komen de eerste gasten al, stel ze even aan u voor: Vadertje
Tijd met Jonkvrouw Kandelaar, Grootvorst Vuur tot Vlammetje met de Freule
van Maneschijn tot Rozengeur. Tot slot Hertog Hengelaar van Simmetje met
Barones Geranium van Bloemenpot, wat ruikt ze toch weer heerlijk.
Prinses:
Oh markies ik kan u niet
vertellen hoe zeer ik onder de indruk ben van alles wat ik heb gezien u
kasteel u landerijen u kennissenkring.
Koning:
Zou het niet prachtig zijn
als u als kroon op dit alles mijn dochter tot de uwe zal maken?
Teun:
Majesteit ik kan het niet
geloven ik kan alleen maar zeggen: Ja ik wil!!!
Leve de Markies van
Carabas
Had je mij ook willen trouwen
als ik niet zo'n mooi kasteel,
en niet al die landerijen
had gehad? (Teun)
Had je mij ook willen trouwen
als ik hooguit maar een deel,
van hetgeen dat ik nu bezit
bezat. (prinses)
Echt ook als jij geen prinses
geweest was zou ik ook alleen,
enkel alleen ook maar met
jou hier willen staan. (Teun)
Ook al ben je dan Markies,
toen ik je zag wist ik meteen,
ook al heeft die man geen
cent, ik durf het aan. (prinses)
Alleen met jou, alleen met
jou,
met niemand anders zou ik
zoiets doen.
Alleen met jou, alleen met
jou,
alleen met jou. (Teun
en de prinses)
Leve de Markies van Carabas
leve onze dienaar de Gelaarsde
Kat.
Zing het bruidspaar toe
en hef het glas,
was er ooit een paar dat
zo heeft liefgehad.
Het moet geen betoog, zij
leven hoog!
Magiër:
Dit sprookje is gelukkig
goed afgelopen zo zie je maar, tijd voor een beetje mystery!!!
In een wei
In een wei, in een wei.
In een wei, in een wei.
In een weitje, in een weitje,
staat een varken naast een
geitje,
staat een kippetje te eten
naast een koe.
Zonder beker, zonder bordje,
zonder slabbetje of schortje,
ook bestek is voor een dier
teveel gedoe.
Geen servet voor vieze vlekken,
onze mond doet al het werk.
Waar zo even nog een plant
of struikje stond,
zie je hier wat kale plekken,
iedere zondag na de kerk
Eten wij hier met z'n vieren,
steeds ons buikje rond/mals.
Meh Mekkemekkemekke meeeh
(Geitje)
Koe boetje koetje koetje
boe, (Koe)
knor knorreknorreknorre
knor. (Varken)
Tok tokketokketokke tok.
(Kip)
In een wei, in een wei.
In een wei, in een wei.
Kleermaker:
Zo geitje heb je vandaag
lekker kunnen grazen.
Geitje:
Nee alweer niet het was
vandaag de beurt van u dochter Sherida om me te laten grazen maar euhh
ik wacht nog steeds op haar.
Kleermaker:
En gisteren dan? Heb je
gisteren niet lekker je buikje rond gegeten.
Geitje:
Gisteren? Gister was het
de beurt van u zoon Rigobert, maar denk maar niet dat ik hem gezien heb.
Nee, ik heb mooi honger staan leiden!
Kleermaker:
Hoe is het toch mogelijk?
Kip, wil jij geit begeleiden bij het grazen?! Hoe vaak heb me kinderen
niet gezegd dat ze goed moeten zijn voor de dieren. Heh, verrek ik moet
hierdoor. Stelletje labbekakkers nu zit het me tot hier nu is er vandaag
wéér niemand met de geit uit geweest!! Luie donders die jullie
zijn.
Rigobert:
Wel waar. Ik ben gister
nog geweest.
Sherida:
En ik eergister nog
Kleermaker:
En nog liegen ook nou word
ie helemaal mooi ik gooi jullie mijn huis uit. Eruit! En jij ook. Je ziet
maar dat je je eigen boterham kunt verdienen ga maar een vak leren. Rigobert
wordt bij maar meubelmaker en Sherida wordt jij maar molenaar. Ik heb genoeg
van jullie, stelletje hooligans. Dat noemt zich dierenvrienden, tsss. Zo
lief geitje je zult nu wel genoeg hebben voor een paar dagen.
Geitje:
Genoeg, genoeg hoe had ik
mijn buikje moeten vullen.
Er was geen gras om van
te smullen.
Kleermaker:
Geen gras??
Geitje:
Nee het leek de ArenA wel!!
Kleermaker:
Was er geen gras? Maar geitje,
je staat gewoon te jokkebrokken. Ik heb met mijn eigen ogen gezien hoe
je stond te smikkelen en nu zeg je......., zouden mijn kinderen dan toch?
Heb ik ze voor niets het huis uit gegooid? Geit je verdiend het niet bij
me te wonen zoek je eigen weg en laat je nooit meer bij me huisje zien.
Magiër:
Ja, en zo begint het verhaal
dat in de wereld beroemd is geworden als het sprookje "Tafeltje
dek je! Ezeltje strek je!". Kijk daar zie je zoon Rigobert die meubelmaker
is geworden.
Rigobert:
Een tafeltje? Wat moet ik
nou met een tafeltje?
Meubelmaker:
Ik zij toch dat het een
heel bijzonder tafeltje is! Een Tafeltje dek je! De eerste keer heb je
altijd de Magiër nodig om het tafeltje toverkrachten te geven en daarna
kan iedereen het. Oh, daar is ie al.
Magiër:
Dat is een koud kunstje,
dat is het eerste wat ik van Harry Potter heb geleerd. Ja! ik heb 2 jaar
bij hem op school, Zweinstein, gezeten. Ik heb trouwens een paar boeken
over hem geschreven, maar dat was niet zo'n succes. Maar goed, ik heb alleen
de hulp nodig van alle kinderen. Willen jullie mij helpen?
zaal:
Ja!!
Magiër:
Willen jullie mij helpen?!?
zaal:
JAAAAH!!!!!
Magiër:
Als ik zeg blaas dan blazen
jullie naar het tafeltje. Blaas blaas.
En da's géén
IKEA! trouwens over IKEA gesproken er zit garantie op. Als je zegt 'Tafeltje
dek je! dan dekt de tafel zich vanzelf.
Rigobert:
Dat ga ik meteen aan mijn
vader laten zien. Wat zal ze trots op mij zijn. Hey, een dief!!! Houd de
dief!!!
Magiër:
Ik ga deze dief eens middeleeuws
afstraffen. Aha haa haaaaaaaaaaaaaaaaaa!!!!!!
Molenaar:
Nou Sherida, sinds je vader
je het raam heeft uitgegooid heb je heel wat geleerd, alle geheime van
het molenaarsvak heb je onder de knie. Je kunt een eigen molen gaan beginnen.
Sherida:
Maar die kan ik niet betalen.
Molenaar:
Dat kun je wel kijk maar
wat ik voor je heb een ezel.
Sherida:
Een ezel? Wat moet ik nou
met een ezel? Ik had liever een kleine bijdragen gehad om te sparen voor
een eigen molen al was het maar een goudstuk.
Molenaar:
Loop maar even om dan laat
ik het je zien. Met deze ezel krijg je geen kleine bijdragen je krijgt
meteen de hele molen want dit is een goud ezel als je zegt: 'Ezeltje Strek
Je dan rollen er van achter goudstukken uit.
Sherida:
Waar rollen die dan uit?
Molenaar:
Van achteren van onder z'n
staart vandaan. Van onder z'n staart vandaan?
Sherida:
Maar daar komen toch geen
goudstukken uit?
Molenaar:
Normaal niet maar wel bij
een Goudezel ik zal het je laten zien. Of wat nog beter is, doe het maar
zelf houd z'n staart omhoog en roep: Ezeltje Strek Je. Zal mij benieuwen.
Ezeltje strek je!!! Wat zal mijn vader hier van vinden wat zal mijn vader
er van vinden van m'n vak?
Wat zou mijn vader
vinden van het vak (door Rigobert & Sherida)
Wat zou mijn vader vinden
van het vak,
mijn hele ziel mijn hele
zaligheid,
Wat zou mijn vader vinden
van het vak,
van mijn keus, voor altijd
Wij, wij gaan nu vlug,
naar vader terug,
eens zien wat hij zegt.
Hij, hij heeft ons ooit,
het huis uit gegooid,
maar meende het niet echt.
Zou hij niet trots zijn dat
ik hem nu alle soorten meubels geven kan?! (Rigobert)
Zou hij niet trots zijn
als hij hoort dat ik al molenaar door het leven kan?! (Sherida)
Wat
je ook doet,
je moet er blij mee zijn,
want je moet dat levenslang.
Wat je ook kiest je moet
er vrij in zijn,
je verliest onder dwang.
(Danssolo)
Wat je ook doet,
je moet er blij mee zijn,
want je moet dat levenslang.
Wat je ook kiest je moet
er vrij in zijn,
je verliest onder dwang.
Wees niet bang!!!
Kleermaker:
Nee maar m'n kinderen zijn
terug.
Sherida:
Vader we zijn er weer.
Kleermaker:
M'n zoon m'n dochter vertel
eens vlug wat is er van jullie geworden?
Rigobert:
Ik ben meubelmaker geworden
en ik heb voortaan altijd te eten.
Kleermaker:
Betaalt dat meubelmakers
vak dan zo goed?
Rigobert:
Nee vader dat niet maar
ik heb een 'Tafeltje Dek Je' waardoor ik altijd verzekerd ben van lekker
eten
Kleermaker:
En jij m'n dochter wat is
er van jouw geworden?
Sherida:
Ik ben molenaar geworden
en rijk.
Kleermaker:
Rijk? Maar van het molenaars
bestaan wordt je toch niet rijk?.
Sherida:
Nee maar wel van de ezel
die ik heb gekregen als ik zeg: 'Ezeltje Strek Je!' dan rollen der goudstukken
uit.
Kleermaker:
Dat wil ik zien en ik niet
alleen ik laat iedereen hier op de Droomwei ervan mee genieten. Alle gasten
verzamelen!! Alle gasten verzamelen!!
Sprookjesfiguren:
Wat is hier aan de hand?
Is er brand? Moet dan nou midden in de nacht?
Kleermaker:
Zo Rigobert als jij je tafeltje
nou vast klaar zet kunnen we ze meteen verbluft laten staan. Koninklijke
Hoogheden en minderheden, mijn zoon heeft een tafel die zich zelf kan dekken
met de heerlijkste gerechten die er bestaan en dat gaat hij ons nu laten
zien.
Wolf:
Auhoe jam dat komt goed
uit want mijn vriendin die heeft het gras veld op.
Rigobert:
Neemt u allemaal even plaats
aan u tafel hef het glas en zeg samen met de kinderen van de Efteling tafeltje
dek je!!!!
Kleermaker:
Nee niet weg gaan niet weg
gaan!!! Mijn dochter heeft ook nog iets. Een Goudezel.
Wolf:
Een Goudezel wat mag dat
zijn.
Sherida:
Dat is een ezel waaruit
achteren, op commando, goudstukken komen. !k ga alvast naar boven.
Wolf:
Dus zo gezegd een ezel die
Euro’s poept, waarom kan jij dat niet?
Prins:
En waar is die ezel dan?
Die staat op het balkon van de molen. Op het balkon? Een ezel hoort toch
niet op het balkon? Richt u blik op de ezel en beleef het wonder mee, daar
gaat ie dan ezeltje strek je!!!
Hou je geintjes voortaan
voor je, wij staan hier nu mooi voor aap.
Kijk een sprookjesprins
die hoor je niet te storen in z'n slaap.
Hans en Grietje en Roodkapje
zeggen hier bij simpelweg,
hou ons niet meer voor het
lapje, laat me leggen waar ik leg
Rigobert:
Sherida, je hoeft toch niet
bedroeft te zijn die ezel heeft gewoon honger. Tja er is op het balkon
gewoon niet genoeg eten.
Kleermaker:
Laten we hooi gaan verzamelen,
misschien willen onze gasten en de kinderen van de Efteling wel even helpen,
ga ze maar zoeken.
Sherida:
Zo ezeltje, ga maar lekker
achter de molen staan dan kun je rustig eten. De kinderen hier in de Efteling
zullen wel goed voor je zorgen. Toch kinderen?
Kleermaker:
Tja we kunnen niet blijven
sjouwen. Als die ezel daar boven op het balkon blijft komt hij om van de
honger en is onze goudmijn op vier benen mooi naar de knopen.
Rigobert:
Ja maar die ezel komt naar
beneden.
Kleermaker:
Hoe dan kan hij soms ook
vliegen?
Rigobert:
Nou, we zijn hier in de
Efteling hoor! Ooit gehoord van een vliegend tapijt?
Sherida:
's Kijken of hij het doet.
Roep allemaal in de zaal 'Ezeltje strek je!' op mijn teken. Daar gaat ie:
Ezeltje Strek Je!!!
Nu ben ik heel rijk laat
allemaal je mooiste kleding zien want ik heb een prachtig cadeau voor u
weggaan er een feest van maken.
Als je zo een ezel in de
wei hebt staan,
weet je dat je aardse zorg
voorbij zal gaan.
Altijd vol op centjes,
nooit meer die momentjes,
van hoe knoop ik de eindjes
aan elkaar.
Maar
je kunt dit leven ook wel zonder geld,
geld maakt niet gelukkig
wordt verondersteld.
Vaak kun je met dromen,
heel wat verder komen,
maak die dromen hier vandaag
dus waar.
('Pardoes-illusie')
In de Efteling voelt iedereen
zich rijk,
miljonair, miljardair.
Wie de Efteling betreed
voelt zich gelijk,
miljonair, miljardair.
Of een toverstaf, jou vleugels
gaf,
nee zo'n dagje hier neemt
niemand je meer af.
Het geldt voor boven en
voor onder de Moerdijk,
in de Efteling, in de Efteling
voelt iedereen zich rijk.
In de Efteling voelt iedereen
zich rijk,
miljonair, miljardair.
Wie de Efteling betreed
voelt zich gelijk,
miljonair, miljardair.
Of een toverstaf, jou vleugels
gaf,
nee zo'n dagje hier neemt
niemand je meer af.
Het geldt voor boven en
voor onder de Moerdijk,
in de Efteling, in de Efteling
voelt iedereen zich rijk.
Met dank aan Kevin Olfers
© 1999-2007 Erwin's Eftelingsite All Rights
Reserved