Binnen was geen mens, op het altaar lag de glinsterende buit. Alleen de kaarsen waren ontstoken... vreemd. Hugo's mannen kraakten het offerblok. Hugo zelf leegde het heilige altaar toen er iets geks gebeurde. Er verscheen een fel licht. Hugo knipperde met zijn ogen omdat het felle licht niet te verdragen was. Hij hield zijn adem in en zijn hart klopte in zijn keel. Plotseling werd het stil en een vrouwenstem sprak: "Gij, Hugo van den Loonsche Duynen, gij ontheiligt hier dit huis. Zo kom tot inkeer, en roep niet de toorn des Heren over u af... Hier krijg je spijt van. Ook jij zult je straf niet ontlopen, vriend. Wacht maar af!" Hugo wimpelde lachend de woorden weg. Hij riep: "Mij krijg je niet klein, wie je ook mag zijn!"
Een
dag later bereikte Hugo zijn villa. Hugo schrok want boven op de gevel
stond... ZIJ de dame uit het kapel. Haar armen wuifden, als wiegden ze
op de wind. Even later dook Hugo nog wat geschrokken moe zijn bed in en
nog geen tien minuten later was hij volkomen onder zeil. Snurkend gleed
Hugo in een diepe slaap, terwijl het maanlicht door het raam scheen. Opeens
begon het bed te schudden. Zo hevig dat hij zich vast moest houden om er
niet uit te vallen. Met grote ogen ging Hugo rechtop zitten. Dit was geen
droom, dit was echt! Zijn gezicht was net zo wit geworden als zijn laken
en zijn tanden klapperden van jewelste. De muren kwamen op Hugo af en pakten
hem stevig beet. Zo stevig dat Hugo amper adem kon halen. Met een verstikte
stem riep hij: "Laat me los, ik heb niets gedaan!" Waarop een stem riep:
"O nee? Durf jij dat naar eer en geweten te zeggen?" Hugo dacht koortsachtig
na. Waar had hij die stem toch eerder gehoord? Plotseling wist hij het
weer het was die vrouwenstem die hem tijdens zijn laatste rooftocht door
merg en been was gegaan.
Toen werd Hugo wél bang. hij hoorde haar stem, als zweefde die door zijn hoofd: "Nergens in uw eigen huis, noch waar ook ter wereld, zult gij rust of vrede vinden, nu gij Gods huis geschonden hebt... eerst dan, wanneer een edel mens met het reine geweten van een pasgeboren kind, uw woonstede zal betreden, dan zult gij vrede vinden, in uw huis en in uw hart..."
Vanaf die tijd is er geen rust meer geweest voor Hugo. Soms lijken de muren wel van elastiek te zijn. De muren gaan dan met z'n allen op Hugo af. Het plafond lijkt op de vloer te komen en de vloer gaat naar het plafond. De tafels en stoelen beginnen te zweven. Dat kan maar één ding betekenen. Hugo is ten prooi gevallen aan de mysterieuze dame. De straf die hij krijgt voor zijn afschuwelijke daden.
Tot slot nog een brief...
...Help me... Zijt gij
de man met een suyver geweten en niet kweadwillig in uwe ziel?
Dan zijt gij de gene
die mij kan bevrijden van mijn noodlot.
Gij hebt de kracht die
de vloek kan verbreken.
Vereer mijn kleyne Villa
met een bezoek. Ik zal met weeklagen op u wachten ...bevrijd me...
Gij zijt een welkome
gast.
Hugo
Eerste voorshow
In het midden van de achttiende
eeuw overspoelden golven van geweld onze Brabantse Kempen en het Limburgse
platteland. Horden van gewetenloos boevenpak trokken plunderend en brandstichtend
door onze vredige dreven. Zij noemden zich "De Bokkerijders", naar schimmige
luchtgeesten, die volgens een Middeleeuwse mythe, op bokken gezeten door
de donkere nachtelijke hemel zwerfden en zelfs afgesloten huizen konden
binnendringen.
Marie:
De Bokkerijders, addergebroed dat is 't.
Ze moeten ze uitroeien met wortel en tak, dat moeten ze.
Julle Beer: Ja, da's zeker Marie, da's zeker.
Man 2:
Ik heb gehoord dat ze verleden nacht de stee van Arjan den Stoer hebben
plat-gebrand
en alles van waarde hebben meegenomen.
Vrouw 2: Oh ja, 't is toch niet waar hè?
Marie: Addergebroed dat is 't!
Vrouw 2:
Ze zeggen dat hun ogen licht geven in den donker en dat ze zo rap zijn
dat het noodlot
u treft als den donder.
Marie:
Gezwets, dat zeg ik u. Achterbaks gepeupel dat geklaag streken en omkoperij
het gewone
volk knecht. Laat ze de landheer maar eens beroven dan komen ze van een
kouwe kermis
thuis, die heej landknechten zat om ze eens mores te leren en hem zijn
handwerk af te
leren.
De mythe verhaalt, dat dit duivelse leger van Bokkerijders hun einde vond in een gruwelijke slag, hoog in de hemelen boven de Postelse Abdij. Zestig lange jaren oefende de bende een waar schrikbewind uit, over de plattelandsbevolking. Hun satanische gildeteken, een bokkepoot, vervulde een ieder met huiver en angst.
Julle Beer:
Vervloekt zijn die Bokkerijders, de parasieten van deze streek en 'n Hugo
in het
bijzonder.
Marie:
Het is een goddeloze doerak die 'n Hugo. Met zijn lange zwarte manen is
't een
duvel gelijk. Wanneer hij in de buurt is bent ge uw leven niet zeker.
Vrouw 2: Om maar te zwijgen over haven en goed.
Marie: Zelfs de grendels van de valdeur houden hem niet tegen.
Vrouw 2: Ach heren, wie zal ons kunnen verlossen van zulke kwelgeesten.
Julle Beer:
Een godslasterlijke bandiet da's zeker, maar bedenk wel: "Hoogmoed komt
voor den
val"
Man 2: Dat kan wel zijn Julle Beer, maar voorlopig trekt hìj zich daar niets van aan.
Marie:
Als jongeling deugde die al niet. Altijd tegen het gekeur in. Ge zag het
toen al
aankomen dat hij een deugniet zou worden.
Hoort hier het verhaal van
Hugo, Hugo van den Loonsche Duynen, die zich bij dit gemene pak van rovers
aansloot. Een man zonder enig mededogen, bezeten van een tomeloze hebzucht
en gier naar geld. Hugo de Bokkerijder...
De bouw
Villa Volta is in de Efteling
gebouwd. Na dit verhaal weet je iets meer van dit opmerkelijke huis. Villa
Volta is een Victoriaanse Patriciërswoning vol Raadsels en Geheimen.
Wie ondanks het verhaal van Hugo toch naar binnen durft, kan het huis aan
de zijkant betreden. Je komt dan in het eerste van de drie vertrekken die
overigens allemaal een capaciteit van 78 personen aankunnen. In de voorportaal
wordt een kleine show gehouden waar over de Bokkerijders wordt verteld.
Daarna, in het tweede vertrek, spreekt Hugo je toe over zijn belevenissen
als voor proefje op dat wat komen gaat...
Vanaf het moment dat je de wachtruimte nadert hoor je al het schitterende Villa Volta-thema. De gehele attractie door hoor je op de achtergrond deze melodie. De muziek van Villa Volta is geschreven door huiscomponist Ruud Bos, die eerder al de muziek schreef voor o.a. Fata Morgana, Carnaval Festival (arrangement), Droomvlucht en VogelRok.
De Efteling begon in maart 1995 met de bouw van het ruim € 4,5 miljoen kostende project. Het is allemaal geheel volgens planning gelopen. Als je naar Villa Volta kijkt, kan je bijna niet geloven dat het een modern geconstrueerd bouwwerk is. De Efteling bewijst hiermee dat zij van een illusie werkelijkheid kan maken. Als je Villa Volta van al haar fraaie decoraties zal ontdoen dan komt er een technische hoogstaande constructie tevoorschijn die nog nooit ergens op zo'n grote schaal toegepast. Dit was één van de factoren die de attractie uniek maken. Villa Volta werd bijna volledig in eigen huis ontwikkeld van de 2.500 m² grote tuin tot en met de open haard in Hugo's woonkamer. Alleen de technische constructie is aangekocht, welke een soort van trommel (voor Hugo's huiskamer) bevat die gedeeltelijk zo'n drie meter de grond in gaat. Voor Villa Volta ontwierp de decoratieafdeling van de Efteling ruim 70 verschillende ontwerpen.
Foto: