Krantenjongen en meisje:
Extra Editie, Extra Editie.
Boekhouder:
Ja, goedemiddag allemaal.
Welkom in Fabelstein. Ja hallo, ja daag. Ik ben de Boekhouder uit Fabelstein
en welkom dat jullie er allemaal zijn. Ik zou even willen zeggen dat de
mobiele telefoons uit moeten. Hè, ga jij je krant eens verkopen. (tegen
krantenjongen) Dus geen mobiele telefoons, en foto's maken mag ook
niet nee daar doen we niet aan. Zal ik eens gaan vertellen wat we gaan
doen? We gaan een beeld onthullen een standbeeld. Maar ik ga nog niet zeggen
van wie! Nee, dat is een verassing. En dan ga ik eens even kijken…. Oow
het staat al klaar. Jah mensen in de Efteling Courant staat t ook allemaal
u kunt het terug lezen wat we gaan doen. Ik zal eens kijken of onze burgemeester
al klaar is. Ik geloof t nog niet. Even hier checken en daar. Ja ja ja
ik geloof dat we zo kunnen beginnen.
Krantenmeisje:
Extra Editie, Extra Editie!!!
Boekhouder:
Ja, de extra editie hier
op t dorpsplein, zijn we er klaar voor?
zaal:
bescheiden Ja!
Boekhouder:
Nou euhm, ik hoor helemaal
niets hoor. Zijn jullie er klaar voor?
zaal:
volmondig Jaaaah!!
Boekhouder:
dan kunnen we nu…..
Dorpsmeisje 1:
Zeg, wat is dat voor een
herrie hier?
Boekhouder:
Nou nee. Weet u het dan
nog niet? We gaan een standbeeld onthullen.
Dorpsmeisje 1:
Een wat? Een beeld. Hahaha
beeldig.
Dorpsmeisje 2:
Wat zegt u nou? Een beeld?
Van wie dan?
Dorpsmeisje 1:
Van mij natuurlijk omdat
ik het mooiste meisje van heel t dorp ben. Hahaha natuurlijk niet dat ben
ik. Hum meiden gedraag zich en ga de burgemeester halen. Beste boeren,
burgers en buitenlui mag ik een daverend applaus voor onze nieuwe burgermeester.
Andersen
Andersen,
Andersen
hiep hoera voor Andersen.
Duizend sprookjes schreef
hij neer,
vermaakte ons weer keer
op keer.
Andersen,
Andersen
hiep hoera voor Andersen.
Ik lees al zijn sprookjes
graag,
en daarom is het feest vandaag.
Andersen,
Andersen
hiep hoera voor Andersen.
Duizend sprookjes schreef
hij neer,
vermaakte ons weer keer
op keer.
Andersen,
Andersen
hiep hoera voor Andersen.
Ik lees al zijn sprookjes
graag,
en daarom is het feest vandaag.
Wie kent niet het sprookje
van t prinsesje op de erwt? (Dorpsmeisje 1)
Of een lelijk eendje dat
een prachtig zwaantje werd. (Boekhouder)
Het meisje met de zwavelstokjes
(Dorpsmeisje
1)
die werden gedoofd. (Boekhouder)
Ja die kwamen allemaal uit
Andersen z'n hoofd. (Burgemeester)
Oh ik ben zo zenuwachtig,
trek dat doek nu maar opzij. (Dorpsmeisje 2)
Eerst moet ik een toespaak
houden dus luister nu naar mij. (Burgemeester)
Andersen,
Andersen
hiep hoera voor Andersen.
Duizend sprookjes schreef
hij neer,
vermaakte ons toch keer
op keer.
Andersen,
Andersen
hiep hoera voor Andersen.
Ik lees al zijn sprookjes
graag,
en daarom is het feest vandaag.
En dan nu geachte bewoners en bezoekers van Fabelstein. De onthulling van de meester der sprookjes.. Hans Christian Andersen!!! (Burgemeester)
Andersen,
Andersen
hiep hoera voor Andersen.
Duizend sprookjes schreef
hij neer,
vermaakte ons toch keer
op keer.
Andersen,
Andersen,
Andersen.
Boekhouder:
Oh, het is gelukt, we hebben
eindelijk feest.
Burgemeester:
Fascinerend hè, dat
beeld? Tja 't kost een paar centen, maar dan heb je ook wat!
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee
(refrein)
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf,
en tover met dit Feetje mee
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf...
Pief, poef paf
Toffeetje:
Hallo!! Hallo!? Waar is
iedereen toch het zou hier moeten. Weten jullie Hans
Christian Andersen zou naar Fabelstein komen. Oh, ik ben toch zo benieuwd
hoe hij eruit ziet. Hallo Meneer Andersen!! Hebben jullie hem misschien
gezien?
Zaal:
Jaah!
Toffeetje:
Waar dan? Daar verhip dat
zal hem vast zijn. Dag meneer Andersen ik ben Toffeetje de Sprookjesfee.
En ik ken al uw sprookjes van voor naar achteren en van achteren naar voor.
Stel mij één vraag en ik weet het antwoord. Euhh... Meneer
Andersen? Dan moet u natuurlijk wel een vraag stellen. Oh, hij slaapt.
Zal ik hem dan maar even wakker maken? Wat denken jullie, ja? Oké,
daar gaat ie dan.
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee
(refrein reprise)
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf...
Pief, poef, paf
-Beeld ontwaakt-
Beeld:
Wat gebeurt hier allemaal,
zeg?
Toffeetje:
Ah, meneer Andersen
u bent wakker.
Beeld:
Andersen,
Andersen
wie is dat nu weer?
Toffeetje:
Nou wordt ie mooi dat bent
u!!!
Beeld:
Maar nee mevrouw, ik ben
beeld.
Toffeetje:
Beeldend zult u bedoelen.
Want u bent de meester van de sprookjes. U heeft wel honderden sprookjes
geschreven en menig kinderen hart op hol doen slaan. Maar ik.. ik ben uw
grootste fan.
Beeld:
En hoe heet die goede man
ook alweer?
Toffeetje:
Hans
Christian Andersen.
Beeld:
Andersen….
Nooit van gehoord, zeg tovert u mij maar weer terug in beeld ik zat net
veelte gemakkelijk.
Toffeetje:
Dat gaat niet.
Beeld:
Dat gaat niet?
Toffeetje:
Nee, de betovering duurt
precies één uur. Als de klok twaalf uur slat wordt u vanzelf
weer beeld.
Beeld:
Beeldig!! En wat moet ik
tot die tijd doen dan he?
Toffeetje:
Aan mij uw prachtige sprookjes
vertellen zodat ik ze hoor uit de mond van de meester zelf.
Beeld:
Nou goed dan ik heb toch
niet veel te doen. Euhm, er was eens een meisje en ze heette Sneeuwwitje.
Toffeetje:
Sneeuwwitje?
Maar dat is hellemaal geen sprookje van u.
Beeld:
Ohnee? Wat zijn dan wel
sprookjes van mij?
Toffeetje:
Dat staat in uw boek!!
Beeld:
Ow, ik had altijd al willen
weten wat erin dat boek stond. En, Toffeetje zeg maar welk sprookjes je
wilt horen.
Toffeetje:
Even denken de nieuwe kleren
van de keizer, nee nee nee De Kleine Zeemeermin.
Nee, nee Het Lelijke Jonge Eendje.
Beeld:
Ja, welk sprookjes wil je
nu
eigenlijk horen!?!
Toffeetje:
Het
Lelijke Jonge Eendje.
Beeld:
Het
Lelijke Jonge Eendje, het begon allemaal op de boerderij.
Toffeetje:
Hatsiekiedokiedee!!!
Blij, blij, blij, (op
de boerderij)
Blij,
blij, blij, op de boerderij,
Nog heel even wachten en
er komt er eentje bij.
Blij, blij, blij, op de
boerderij,
Kijk de blijde moeder zit
al op het eerste ei.
Het was op deze Boerderij dat Moeder Eend haar eieren aan het uitbroeden was (Beeld)
Dag mijn lieve kindjes jullie
zijn zo lief en zacht.
Ja dit zijn échte
kuikentjes waarop ik heb gewacht.
Dag mijn lieve kindjes,
jullie zijn zo lief en zacht.
Dit zijn échte kuikentjes
waarop ik heb gewacht.
Blij, blij, blij, op de boerderij,
Nog heel even wachten en
er komt er eentje bij
Blij, blij, blij, op de
boerderij,
Kijk de blijde moeder zit
al op het tweede ei.
Tweede ei? Nee hoor, het
derde, kijk maar... Eén, twee, drie. (Moeder Eend)
Zo waren al drie van de
vier eieren uitgebroed, nu nog het vierde en grootste ei (Beeld tijdens
refrein)
Blij, blij, blij, op de boerderij,
Nog heel even wachten en
er komt er eentje bij
Blij, blij, blij, op de
boerderij,
Kijk de blijde moeder zit
al op het vierde ei.
Oh... Wat moet ik nu met
jou (Moeder Eend)
Zo, had Moeder Eend, dus
naast drie gewone eendjes een vreemde eend in de bijt. (Beeld)
Blij, blij, blij, op de boerderij,
Zie ze daar nu zitten vier
eendjes op ene rij
Blij, blij, blij, op de
boerderij,
Al past dat vierde eendje
er eigenlijk niet bij.
Blij, blij, blij, op de boerderij,
Zie ze daar nu zitten vier
eendjes op ene rij
Blij, blij, blij, op de
boerderij,
Al past dat vierde eendje
er eigenlijk niet bij.
Beeld:
Nu moest Moeder Eend nog
vier namen verzinnen.
Moeder Eend:
Eens even kijken hoe ik
jou ga noemen.
Kuiken 1:
Ik ben het eerste kuikentje
het eerste.
Moeder Eend:
Ja, ja. Kuiken Eén
oh wat mooi en jij wordt?
Kuiken 2:
Ik ben het tweede kuikentje
het tweede.
Moeder Eend:
Ja, Kuiken Twee ook al zo
mooi en jij?
Kuiken 3
Ik ben het derde kuikentje
het derde.
Moeder Eend:
Dan ben jij Kuiken Drie
kwaak.
Koe 1:
Whuaaaaah, wacht eens even.
Kuiken Eén, Kuiken Twee en Kuiken Drie
Koe 2:
maar dat is K3.
Allen:
Hahahahaha
Kuiken 4:
Mama en ik dan? Ik heb nog
geen naam?
Koe 2:
Ma nou moe wat is dat voor
lelijk mormel.
Koe 1:
Ja dat is me er ééntje.
Koe 2:
Ja een lelijk eendje.
Moeder Eend:
Dat vind ik echt een heel
mooie naam. Lelijk Eendje.
Toffeetje:
Maar dat is niet eerlijk.
Beeld:
Maar zo staat het geschreven
Toffeetje.
Toffeetje:
Maar wat gebeurde er toen?
Beeld:
Iedereen liet Het
Lelijke Jonge Eendje in de steek, en trok de weide wereld in en belande
uit eindelijk in een groot bos. Zeg, Toffeetje doe jij ook in bossen?
Toffeetje:
Natuurlijk. Hatsiekiedokiedee!!!
Beeld:
Zo zwom Het
Lelijke Jonge Eendje dagenlang rond in een vijver in de hoop erachter
te komen wie het werkelijk was.
Toffeetje:
Wie was ze dan?
Beeld:
Dat staat achter het verhaal,
maar ik weet wel dat ze heel alleen was als het ware een Alleendje.
Alleendje
Ik
ben in mijn eentje, 't lelijke alleendje
was ik maar een tweetje
dan was ik niet meer alleen
Ik ben in mijn eentje, 't
lelijke alleendje
Oh, wat is de wereld toch
gemeen, niemand om me heen
maar... alleen
Had ik maar een mamma, die
mij het mooiste van de wereld vondt
die, als ik verdriet had,
met haar vleugels voor me open stond
Was ik maar zo lelijk niet,
zo lelijk als de nacht
dan zal er misschien wel
iemand zijn, die aan mij dacht
Ik ben in mijn eentje, 't
lelijke alleendje
was ik maar een tweetje
dan was ik niet meer alleen
Ik ben in mijn eentje, 't
lelijke alleendje
Oh, wat is de wereld toch
gemeen, niemand om me heen
maar... helemaal alleen
Toffeetje:
Wat verschrikkelijk zeg
en wat gebeur er nou met Het Lelijke Jonge Eendje?
Beeld:
Tja wat gebeurt er nu..
even kijken.
Moeder Zwaan:
Lotje kom mee want we moeten
opzoek naar het verloren ei.
Lotje:
Maar mama er was hier nog
een zwaantje.
Lelijk Eendje:
Een zwaantje? Ik ben een
eendje een Lelijke Eendje.
Moeder Zwaan:
Maar nee je bent een zwaan
net zoals wij maar heb jij geen moeder dan?
Lelijk Eendje:
Jawel, moeder eend die heeft
mij in de steek gelaten omdat ik niet één van hem was.
Lotje:
Ow maar mama misschien zat
zij wel in het verloren ei.
Moeder Zwaan:
Ja, als dat zo is dan ben
jij mijn dochter, en dan ben ik je..
Lelijk Eendje:
Mamma..?
Moeder Zwaan:
Ja, kom maar bij mij ik
heb je eindelijk gevonden.
Lelijk Eendje:
Mamma.
Moeder Zwaan:
Wat is er?
Lelijk Eendje:
Nu ik ook een zwaantje ben.
Word ik dan later net zo mooi als jij?
Moeder Zwaan:
Maar natuurlijk. Jij bent
geen Lelijke Eendje jij bent een prachtige
zwaan.
Lelijk Eendje:
Ik ben zo blij!!!
Blij, blij, blij, (reprise)
Blij, blij, blij, op de
boerderij,
Kijk die blije moeder met
haar kindjes aan haar zij
Blij, blij, blij, op de
boerderij,
Iedereen gelukkig; En het
sprookjes is voorbij (Koe 2)
Toffeetje:
Eind goed al goed, oh er
is al een half uur verstreken en ik heb maar pas één sprookjes
gehoord, snel meneer Andersen ik wil nog een sprookje.
Beeld:
Oké, goed dan wat
dacht je van de Zeemeermin op de Erwt?
Toffeetje:
Haha, het is de Prinses
op de Erwt en De Kleine Zeemeermin, maar
ik wil een ander sprookje horen dat sprookje van De
Rode Schoentjes.
Beeld:
De
Rode Schoentjes eventjes zoeken ja hier heb ik hem.
Toffeetje:
Oké, wat moet ik
toveren?
Beeld:
Niets!! Niets? Nou een klein
meisje.
Toffeetje:
Hatsiekiedokiedee!!!
Karen met de Rode Schoentjes
Beeld:
Er
was eens een meisje zo lief en zo klein,
ze droomde er van een prinsesje
te zijn.
Prinsesje met schoentjes
als kersen zo rood,
want nu waren haar kleine
voetjes zo rood.
Geen vader geen moeder om
voor haar te zorgen,
maar al haar problemen verdwenen
die morgen.
Een koets en een rijke gravin
kwam voorbij,
de vrouw vroeg aan t meisje:
zeg wie ben jij? (Gravin)
'Karen', zo heet ik heb honger
en kou,
heeft u wat brood en een
deken mevrouw? (Karen)
Ik zal je helpen ik heb
een idee,
spring in mijn koets en
ga met me mee. (Gravin)
Toffeetje:
Waar gaan ze nou naar toe?
Beeld:
Ze gaan naar het landhuis
van de gravin zo mooi landhuis had Karen nog nooit gezien.
Toffeetje:
Hatsiekiedokiedee!!!
Beeld:
En zo kwam Karen bij de
gravin te wonen. Ze kreeg werkelijk alles wat ze maar wilden, mooie kleren,
prachtig speelgoed. Maar er was maar één ding wat ze altijd
maar wilden hebben war ze altijd al van had gedroomd.
Toffeetje:
Ik weet het, ik weet het
mag ik het zeggen?
Beeld:
Nee, je mag kijken.
Gravin:
Zo, Karen hier heb je geld
voor medicijnen, wees een lief kind en ga ze voor me halen.
Karen:
Mevrouw?
Gravin:
Is er iets, lief kind?
Karen:
Mag ik...
Gravin:
Wat wil je?
Gravin:
Rode
Schoentjes ?
Karen:
Daar heb ik altijd al van
gedroomd Rode Dansschoentjes als kersen
zo rood dat ik kan dansen als een prinsesje.
Gravin:
Nee, nee nee nee. Daar komt
niets van in Rode Schoentjes zijn
uit den boze en zijn alleen bedoelt voor prinsessen. Nee meisje jij gaat
medicijnen halen, hup hup.
Beeld:
En zo ging het meisje terug
naar de stad,
terwijl ze er niet zo veel
zin meer in had.
Ze liep door de straten
en wat zag ze daar,
twee knal rode schoentjes
een schitterend paar.
“Die wil ik hebben” zei
Karen meteen,
met het geld in haar handen
liep ze er he...
Toffeetje:
Stop!!!
Beeld:
Wat is er?
Toffeetje
Wie heeft dit geschreven?
Beeld:
Euhh... Hans
Christian Andersen.
Toffeetje:
Maar dat kan toch niet!
Dat verwende kind koopt met het geld voor de medicijnen Rode
Schoentjes, terwijl die die gravin nog zo had gezegd dat dat niet mocht.
Beeld:
Ja maar dat staat in het
boek.
Toffeetje:
Wat komt er nu?
Beeld:
Nou er komt een Fee.
Toffeetje:
Oh, een Fee die speel ik
zelf wel even.
Beeld:
Zeg, Toffeetje wat ben je
van plan?
Toffeetje:
Ik zal haar eens een lesje
leren.
Karen:
Wie bent u?
Fee:
De fee
en ik betover nu die twee
zodat ze dansen eeuwenlang
met alle muziekjes mee.
Hatsiekiedokiedee!!!
Beeld:
Er gebeurt niets.
Toffeetje:
Wacht nou maar af waar gaat
ze nu naar toe?
Karen:
Ze? Ik ga naar de kerk de
kerk.
Beeld:
Ja naar de kerk.
Toffeetje:
Nou goed idee Hatsiekiedokiedee!!!
Beeld:
En zo ging Karen met haar
gloednieuwe Rode Dansschoentjes naar de kerk.
Pastoor:
Dominus Partris. Geachte
gemeente en mensen in kerk en dan nu zal het lied weerklinken van het orgel.
Zet maar in Gustav.
-melodie van de Rode Schoentjes weerklinkt uit het orgel-
Toffeetje:
Zie je nou wel de spreuk
werkt de schoentjes zullen dansen op de muziek en nooit meer stoppen.
Pastoor:
Zeg meisje wil jij stoppen
met dat dansen?
Karen:
Maar dat kan ik niet.
Pastoor:
Hoezo, dat kan ik niet je
bent hier wel in de kerk hoor.
Karen:
Maar ik ben het niet die
dansen wil, het zijn mijn schoentjes ze dansen vanzelf.
Pastoor:
Maakt dat de kat wijs. En
hoe durf je met Rode Dansschoentjes
de kerk binnen te komen. Stop! Verdwijn!!
Meisje uit de kerk:
Zeg meisje waarom ben jij
zo raar aan het dansen midden op straat?
Karen:
Ik kan niet anders mijn
schoentjes zijn betovert. Wat moet ik nou doen.
Beeld:
Ga naar de dans herberg
dan val je niet zo op. Die Rode Schoentjes kunnen wel erg goed dansen hé.
Toffeetje:
Ze kunnen ook de tango.
-Diverse arrangementen op het Rode Schoentjes thema-
Karen:
Ik wil niet meer dansen
en ik wil ook geen Rode Schoentjes
meer.
Toffeetje:
Zo Karen heb je nu je lesje
wel geleerd?
Karen:
Bent u nu hier alweer het
spijt me zo.
Toffeetje:
Ach, t geeft niets ga nu
maar naar de gravin en vertel haar alles wat je hebt mee gemaakt.
Karen:
Ja maar die schoentjes
dan?
Toffeetje:
Oh verhip bijna vergeten.
Hatsiekiedokiedee!!!
Karen:
Bedankt lieve Fee.
Toffeetje:
Graag gedaan Karen.
-muziek en gedans-
Beeld:
En zo dansen De
Rode Schoentjes nog altijd door. Nou dat was een mooi sprookje hé?
Toffeetje:
Ja, maar nu wil ik nog een
sprookje horen dat van De Kleine Zeemeermin…
-Klok slaat twaalf uur-
Toffeetje:
Ohnee, het uur is om het
is twaalf uur en je zult weer een beeld worden.
Beeld:
Eindelijk weer mezelf
ik voel mijn omhulsel al weer strammer worden.
Toffeetje:
Maar dan kan ik geen sprookjes
meer van jou horen.
Beeld:
Onee oh dat spijt me vreselijk
Toffeetje, maar ik weet misschien iets beters.
Toffeetje:
Oh ja?
Beeld:
Er is een plek waar je mijn
sprookjes kunt horen en zien.
Toffeetje:
Vertel waar dat is fantastisch.
Beeld:
Dan moet je naar de Eft,
Eft.
Toffeetje:
Oh nee! Potverdullie, nu
is hij al weer een beeld geworden. En wat is nou de Eft? Weten jullie dat?
Zaal:
Efteling!!
Toffeetje:
Wat de Efteling kan ik daar
alle sprookjes zien en horen? Dan ga ik daar nu naar toe. Hatsiekiedokiedee!!!
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf,
en tover met dit Feetje mee
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf...
Pief, poef, paf
Ik woon in een grote wolk
achter de regenboog,
met wel honderd feeën
wonen wij daar hoog en droog.
Het zijn echt leuke meiden
't is altijd dolle pret,
want we slapen met zijn
alle in het feeën hemelbed
Hatsiekiedoe
Hatsiekiedee, ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf,
en tover met dit Feetje mee
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf...
Pief, poef, paf
Ik zwaai met het toverstaf
en roep voor 't slapen gaan,
Hatsiekiedee sprookjesboek
zal open gaan.
Kom gezellig bij me zitten
dan lees ik een sprookje voor
Ik lees t van begint tot
eind van achteren naar voor.
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf,
en tover met dit Feetje mee
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf...
Pief, poef, paf
Als de maan dan aan de hemel
staat,
sluit ik het grote boek
maar het sprookjesfeest is niet gedaan oh nee.
ik zeg meiden kom wij brengen
u aan nachtelijk bezoek
aan de Efteling dus vlieg
maar met me mee.
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf,
en tover met dit Feetje mee
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf...
Pief, poef, paf
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf,
en tover met dit Feetje mee
Hatsiekiedoe Hatsiekiedee,
ik ben de lieve Sprookjesfee,
Neem je gouden toverstaf...
Pief, poef, paf