Die
redenering volgend zou de Efteling gouden bergen moeten kunnen verdienen
met Holle Bolle Gijs,
Sprookjesbos,
Python,
Fata
Morgana en Winter Efteling. Drie miljoen bezoekers stromen jaarlijks
toe. Maar directeur Ronald van der ZijI wil geen Amerikaanse toestanden.
Hij koestert de Hollandse nostalgie, weigert mee te gaan in de ratrace
van hoger en sneller en is wars van modes. “Het Eftelingproduct is nostalgie,
onthaasting. Ook aI zijn ze de hele dag druk in de weer om alle attracties
te kunnen bezoeken, toch ervaren de meeste Nederlanders de Efteling als
de ultieme huiskamer van Nederland. Het is zo oer-Hollands, zo sprookjesachtig,
die Anton Piecksfeer. Dat is onze kracht.
Het spectaculaire Iigt niet in onze lijn. We zijn opgehouden miljoenen
te investeren in nieuwe en steeds modernere attracties. We doen niet mee
in de race om de snelste en meest spectaculaire achtbaan. De sfeer van
sprookjesachtigheid en nostalgie koesteren we en bouwen we voortdurend
uit. Ons thema is sprookjesbeleving. Kijk, de Efteling is niet op de tekentafel
ontworpen, waarbij je een juiste mix van tevoren kunt bedenken. Bij ons
is alles natuurlijk gegroeid, waarbij het landschap en de attracties het
verst ontwikkeld zijn. Op het gebied van de horeca en live entertainment
hebben we een achterstand in te halen. Ook op het gebied van merchandising
dat in Amerika tot in het oneindige is ontwikkeld. Zover willen wij overigens
niet gaan. Kunnen we ook niet. De Efteling is altijd met een Hollands sausje
overgoten. Dat is onze kracht, maar ook onze beperking, want we kunnen
bet product heel moeilijk exporteren. Het is cultuureigen. Onze doelgroep
bestaat voor 80 procent uit Nederlanders en voor de rest uit Vlamingen
en Duitsers. Wat zien we in toenemende mate Engelsen komen. Dat alles laat
onverlet dat we toch in binnenen buitenland veelvuldig om advies worden
gevraagd. Maar dat doen we niet vaak. We zijn geen consultancybureau. Bovendien
ga ik niet gratis meewerken aan het opzetten van allerlei attracties die
misschien op den duur met ons gaan concurreren.”
De prijs van pret
De markt eist voortdurende
productvernieuwing. De Efteling Iijkt die vernieuwing te baseren op een
oud en vertrouwd thema. Is dat een voldoende basis?
“Zeker wel. Dat thema is
verder uit te diepen. Naar mijn overtuiging moeten we om bedrijfsmatiger
te opereren ervoor zorgen dat we meer dan zeven maanden per jaar open zijn.
Het park is gewoon te kapitaalintensief om zolang dicht te zijn. Uiteindelijk
hebben we 4,5 miljoen gulden gestoken in twintig extra open dagen in de
vorm van de Winter Efteling. We hebben het nu voor het tweede achtereenvolgende
jaar georganiseerd. Met een overweldigend succes. Het personeel was in
eerste instantie sceptisch, maar dat was snel verdwenen toen ze zagen hoe
enthousiast het publiek reageerde. Het is een belevenis waarvoor mensen
bereid zijn te betalen. Zo zijn we voortdurend aan het zoeken. Net zoals
een bedrijf als Center Parcs doet. Dat bungalowpark zoekt een zo hoog mogelijke
bezettingsgraad. Onder andere door het verblijf op een park seizoensonafhankelijk
te maken. Door overdekte zwemparadijzen aan te Ieggen en in de huisjes
dingen neer te zetten die men thuis niet heeft. Center Parcs had als eerste
een kleurentelevisie in de bungalows, een luxe product dat de mensen thuis
nog niet hadden. Toen iedereen dat had, boden ze cottages aan met een interieur
van Jan des Bouvrie, vooruit geduwd door de wens van de markt en steeds
weer iets nieuws te hebben. Dat ervaren wij natuurlijk ook. We zijn voortdurend
op zoek naar iets nieuws. Live entertainment en open in de winter zijn
twee van die nieuwe attracties. Een andere wijziging is het verder loskoppelen
van de prijsbeleving van de pretbeleving. Nu is het nog zo dat iedereen
hetzelfde bedrag betaalt, ongeacht of het hoog- of laagseizoen is en ongeacht
of hij iets in de voorverkoop koopt of niet. In het komende seizoen gaan
we dat differentiëren. Dan kost een kaartje dat in bet hoogseizoen
aan de kassa wordt gekocht, een paar gulden meer. Dat doen we om ervoor
te zorgen dat mensen hun kaartje eerder kopen, zodat ze die dure uitgave
al hebben gedaan voordat ze bet park binnenkomen. Dan kopen ze meer op
zo'n dag. Uit onderzoek blijkt dat mensen altijd wel meer geld hadden willen
uitgeven in bet park dan ze uiteindelijk gedaan hebben. Het is dus zaak
omdat voor elkaar te krijgen. En in de tweede plaats willen we een prikkel
geven om de bedrijfsdrukte wat te spreiden.”
Er wordt veel gesproken
over de Amerikaanse invloeden op attractieparken en het geweld waarmee
de Amerikanen de Europese markt betreden. Hoe reageert de Efteling daarop?
“Ik heb al aangegeven dat
de Efteling zich niet wil meten met de parken waar alles hoger, beter,
sneller en gevaarlijker moet. De Efteling is een park dat op natuurlijke
wijze is gegroeid. Dit in tegenstelling tot de Amerikaanse pretparken die
op de tekentafel zijn ontworpen en een meer stedelijk karakter hebben.
Het thema van de sprookjesbeleving is de rode draad door alle marketinginspanningen
van de Efteling. De Nederlandse markt van pretparken is verzadigd. Er zijn
er eigenlijk aI te veel. Amerikanen zijn er goed in om een belevenis te
creëren. Op zich is er niets onethisch aan om mensen in een sfeer
te brengen waarin ze geld willen uitgeven om zo'n belevenis te ervaren.
Het is immers ieders eigen verantwoordelijkheid. Amerikaanse attracties
zijn in technische zin vaak opmerkelijk, maar inhoudelijk stellen ze weinig
voor. Amerikanen zijn merkwaardige mensen die denken dat wat in Amerika
werkt in de hele wereld werkt. Het is een monocultuur. Kijk eens toen Disney
naar Europa kwam: ze hebben alles verkeerd gedaan wat ze maar verkeerd
konden doen. Ze hebben zich niet verdiept in het klimaat, in de cultuur,
maar gewoon datgene wat ze in Californië en Florida hebben, een-op-een
overgezet naar Parijs. Dat concept is onaanvaardbaar in Europa. Zeg maar
eens tegen een Fransman of een Nederlander dat hij zijn eigen eten en drinken
niet mee het park in mag nemen. Het is vaak dit soort details dat heel
nauw luistert en inede het succes bepaalt. Toen Warner Brothers met hun
studio’s naar Europa kwam hadden ze het verkeerde product en een prijs-kwaliteit
verhouding die hier in Europa niet werkt. En nu Six Flags; zij hebben een
concept dat heel dicht aansluit bij wat Europeanen leuk vinden en graag
willen. Maar een aantal dingen doen ze toch niet echt goed, ze gaan ervan
uit dat ze voor hun product voldoende klandizie vinden en dus weinig hoeven
te doen om attractief te blijven. Daarmee wil ik niet zeggen dat wij alles
goed doen. Zo vind ik dat we te Iaat hebben gereageerd op de veranderingen
in de markt die toch door de komst van de Amerikanen zijn teweeggebracht.
We hebben te lang gedacht dat ons concept was uitgedacht voor de eeuwigheid.
Daarom zijn we nu met een forse inhaalslag bezig waarbij een van de speerpunten
is om een optimale mix te vinden tussen attracties, horeca, live entertainment
en de natuurlijke omgeving.”
Laag rendement
Hoe verhoudt de sociale
functie die de Efteling volgens jou heeft zich met de harde realiteit van
het behalen van hoge rendementseisen?
“Het is wat dat betreft
eigenlijk een heel curieus bedrijf. Een mix van een sociale voorziening
en een bedrijf dat winst moet maken. We zijn openbaar kunstbezit en van
iedere Nederlander. We bieden gezinnen een dag ontspanning en plezier.
Aan de andere kant moeten we ook domweg de kost verdienen en dus bedrijfsmatig
werken. interessant is natuurlijk de vraag wat het rendement van een dergelijk
bedrijf zou moeten of kunnen zijn. Is 15 procent haalbaar? We zouden het
graag willen, maar ik zeg dat dat percentage niet haalbaar is. Dat komt
door de aard van het bedrijf en de concurrentie. Het idee dat je in het
voorjaar je poorten open kunt zetten en dat de mensen dan wel komen, is
wat achterhaald. Dat betekent dat er aanzienlijke marketingkosten moeten
worden gemaakt. We concurreren niet zozeer met andere parken, als wel primair
om de vrije tijd van de consument. Die heeft de beschikking over internet,
gaat op vakantie, en zijn 180.000 braderieën en festivals per jaar,
hij gaat funshoppen op meubelboulevards en in de centra van grote steden.
Voor die activiteiten hoeven ze niets te betalen. En wat te denken van
de vakanties en toegenomen mobiliteit van de mensen? We hebben een mooie
Oosterse attractie Fata Morgana waar mensen
vanuit heel Nederland naartoe kwamen. Nu zeggen ze: ‘Ik ben en vorig jaar
nog in het echt geweest.’ Dus de combinatie van reislust en welvaart. Dat
is eigenlijk meer de concurrentie dan andere attractieparken.”
Je bent bij de Efteling
terechtgekomen na een turbulente periode in het streekvervoer.
“Klopt. Ik was lid van de
raad van bestuur van de VSN Groep, de holdingmaatschappij waarin alle streekvervoersmaatschappijen
en veel taxi- en touringcarbedrijven verenigd waren. Ik kon me niet vinden
in de manier waarop de overheid het streekvervoer wilde privatiseren en
de concurrentie bevorderen. Daarom nam ik mijn ontslag met het idee om
eens een half jaartje rond te kijken. Zonder uitzicht op een nieuwe baan.
Na drie dagen hing er een headhunter aan de telefoon die eens wilde praten
over een functie bij de Efteling, waar ik in 25 jaar niet was geweest.
De managementstijl is gewijzigd. Voorheen was het een bedrijf van hoge
heren, sterk hiërarchisch. De directiekamer bevindt zich aan het einde
van een lange gang met klapdeuren. Voorheen was het idee dat het er niet
goed voor je uitzag als je achter die klapdeuren moest komen. Dat is verleden
tijd. De hiërarchie is verdwenen. Behalve dan dat de parkeerplaatsen
voor de directie zich vlak bij de ingang van het dienstencentrum bevinden.
Op dit stukje terrein moeten in het hoogseizoen tweeduizend medewerkers
hun vervoermiddel kwijt. Dat is dringen geblazen. Er is onvoldoende parkeerruimte.
Maar ik weiger om ook maar één boom om te laten zagen om
hier een auto extra te kunnen laten parkeren. We zijn heel zuinig op het
bomenbestand en bouwen er liever omheen. Het is een gek vak. Ik zit er
nu vier jaar en ga alleen weg als ik dingen moet gaan doen waar ik niet
achter sta of wanneer ik zelf het idee heb gefaald te hebben en niet in
staat ben geweest om iets tot stand te brengen dat ik nu als doel voor
ogen heb gesteld.”
Hele jaar open
Wat zijn die doelstellingen
dan die je je voor ogen hebt gesteld?
“Over
vijf jaar wil ik dat het park het hele jaar open is, een uitgebreider aanbod
heeft, uitgebreide theater- en uitgaansmogelijkheden biedt, meer verblijfs-
en hotelaccommodatie herbergt, een omzet van meer dan 200 miljoen gulden
behaalt, meer fulltime medewerkers heeft en ten slotte een landelijke merchandising
van typische Efteling-producten kent. Het zijn realistische doelstellingen.
Kijk bijvoorbeeld naar de openstelling. We zijn begonnen met de Winter
Efteling: twintig extra dagen in december en januari. Daar was eerst verzet
tegen binnen het bedrijf. Door ingesleten gewoontes. Men had vier maanden
nodig om het park weer helemaal in topconditie te brengen. Of dat ook in
minder tijd of op een andere manier kon, daarover had niemand ooit goed
nagedacht. Toen we op een gegeven ogenblik de discussie konden verleggen
van de vraag óf we wel langer open moesten naar de vraag hoe we
langer open konden blijven, kregen we de mensen mee en kwamen er ideeën
boven tafel om dat te realiseren. En wat die verblijfs- en uitgaansmogelijkheden
betreft: we hebben al een hotel- annex congresbedrijf, we hebben een golfbaan,
we hebben ervaring in live entertainment en we hebben alles bij elkaar
buiten het park meer dan 400 hectare grond. De landelijke merchandising
van het product de Efteling is iets waarover we aan het nadenken zijn,
omdat we van oordeel zijn dat de belevenis van de Efteling moet kunnen
worden losgemaakt van de locatie. Kunnen we de Eftelingsfeer een vertaling
geven op de Dam in Amsterdam, bijvoorbeeld met Anton
Pieck-achtige poffertjeskramen? Kunnen we tv-programma’s sponsoren
of boeken of internetsites? We bekijken het omdat we de mogelijkheid willen
hebben op andere plaatsen in Nederland mensen te verleiden naar Kaatsheuvel
te komen. Door deze en andere mogelijkheden optimaal te benutten kunnen
we een hogere omzet realiseren en ook meer fulltime medewerkers in dienst
nemen. Het personeel is een punt van zorg. Wij bieden nu seizoensarbeid
en in de winter leven de mensen van een uitkering. Het zijn goed gekwalificeerde
mensen en de kans dat ze op deze krappe arbeidsmarkt gedurende de wintermaanden
een andere baan (moeten) aanvaarden, is groot. Om die reden hebben we Efteling
Personeel BV opgericht met tijdelijke steun van de overheid die daar het
geld in stopt dat ze anders aan uitkeringsgeld kwijt is. De mensen die
in het zomerseizoen bij ons werken zijn in dienst van de bv, die probeert
hen in de winter op uitzendbasis elders aan het werk te krijgen. Ze krijgen
doorbetaald. Of er nu in de winter werk is of niet. We zijn er net mee
begonnen. Overigens hebben we er geen uitgebreid marktonderzoek aan vooraf
laten gaan, het zijn gecalculeerde risico’s die we nemen. Je praat er met
mensen over en komt tot de conclusie dat het vaak goedkoper is om het maar
gelijk in de praktijk te proberen dan er allerlei onderzoekers op los te
laten. Ik ben ervan overtuigd dat ik de doelstellingen zat halen. Maar
ik geef toe, het afbreukrisico is hoog."
| Ronald van der Zijl | |
| Leeftijd: | 54 jaar |
| Geboorteplaats: | Enschede |
| Opleiding: | hbs-b; NWI voor Toerisme (1969); Bedrijfseconomie, UvA (1 975). |
| Loopbaan: | directiesecretaris Verenigd Streekvervoer West-Nederland (1976); |
| adjunct-directeur Tichelaars Koninklijke Makkummer | |
| Aardewerk- en Tegelfabriek (1979); | |
| directeur Twentsche Elektrische Tramwegmaatschappij (1982); | |
| algemeen directeur Verenigde Autobusdiensten (1988); | |
| lid raad van bestuur VSN Groep (1993); | |
| sinds 1997 directievoorzitter van de Efteling. | |
| Nevenfuncties: | bestuurslid Brabants Bureau voor Toerisme; |
| bestuurslid Dag Recreatie Nederland; | |
| commissaris van een personenvervoerbedrijf. | |
| Hobby’s: | hockeyen, skiën, lezen en reizen. |