|
|
|
|
Enige
tijd later hoorden de geitjes dat er iemand aan de deur was. "Hoe hoe! Doe eens
open, kinderen! Hier is jullie moeder! Ik heb voor jullie allemaal iets meegebracht!"
"Jij bent onze moeder niet", zeiden de geitjes. " Onze moeder heeft een lieve
stem, niet zo'n zware zoals jij. We doen lekker niet open." De wolf liet het
er niet bij zitten. Bij de drogist kocht hij een pot met vaseline en at die
helemaal leeg. Toen hij dat gedaan had, was zijn stem net zo zacht als die van
moeder geit. De wolf haastte zich weer naar het huis van de geitjes en klopte
weer aan. "Hoe hoe! Doe eens open, kinderen! Hier is jullie moeder!" De geiten
dachten echt dat het hun moeder was, maar een van hen vertrouwde het niet. "Laat
je poot eens zien", zei het geitje. Maar daar had de wolf niet aan gedacht.
Hoe moest hij dit nou oplossen. Toen kreeg de wolf een idee, hij ging zo snel
mogelijk naar de molenaar. "Doe eens wat meel op mijn poot", zei de wolf narrig.
En toen de molenaar dit gedaan had rende de wolf weer snel naar het geitenhuisje,
want moedergeit kan ieder ogenblik terugkomen. eenmaal aangekomen bij het huisje
klopte hij driemaal op de deur en zei: "Doe eens open, engeltjes! Hier is moeder!
Ik heb voor jullie allemaal iets lekkers meegebracht!" "Laat je poot eens zien",
zeiden de geitjes. De wolf wolf legde zijn witte meelpoot op de vensterbank.
"Ja, het is echt onze moeder! Doe gauw open!" zei een geitje. Toen een
van de geitjes de deur open deed kwam de wolf binnen. De geitjes raakten in
paniek en schoten alle kanten op. Maar de wolf greep de geitjes allemaal en
at ze één voor één op. Allemaal..? Nee, alleen het
jongste geitje, dat zich in de klok had verstopt, werd door de wolf over het
hoofd gezien. Niet lang daarna kwam moeder moedergeit thuis en zag dat de wolf
haar kindertjes had opgegeten. "Al mijn kindertjes weg", riep ze.
Toen kwam het jongste geitje uit de klok gekropen. Hij vertelde hoe goed ze hadden opgepast en hoe vreselijk de wolf hen tenslotte had beetgenomen. Moedergeit en het jongste geitje gingen samen op zoek naar de boze wolf. Ze vonden hem slapend in een klaverveldje. Moedergeit sloop voorzichtig naar hem toe en zag zijn buik bewegen. "O lieve help", zei moedergeit bij zichzelf. "Kan het zijn dat mijn kindertjes nog leven?" Ze fluisterde tegen het kleine geitje: "Ga naar huis en haal een schaar, een naald en een klos stevige garen. Vlug!" Het jongste geitje rende zohard als hij kon en toen hij terug was, deed zijn moeder 'n héél klein knipje in de wolvenbuik. Floeps! Daar kwamen één voor één de geitjes uit de buik. Toen zei moedergeit tegen haar kleintjes: "Vooruit, ga stenen zoeken en breng ze hier. Daar doen we z'n buik mee vol." De zeven geitjes sleepten de grootste stenen die ze konden vinden bij elkaar en stopten ze in de wolvenbuik. Toen de buik vol zat, pakte moedergeit naald en draad en garen en naaide de buik dicht. Toen de wolf eindelijk wakker werd, ging hij iets drinken. Bij de bosvijver boog hij over het water... en toen gebeurde het. Alle stenen rolden naar voren en de wolf viel in het water en verdronk. De zeven geitjes en hun moeder dansten vrolijk, want ze hoefden nooit meer bang te zijn voor de grote boze wolf.