Het sprookje
Jaren geleden, toen van het fenomeen CD nog geen sprake was, bracht de Efteling
cassette's uit met daarop verhalen en sprookjes over attracties uit het park.
Vanzelfsprekend stonden op die cassette's vele verhalen over de sprookjes die
(al dan niet) in het park te zien zijn. Eén van de verhalen die bedacht
zijn bij de attracties, is die van de Piraña.
Koningin Pralina van Protsenstein was bijzonder hebberig. Altijd wilde ze meer en meer hebben. Daarom voerde ze dan ook veel oorlogen met naburige landen. Op een nacht droomde ze van een ver eiland, waarop prachtige kunstwerken worden gemaakt. Dit blijkt het Land van de Azteken te zijn. De hebberige Pralina wil het land graag bezoeken om alle kunstschatten naar haar paleis mee te kunnen nemen. Maar helaas...het land was niet alleen ver weg, maar om er te komen moest je de wilde rivier de Piraña oversteken. Het was onmogelijk deze rivier te bevaren. De knapste koppen van het land bouwden telkens andere boten, maar allemaal liepen ze vast of sloegen ze stuk op de golven. Maar op een dag kwam de kleine Pientertje naar het paleis, met een rond bootje, gemaakt van een autoband. De koningin wilde hem echter geen toestemming geven om de Piraña te bevaren met zijn bootje. Ze werd boos omdat dit ventje dacht een betere boot te kunnen bouwen dan de geleerden. Pientertje liet zich niet uit het veld slaan en ging tóch met zijn ronde bootje de Piraña bevaren.
Na een gevaarlijke, avontuurlijke tocht bereikte hij het Land van de Azteken, waar hij alle prachtige kunstschatten zag. Hij nam twee kleine beeldjes mee, die hij bij terugkomst in het paleis aan de koningin liet zien. Koningin Pralina was diep onder de indruk van de prachtige beeldjes en vergat helemaal hoe boos ze op Pientertje geweest was. Ze wilde direct het land gaan veroveren, zodat ze haar paleis kon versieren met alle kunstwerken. Maar Pientertje had een beter idee: als de koningin nu eens heel veel ronde bootjes zou laten maken, dan zou iedereen zélf naar het Land van de Azteken kunnen gaan, om daar de kunstwerken te bekijken. En zo gebeurde het ook. Er kwamen heel veel ronde bootjes: een beetje mooier, groter en wat veiliger. Precies zoals je vandaag de dag nog kunt zien als je de tocht over de Piraña gaat maken in de Efteling.
Piraña in de Efteling
Wie
nog nooit een ritje in de wild waterbaan gemaakt heeft, volgt hier een beschrijving
van de woeste tocht: Bezoekers betreden de Incatempel, waar ze via een draaischijf
in één van de 35 boten stappen. Via een donkere tunnel vaart het
bootje over de kolkende watermassa richting de eerste waterval. Hier is gelijk
al de eerste grote mogelijkheid om een nat pak te krijgen. Via de eerste van
de vijf versmallingen in de baan gaat de tocht in een hogere versnelling verder.
Door een grote golfslagmachine is de kans in dit deel zeer groot dat je óf
zelf een aantal boten inhaalt, of ingehaald wordt. Na een tweede versmalling
raast het bootje tussen twee rotspartijen door. Wie tot dan toe nog niet nat
geworden is, maakt grote kans dat nu te worden want vanuit de muur komt dikwijls
een flinke waterstraal die midden over het bootje gaat. Maar wie denkt dat het
ergste geweest is, heeft het mis. De ruwe watertocht leidt de boten tussen twee
watervallen door, waarna er nog één wacht. Een nat pak lijkt haast
gegarandeerd. Een wat rustiger vaarwater brengt de boten vervolgens naar het
einde van deze rit. En enkele minuten later staan de bezoekers al dan niet nat,
weer op het Pirañaplein.
In de 350 meter lange wildwaterbaan, zorgen 4 pompen ervoor dat 35.000m3 water wordt rondgepompt. De Piraña, van de Zwitserse attractiebouwer Intamin, is niet de eerste wildwaterbaan ter wereld. Die eer komt een park in Amerika toe. De Piraña heeft destijds 16 miljoen gulden (7,25 miljoen euro) gekost. Over de aankleding van de attractie is goed nagedacht. Zo is het dier boven de uitgang een Quetzalcoatl. Dit is een god van de Azteken (Gevederde Slang). Het was een god van o.a.: de vruchtbaarheid, de sterren, de maan, de wind en niet te vergeten het water. Hij was één van de machtigste goden volgens de Azteken. De legende gaat dat bij zijn terugkomst, hij het koninkrijk van de Azteken ten gronde zou richten. Toen in 1518 de Spanjaard Cortez in Mexico aankwam, werd hij door de Azteken gezien als de teruggekeerde god Quetzalcoatl. Want volgens de overlevering had "de gevederde slang" namelijk een witte huid en baard. De Azteken hadden namelijk geen baardgroei. Cortez plan was om samen met de omliggende volken het Azteekse rijk te vernietigen. Voor het gebouw staan twee beelden, genaamd Atlantiden. Dit doet misschien (qua naam) denken aan de figuren die in Disney's Atlantis uit het water verrijzen om Atlantis te beschermen. Maar niets is minder waar. Het zijn twee Tolteekse krijgers. De Tolteken bevolkten de Vallei van Mexico vlak voor de Azteken. Het zijn beelden die zo'n 3,5 meter hoog zijn. Ze dragen een hoofdtooi van veren en schelpen. Op hun borst staat de vuurvogel. Dit is een symbool van de heersende Tolteekse klasse.
De naam van deze attractie stond in eerste instantie niet vast. Wie het jubileumboek erop na slaat ziet dat Kontiki en Ura Bamba twee mogelijke namen waren. Uiteindelijk is het Piraña geworden. Een passende naam, want "Piraña" is de Spaanse naam voor een vleesetende Zuid-Amerikaanse vissoort die zich bij voorkeur in wild water ophoudt.
Foto: