|
|
|
|
|
De waterlelies en paddenstoelen
In de donkere grot van de Indische waterlelies opent de muziek.
Het is een gitaarriffle dat gedurende de hele uitvoering terugkeert. Dan valt
de bas in met een typische jazzy loop. Per groep instrumenten vallen nu in de
trompetten, trombones en de violen…. De muziek, African Beat van orkestleider
Bert Kempfaert, is in Nederland en Vlaanderen bekend geworden vooral sinds het
bij deze Indische waterlelies te horen is. De luisteraar en toeschouwer wordt
met beelden en geluid meegenomen in het sprookje. Want precies op de maten van
de muziek is de vormgeving aangepast door het opdoemen van de musicerende dieren,
de heks en de dansende elfjes. De bloemen- en kleurenpracht versterken de beleving
dat er iets bijzonders gebeurt in de grot. Ook de entree versterkt dat gevoel
dat er iets te gebeuren staat. De Indische waterlelies kun je alleen binnenkomen
via een slingerweg door een grot en een strak symmetrisch voorplein dat daarmee
contrasteert. Zo zijn de Indische waterlelies een magische mix van degelijke
structuur en magische sferen in kleuren, vormgeving en muziek. De spanning wordt
stap voor stap opgevoerd. Op die manier is de chaos en de duisternis van het
sprookje prima uit te houden. Buiten op een van de kronkelende wandelpaden hoor
je overal waar je loopt een vrolijk wijsje. Het komt op onverwachte momenten
terug. Als een wandeltocht tussen schilderijen door, begeleidt het terugkerende
melodietje de bezoeker van sprookje naar sprookje. De clavicimbel speelt een
promenade, en ‘wekt’ de bezoeker na ieder sprookje even uit de zoete roes.
Het getingel herinnert je er aan dat na de volgende bocht een nieuwe verrassing
wacht. Vandaar dat bij iedere paddestoel steeds hetzelfde melodietje klinkt,
al jarenlang.
Sfeer en structuur
De meeste sprookjes in de Efteling worden begeleid door muziek.
Veel muziek versterkt de romantische vormgeving. De klanken nemen de bezoeker
mee in de wereld van dromen door een sfeer. Een goed voorbeeld hiervan
is Villa Volta. Al in de wachtrij is de dreigende
score van Ruud Bos te horen. Het thema komt in de hele attractie terug,
en kan zelfs als een herkenning worden gezien. Een ander voorbeeld is Carnaval
Festival. Feitelijk is hier maar één melodie te horen, Ruud
Bos heeft de muziek van Toon Hermans per land gearrangeerd. Hierdoor neemt de
muziek je me op reis door de feestende landen. Bij sommige attracties/sprookjes
verduidelijken ze een structuur. Bij de Indische Waterlelies
en Villa Volta (alweer) bij een volgende stap
in een attractie (verschijning van nieuwe karakters/heftigere rotatie) de muziek
deze stap ook volgt. Dit gebeurt onder andere door nieuwe instrumenten toe te
voegen. Daarbij worden instrumenten gebruikt die mensen aanspreken: hoog en
ijl clavecimbel- of harpgetinkel, vreemde synthesizerbliepjes, en warme zoetgevoicde
aanzwellende violen.
Vluchten in een droom
Bij
het Herautenplein wordt het verhaal vertelt van de Magische Klok. De glimmende
herauten staan fier met hun instrument langs de stenen muur met het karakteristieke
torentje. De muziek valt in met een voorspel van Tschaikovsky, en het verhaal
wordt begeleid door By the sleepy lagoon van Eric Coates. In een bosrijke entourage
vertelt Langnek zijn verhaal. Op de achtergrond
horen we de meeslepende muziek van de componist Ketelbey. Om de zorgen van het
sprookje en van het dagelijkse leven even te vergeten, strijken violen met vervoerende
intervallen en gracieuze melodieën langs de harten van bezoekers. Ruud
Bos schreef de sferische muziek van Droomvlucht.
Een voorstelling van formaat dat zijn naam eer aan doet: een paradijselijke
vlucht uit de werkelijkheid in een geweldige droom, waarin alle fantasiewezens
in vrede samenleven. Zelfs de gevaarlijke trollen zijn zoete monstertjes geworden.
Droomvlucht is met nadruk zonder enige chaos,
zonder confrontatie met de gebroken werkelijkheid, zonder helden, zelfs zonder
‘goed einde’. Ook de vrije val van de bezoeker is ongevaarlijk. Droomvlucht
is in zichzelf als sfeerverhaal genoeg. Zo soest ook de knap gearrangeerde muziek
van de Droomvlucht als een decor de bezoeker
in een vredige slaap. In de PandaDroom wil de moderne
zang van Trijntje Oosterhuis de hoorder raken bij het zien van beelden van de
ideale natuur die verloren gaat. De gebrokenheid wordt hier te lijf gegaan met
moderne middelen. De bezoeker kan aan deze inspanningen een eigen bijdrage leveren,
bijvoorbeeld door lid te worden van het Wereldnatuurfonds.
Spiegel van elke dag
De bezoeker van de Efteling betreedt een bosachtig park met romantische
slingerweggetjes, felle kleuren, verweerde muren, geuren en muziek. Om even
te vluchten in die droom is niets wat het lijkt. Het bos, de paden, de kleuren
en verweerde materialen staan allemaal in dienst van de fantasie van de bezoeker.
Zo was het Eftelingse bos ooit volledig bos. Nu is het een mengeling van oudere
bomen met jonge boomaanplant, afgewisseld met rododendrons die in de lente de
mooiste bloemen laten zien. Zo’n bos vind je nergens. Door deze ambiance wordt
een balans geschapen tussen een woest en gevaarlijk bos en een vredig park.
Ondanks ‘gevaren’ is het er goed toeven. Hier en daar bieden zelfs watervallen
de poorten naar een andere wereld (zowel bij Doornroosje,
Gondoletta, Indische Waterlelies als bij Droomvlucht).
De paden in het Sprookjesbos leiden op het eerste gezicht
nergens naar toe. Ze gaan niet in een rechte lijn van A naar B, maar zorgen
voor een romantisch bedoelde afwisseling. Ook de gewoonte om langs bosrijke
wandelpaden allerlei voorstellingen uit te beelden, stamt al uit de tijd van
de romantiek. De Eftelingse natuur lijkt altijd op zijn mooist. De groenafdeling
spaart kosten noch moeite om het Ton van de Venplein of het Gondoletta-eiland
te voorzien van de mooiste kleurenpracht. En ook de ontwerpafdelingen schiepen
taferelen met onwaarschijnlijke kleurenpracht, bijvoorbeeld in de Indische
Waterlelies en de Droomvlucht. Ook het gebruik
van materiaal doet de grens tussen droom en werkelijkheid vervagen. Niets is
wat het lijkt. Harde steensoorten zijn op een ‘zachte’ manier verwerkt. Geen
steen staat recht, geen pleisterwerk is onverweerd. Huizen worden niet slechts
bedekt, maar vooral gesierd met dakpannetjes en rieten daken. Rechte muren krijgen
ronde vormen en ornamenten. Pieck was ontwerper
van deze romantische illusie. Opmerkelijk bij het begin van zijn inmenging bij
de Efteling is dat hij het gebruik van echte materialen als een voorwaarde heeft
gesteld. Zelf balanceerde Pieck blijkbaar ook
graag op de grens tussen wat nu echt en romantisch echt was. De Efteling doet
aan dat balanceren graag mee. Zo zijn het oude stoomtreintje en de stoomcarrousel
geen replica, maar echt. Hier en daar dragen geuren bij tot het in vervoering
brengen van de bezoeker. Het zijn steeds ontworpen geuren die niet in een natuurlijke
context staan: de trollengeur in de Droomvlucht,
de zoete jasmijngeur in de Chinese Nachtegaal.
In zeer bescheiden mate dragen bij aan de ‘echte beleving’ van een niet bestaande
of ideale werkelijkheid. Zo begeleidt de muziek in de Efteling de luisterende
bezoekers in allerlei tonen en klanken tussen de gevaren van de sprookjes, tussen
trollen en wolven, als een spiegel van het leven van iedere dag.
tekst: Ruud Heesters, bewerking: Erwin Scheper