Voorpagina « De Kikkerkoning



De Kikkerkoning is een van de eerste Sprookjesbos waar de Efteling in jaren 50 van de vorige eeuw mee opende. Midden op het Herautenplein staat de fontein met vier kikkers die de gouden bal omhoog stuwen met hun waterstralen. Op deze pagina het sprookje van de Kikkerkoning, welke tevens aan de basis lag bij de tot stand koming van de watershow Aquanura.

Het sprookje
In oude tijden, toen wensen nog hielp, leefde er eens een koning. Hij had heel mooie dochters, maar de jongste was zó mooi, dat de zon zelf, (die toch veel gezien heeft) warm werd, als hij haar in 't gezicht scheen. Dicht bij het koningsslot was een groot, donker bos. En in dat bos onder een oude linde was een bron; als het overdag heel warm was, liep het koningskind naar buiten, het bos in en ging zitten op de rand van de vijver. En als ze zich verveelde, nam ze een gouden bal, gooide die op en ving hem weer, en dat was haar liefste spel.

Nu gebeurde het, dat de gouden bal van de konings-dochter niet in de handjes viel die ze had opgeheven, maar daarlangs op de grond kwam en regelrecht het water in rolde. De koningsdochter keek hem na, maar de bal was weg, en de vijver was diep, zo diep, dat ze de bodem niet zag. Toen begon ze te huilen en ze huilde steeds harder en ze wist zich geen raad meer. En toen ze zo jammerde, riep een stem haar toe: "Wat is er toch, koningsdochter? Je huilt of je een steen wilt vermurwen." Zij keek rond, waar die stem vandaan kwam; daar opeens zag ze een kikker, die zijn dikke, lelijke kop uit het water opstak. "Och, ben jij het, oude waterplasser," zei ze, "ik huil om mijn gouden bal, die in de vijver gevallen is." "Wees maar stil en huil niet meer," antwoordde de kikker. "Ik weet er wel raad op; maar wat is het je waard, als ik je speelgoed opduik?" " Wat je maar wilt, lieve kikker," zei ze, "mijn kleren, mijn parels en juwelen, en ook nog de gouden kroon die ik altijd draag." De kikker antwoordde: "Je kleren, je parels en juwelen en de gouden kroon, daar heb ik niets aan; maar wanneer je van mij houden wilt, en ik je makker en je speelgenoot mag zijn, naast je zitten aan tafel en van het gouden bordje eten, uit je kroesje drinken en in je bedje slapen, wanneer je me dat allemaal belooft, dan zal ik onderduiken en je gouden bal halen." "Wel ja," zei ze, "ik beloof je alles wat je maar wilt, als je de bal maar terugbrengt." Zij dacht echter: " Wat praat die kikker dom, die zit in 't water bij de andere kikkers en kwaakt en de vriend van een mens kan hij toch niet zijn."

De kikker dook, toen hij de belofte hoorde; hij zwom omlaag, en na korte tijd kwam hij weer omhoog geroeid, had de bal in zijn bek en liet die in 't gras vallen. De koningsdochter was zielsblij, toen ze het mooie speelgoed weer zag; ze raapte hem op en sprong ermee weg. " Wacht even, wacht even," riep de kikker, "neem mij mee, ik kan niet zo hard lopen als jij!". Maar wat hielp 't hem, dat hij haar zijn kwek-kwek zo luid nariep als hij kon! Ze luisterde er niet meer naar, vloog naar huis. Ze had het arme dier al vergeten dat nu weer in de vijver moest duiken.

De volgende dag was de koning juist met de hele hofhouding aan tafel gegaan en zij at van haar gouden bordje, toen daar plits plats, plits plats iets de marmeren trappen op wipte, en toen hij boven gekomen was, klopte hij op de deur en roep: "Koningsdochter, jongste koningsdochter, doe open!" Zij stond op en wilde kijken wie daar was, maar toen ze de deur opendeed, zat daar alleen de kikker. Ze deed de deur haastig dicht, ging weer aan tafel zitten, en beefde van angst. De koning zag 't kloppen van haar hartje wel, en zei: "Maar kind, wat ben jij bang. Zit er soms een reus voor de deur om je mee te nemen?” ”Och nee,” zei ze, “het is geen reus, maar wel een vieze kikker.” “Wat wil die kikker van je?” “Ach vader, toen ik gisteren in 't bos was en bij de vijver zat te spelen, toen viel mijn gouden bal in het water. En omdat ik er zo om moest huilen, heeft de kikker hem weer voor me opgezocht. Om dat hij het absoluut wilde, beloofde ik hem mijn vriendschap, maar ik dacht niet dat hij uit het water kon. Nu staat hij buiten en wil bij mij binnen." Daar werd voor de tweede keer op de deur geklopt en ze hoorden: “Doe open, prinsesje, doe open! Weet je niet wat je gisteren hebt beloofd bij de vijver? Doe open, prinsesje doe open!"

Toen zei de koning: "Wat je belooft hebt, moet je ook doen, sta maar op en doe hem open." Ze ging de deur open doen; daar sprong de kikker binnen steeds vlak achter haar voetjes, tot dichtbij haar stoel. Daar zat hij en zei "Je moet me optillen." Zij aarzelde tot eindelijk de koning het gebood. Toen de kikker eenmaal op een stoel zat, wilde hij op tafel, en toen hij daar zat, zei hij: "Schuif nu het gouden bordje aan, zo dat we samen eten." Dat deed ze, maar het was wel duidelijk, dat ze het niet graag deed. De kikker at lekker, maar haar stokte het eten in de keel. Ten slotte zei hij: "Ik heb heerlijk gegeten en nu ben ik moe, neem me mee naar je eigen kamertje, maak je zijden bedje in orde, dan zullen we gaan slapen." Toen begon de prinses te huilen en was bang voor de koude kikker die ze niet durfde aanpakken en die dan nog in haar lekkere frisse bedje zou slapen. Maar de koning werd boos en zei: "Wie je geholpen heeft, toen je in nood was, mag je niet verachten." Toen pakte ze hem met twee vingers op, en droeg hem naar boven en zette hem in een hoek. Maar toen ze in bed lag, kwam hij aangehupt en sprak: "Ik ben moe, ik wel net zo goed slapen als jij, neem me op of ik zeg het tegen je vader." Toen werd zij wel zo boos, dat ze hem oppakte en tegen de muur gooide: "Nu zul je kunnen rusten, jij vieze kikker!"

Maar toen hij neerviel, was het geen kikker, maar een prins met mooie, vriendelijke ogen. Nu was hij met de wil van haar vader haar lieve metgezel en haar gemaal. Toen vertelde hij haar, dat hij door een boze heks betoverd was en niemand had hem van de bron kunnen verlossen dan alleen zij, en morgen zouden ze samen naar zijn land gaan. Toen sliepen ze in, maar de volgende morgen, toen de zon hen wekte, kwam er een koets aan, met acht witte paarden bespannen, en die hadden witte struisvogelveren op hun hoofdstel en de leidsels waren gouden kettingen, en daarachter stond de dienaar van de jonge koning. De dienaar was zo bedroefd geworden, toen zijn heer in een kikker was betoverd, dat hij drie ijzeren ringen om zijn hart had laten slaan, zodat het niet van verdriet en treurnis zou breken. De koets zou de jonge koning naar zijn eigen koninkrijk brengen, de trouwe dienaar zette hen beiden in de koets, klom achterop en was overgelukkig met de verlossing uit de toverij. En toen ze een eind gereden hadden, hoorde de prins dat er iets achter hem viel als of het brak. Toen draaide hij zich om en riep: "Daar breekt de wagen, waarde dienaar." "Dat zal geen wagen zijn, o prins, maar 't is een ring van 't hart, die steun moest geven in mijn smart, toen u in de vijver ging wonen en u als kikker moest vertonen." Nog eens en nog een derde keer brak er ijzer op de weg, en de prins dacht aldoor dat de koets brak, maar het waren alleen de ijzeren ringen die van 't hart van de trouwe dienaar afvielen, omdat zijn prins nu verlost was en gelukkig.

De Kikkerkoning in de Efteling
Je vind de Kikkerkoning op het Herautenplein. Midden op het plein staat de kikkerfontein. Dit is overigens niet de enige sprookjesfontein in de Efteling. Ook De Kleine Zeemeermin en De Ganzenhoedster zijn als fontein uitgebeeld. De gouden bal die telkens omhoog gespoten wordt is eigenlijk maar een simpele voetbal. Want als je na lange tijd de bal eens goed bekijkt dan zie je de zwarte vlakken door het laagje goudverf heen. In 2012 opende de Efteling ter ere van haar 60 jarig jubileum de fonteinshow Aquanura, waarin de Kikkerkoning een heel belangrijke rol heeft. Middenin de voormalige roeivijver (Vonderplas) staan vier grote kikkers, waarvan één met een kroon, die de show tot leven brengen.