Voorpagina « De gelaarsde kat



Het sprookje van de gelaarsde kat stond tot voor kort zeker niet bekend als 'Eftelingsprookje'. Het is ook niet echt uitgebeeld het Sprookjesbos, vind je deze kater toch terug in het park. Sinds 1999 staat de gelaarsde kat in het sprookjesstation, waar je met de stoomtrein langskomt. Van 2002-2004 werd het verhaal ook, samen met "Ezeltje Strek je, Tafeltje dek je, Knuppel uit de zak!" uitgebeeld in de "Wonderlijke Efteling Show".

Het sprookje
Er waren eens een arme molenaarszoon en een heel schrandere kat, en over deze twee gaat dit sprookje. De molenaar was zo arm dat zij bij zijn dood alleen maar zijn molen, zijn ezel en de kat aan zijn drie zoons kon nalaten. De oudste zoon erfde de molen, de middelste zoon kreeg de ezel en voor de jongste zoon bleef alleen de kat over. "Wat heb ik nu aan een kat?" vroeg de jongste zoon van de molenaar zich bitter af toen hij alleen met zijn kat zat. "Van een kat zal ik niet rijk worden." "Ik kan me misschien best nuttig maken", zei de kat, alsof hij de gedachten van zijn meester kon lezen. "Wie weet zult u nog versteld van mij staan, als u mij wilt vertrouwen. "Jou vertrouwen!" riep de jongen spottend uit. "Mijn twee broers hebben het meeste geërfd; de molen en de ezel. Kun jíj mij soms helpen mijn brood te verdienen?" "Ik beloof u", sprak de kat geduldig, "dat als u alles aan mij overlaat en mij geeft waarom ik vraag, ik u zal helpen uw fortuin te maken."

De kat praatte zo ernstig en overtuigend dat de molenaarszoon toch wel wilde luisteren naar wat hij te zeggen had. "Al wat ik nodig heb", vervolgde de kat, "is een paar kaplaarzen en een grote jutezak." "Waarvoor heb jij kaplaarzen en een jutezak nodig?", zei de jongen onwillig. "Maar als het zo moet, krijg jij je laarzen en zak." "Het doet er niet toe waarvoor ik ze nodig heb", antwoordde de kat. "Maar ik kan je verzekeren dat ik er een fortuin mee maak. En daar moest de molenaarszoon het mee doen. Nu de kat z'n spullen had gekregen, liet hij zich de 'gelaarsde kat' noemen. Gewapend met een zak en zijn mooie lagen ging hij het bos in, want daar wist hij een hol vol konijnen te zitten. Hij vulde de zak met zoetgeurige zemelen, en legde deze bij deze dicht bij de hol neer. Even later kwam een konijn uit het hol en kroop in de zak met al het lekkers, op dat moment trok de gelaarsde kat de zak dicht; het konijn was gevangen. De gelaarsde kat ging meteen op weg naar het paleis en hij gedroeg zich zo deftig en waardig dat hij onmiddellijk tot de koning werd toegelaten. De koning was een vrolijke man, en dol op konijnen, en daarom was hij verrukt toen de gelaarsde kat hem het gevangen konijn voorhield. "Majesteit", sprak de gelaarsde kat, "hier is een cadeautje van mijn edele meester, de Markies van Carabas." Want dat was de klinkende naam die de de gelaarsde kat voor de arme molenaarszoon had bedacht. Iedereen, zelfs de koning, vindt het heerlijk als hij een cadeautje krijgt, en deze koning was al héél blij met zijn geschenk. Hij was nog verheugder toen de de gelaarsde kat de volgende dag opnieuw naar het paleis kwam, en ook de dagen daarna, met fazanten, patrijzen en nog meer konijntjes; allemaal presentjes van de Markies van Carabas. Zodra de koning de wens te kennen gaf deze edele Markies van Carabas wel graag eens te willen ontmoeten, beraamde de gelaarsde kat zijn volgende plannetje. "Doe wat ik zeg", sprak hij op een zekere dag tegen zijn meester. "Hou je gereed om morgen in de rivier te baden. Ik zal wel zeggen wáár en hoe laat." "Goed", zei zijn meester, "ik wou intussen dat ik wist waar dit alles goed voor is." hij vroeg zich dat nog steeds af toen de gelaarsde kat hem de volgende morgen uit zijn gerafelde kleren hielp en in de rivier duwde. De kat had amper de tijd om de vodden van zijn meester te verbergen, of er klonk al hoefgetrappel. Langs een grote weg kwam de koets van de koning aangereden, getrokken door zes vurige paarden.

De gelaarsde kat begon gelijk te roepen: "Help! Help! Mijn edele meester, de Markies van Carabas, verdrinkt. Help! Help!" Zodra de koning deze bekende naam hoorde, liet hij de koets stoppen. En het duurde niet lang of de arme molenaarszoon werd door de dienaren van de koning druipend uit het water getrokken. Intussen luisterde de koning aandachtig naar wat de kat te zeggen had. Hij vertelde dat er rovers waren gekomen, die alle mooie kleren van de markies hadden gestolen. "Zou u, o majesteit niet voor een nieuw gewaad voor mijn meester zorgen?" vroeg de kat. "Hij zal het beste uit de koninklijke garderobe hebben", beloofde de koning en meteen stuurde hij zijn hofdienaar naar het paleis om kleren te halen. De molenaarszoon zag er deftig uit in de nieuwe kleren, zo deftig, dat de prinses ervan moest blozen. "Dit is de edele jonkman die mij zoveel geschenken heeft gegeven", zei de koning. "Mag ik je voorstellen, lieve dochter, aan de Markies van Carabas?" De molenaarszoon maakte een diepe buiging en als hij over zijn titel al verbaasd was, liet hij er niets van merken. "Klim maar bij ons in de koets", vervolgde de koning. "Het zal een grote eer voor ons zijn. en we hebben veel te bespreken." En zo reed de molenaarszoon mee in de koninklijke koets, hij mocht op de roodfluwelen kussen naast de prinses zitten en daar wij hij erg blij om.

Ondertussen zat de gelaarsde kat nog niet op een fluwelen kussen. Zijn grote laarzen droegen hem zo snel door het land dat hij de koets ver vóór bleef. En dat moest ook, want er moest nog heel wat werk verzet worden voor het fortuin van zijn meester zeker gesteld was. Uit gestrekte groene weiden, en velden vol goudgeel graan grensden aan de weg. Met zijn scherpe ogen zag de gelaarsde kat dat hij nu door een vruchtbare streek trok. Hij liep snel naar enkele boeren in het veld die hard aan het werk waren. "Beste boeren en boerinnen", zei de kat, "Over een paar minuten komt de koning langs. Zeg hem dat al dit land toebehoort aan de Markies van Carabas. Als je het niet doet, laat ik jullie in mootjes hakken." De boeren hadden geen flauw idee wie de Markies van Carabas was, maar ze merkten dat de kat geen grapjes maakte. "Natuurlijk, natuurlijk!" antwoordden ze in koor. "Zoals u wenst, edele Kat. Laat dat maar aan ons over." Opeens hoordde de gelaarsde kat het gerammel van de koets welke over de keien reed. Hij moest maken dat hij weg kwam, want de koning mog hem daar natuurlijk niet zien. Kort daarna kwam de koninklijke koets langs de korenvelden. "Wat een prachtige koren staat hier op het veld", riep de koning uit. "Vertel mij eens lieden, van wie is al dit land?" "Al dit land behoort aan de Markies van Carabas", antwoordden ze in koor. De koning had dit antwoord blijkbaar niet verwacht, want op hun verdere reis, liet hij de koets zo nu en dan stoppen om de boeren en boerinnen op de velden te vragen aan wie al dit land toebehoort. En telkens kreeg hij hetzelfde antwoord. De gelaarsde kat had de arbeiders goed voorbereid, want er was niemand die een ander antwoord durfde te geven. De koning dacht dat de Markies van Carabas wel heel rijk moest zijn en in een groot kasteel zou moeten wonen.

De arme molenaarszoon bezat ondertussen geen goudkleurige koren velden, en al helemaal geen groot kasteel. Echter, de gelaarsde kat had zijn oog laten vallen een grote burcht. En laat deze burcht nou net op de route liggen waar de koninklijke koets langs zal komen. "Tot zover is alles vlekkeloos gegaan", dacht de gelaarsde kat, terwijl zich over de ophaalbrug van de burcht spoedde. "Nu moet ik alleen nog even bij de tovenaar op bezoek." De tovenaar was een eenzame man, die nooit bezoekers ontving. Maar toen hij hoorde dat de gelaarsde kat een vriendschappelijk praatje wilde maken, mocht hij binnen komen. Hij kwam in een grote eetzaal terecht, met een grote gedekte tafel. "Het is heel vriendelijk van u, dat u mij wilt ontvangen", zei de kat nederig. "Ik heb gehoord dat u de machtigste tovenaar van het land bent. En ik wou u kasteel niet passeren zonder u met een bezoekje vereerd te hebben." "Zozo, kat, dat mij mij een genoegen", antwoordde de tovenaar. "Ik wist dat ik bekend ben, maar dat u van ver komt speciaal voor mij, dat vind ik een grote eer." "Vertelt u mij eens, tovenaar, is het echt zo dat u zich in alles kan veranderen wat u maar wilt?" "Dus", zei de gelaarsde kat, "U kunt zich in een oogwenk veranderen in een olifant of tijger?" Nog voor de kat met z'n ogen kon knipperen was de tovenaar veranderd in een groot wild beest. De gelaarsde kat schrok wel, maar niet lang daarna kreeg hij zijn moed en sluwheid weer terug, en vroeg de tovenaar: "Indrukwekkend, maar kunt u zich ook veranderen in iets kleins? Een muis ofzo?" "Niets aan!" snauwde de tovenaar. "Let maar op!" En meteen toen de tovenaar zich in een klein muisje had veranderd, dook de kat erop en at hem op. Dat was het einde van de tovenaar.

Tevreden wierp de gelaarsde kat nog een blik door de zaal, en toen haastte hij zich naar de poort van het kasteel. Mooi op tijd, want de koninklijke koets was zojuist aangekomen. "Majesteit", zei de gelaarsde kat, "Wees welkom in dit nederig stulpje van mijn heer en meester, de Markies van Carabas!" "Wat!?" riep de koning verbaasd. "behoort dit slot ook toe aan de Markies, die al zovele korenvelden in zijn bezit heeft." "Zo is het, majesteit:, zei de gelaarsde kat, "Namens mijn meester, heet ik u van harte welkom op Kasteel Carabas." Even later ging de gelaarsde kat hen voor naar de ingang van het kasteel, gevolgd door de koning, zijn lieftallige dochter en de molenaarszoon. De koning stond beduusd van de weelderige inrichting van het kasteel en toen hij gouden borden met de heerlijkste gerechten op tafel zag staan, was hij overtuigd. Deze man, de Markies van Carabas, was de ideale man voor zijn dochter. "Het is mij een eer", zei de koning, "om toestemming te geven voor jullie huwelijk." en zo trouwde de molenaarszoon met de prinses en ze leefden nog lang en gelukkig tot in lengte van jaren. en de gelaarsde kat? Ook hij mocht niet klagen, hij kreeg alles wat zijn hartje begeerde. Iedere dag kreeg hij muizen, behalve op zondag, omdat hij bang was dat hij anders het jagen zou verleren.

De gelaarsde kat in de Efteling
Het sprookje van de gelaarsde kat stond tot voor kort zeker niet bekend als 'Eftelingsprookje'. Pas in 1999 kwam de gelaarsde kat tot leven, maar niet in het Sprookjesbos zelf. De Efteling Stoomtrein rijd sinds 1999 langs een speciaal sprookjesstation, waar diverse sprookjesfiguren op de trein wachten. Een van het is de gelaarsde kat. Het station grenst wel aan het Sprookjesbos en is gedeeltelijk vanaf de parkeerplaats te zien.

De naam "De gelaarsde kat" kwam al langer voor in de Efteling. Tegenover het Carrouselpaleis is een snoepwinkeltje dat "In de gelaarsde Kat" heet. In het jubileumseizoen 2002 wordt het verhaal van de gelaarsde kat ook, samen met "Ezeltje Strek je, Tafeltje dek je, Knuppel uit de zak!" uitgebeeld in de de Wonderlijke Efteling Show. Gedurende de winter van 2016/2017 betrok de gelaarsde kat opnieuw het Efteling Theater. Dit keer niet in een parkshow maar in zijn eigen musical.