|
|
|
|
|
Hoe geniaal Andersen geweest moet zijn met schaar en papier blijkt wel uit een mini stoeltje dat hij gemaakt heeft. Het is niet veel groter dan een duim maar bevat zoveel details. Het tot op de dag van vandaag te zien in het Hans Christian Andersen museum. Een van de bekendste werken van Andersen is de zon die hij geknipt heeft uit bladgoud. Uiteraard zijn zijn pen en schaar bewaard gebleven. Het grootste en laatste knipsel maakte hij aan het einde van zijn leven: voor Dorothea Melchior. Het laatste deel van zijn leven bracht hij door bij de familie Melchior. Hij was bijzonder op haar gesteld. Het bevat de karakters Pierrot, Klaas Vaak, een hofdame met waaier, een engel, een dansend meisje, en dingetjes die verwijzen naar de dood: een raaf en een doodshoofd.
Nederland
Wie
denkt dat Hans Christian Andersen geen band heeft met Nederland heeft het mis.
Het eerste contact dat Hans Christian had met Nederland was tijdens zijn schoolperiode
te Helsingør. Hij beschrijft aan Jonas Collin een internationaal gezelschap
van zeelui die Nederlands spraken. Zijn eerste echte ontmoeting met Nederlanders
was in 1837 in Zweden. Hij ontmoette daar J. van 's-Gravenweert en zijn butler
Johan de Graaff. Op zondag 13 juni 1847 was het dan zover, Hans Christian Andersen
zette voet op Nederlandse bodem. Een bezoek dat hij in 1866 en 1868 zou herhalen.
Zijn eerste indruk zijn gedetailleerd beschreven: "Holland: een bijzonder vriendelijk
en propere indruk: alle stadjes zien er zeer welvarend uit. Over Oldenzaal en
Goor naar Deventer, waar het juist kermis was. Het is een grote vestingstad,
met prachtige huizen."
Eenmaal in Nederland werd hij voornamelijk mee naar lezingen en concerten meegesleept. Maar desondanks dat heeft hij ook attracties gezien zoals Artis (13 februari 1866), de Kalverstraat, Rijksmuseum, Stadsschouwburg in Amsterdam en Den Haag, Zuiderzee (IJselmeer), Paleis Het Loo (logeerde hij) en de Grote Kerk in Haarlem. De Nederlanders hebben sowieso door de loop der jaren veel sympathie voor de Denen gehad en liepen daarom ook weg met Hans Christian Andersen. In de brief van 22 maart aan Henriëtte Collin schrijft hij: "... Hier in Nederland is een grote sympathie voor Denemarken. Hoe ik mij in België zal voelen kan ik me niet voorstellen: in Nederland ben ik zo bekend als een dichter maar kan, maar nu ontvalt mij die bekendheid, wanneer ik over Antwerpen en Brussel naar Parijs ga." Hans Christian Andersen heeft ook een sprookje aan Nederland opgedragen "De theepot" (1864). In mei 1846 ontmoette Hans Christian J.J.H. Verhulst. Hij verzorgde een artikeltje in de krant Het Handelsblad dat Andersen beloofde dat hij een sprookje aan enige Nederlandse letterkundigen op te dragen en kondigde aan dat hij in eigen persoon Nederland zou bezoeken.
Zijn laatste dagen
De laatste dagen van Hans Christian Andersen waren niet echt rooskleurig
te noemen. In november 1872 bracht Andersen nog een bundel uit, maar vlak daarna
werd hij ernstig ziek, met verschrikkelijk veel pijn, misselijkheid en nog veel
meer complicaties. Hij was zo verzwakt dat hij niet meer van bed af kon. Het
duidde op het begin van leverkanker waar uiteindelijk de dood op zou gaan volgen.
Ondanks dat hij zo zwak was, stond hij erop de 100ste voorstelling te zien van
zijn comedy: "Meer dan parels en goud". Tijdens kerst verbeterde zijn situatie
wel, maar helemaal beter is het nooit geworden. Maar zijn ijdelheid bleef: hij
was in zijn nopjes als er koninklijk bezoek kwam, en door de status van zijn
conditie die in de krant werd gepubliceerd. Een jaar later - september
1873 - gaat het geestelijk steeds minder met Hans Christian zo schreef hij aan
Henriëtte Collin: "Ik ben depressiever dan iemand zich kan voorstellen,
de dagen lijken eeuwig te duren, ik heb niets meer om naar uit te kijken en
ik wacht eigenlijk totdat het doek valt voor mij." In de zomer van 1874 schrijft
hij aan mevrouw Melchior (het gezin waar hij in de laatste jaren veel op steunt):
"Van mij hoef je geen sprookjes meer te verwachten ... Als ik wandel in tuin,
wat voor verhalen de rozen en de slakken me vertelden! ... Als ik luister naar
de wind, heeft hij me het verhaal over Vlademar Daa verteld, en heeft niets
beters te vertellen! In het bos onder de oude eiken, wordt ik herinnert aan
"De oude Eik" die zijn laatste droom lang geleden vertelde. Oftewel ik heb geen
nieuwe inspiratie mee en dat is bedroevend.
Vanaf juli 1875 gaat het erg hard bergafwaarts met Hans Christian Andersen, vanaf 21 juli dicteerde hij zijn dagboek aan mevrouw Melchior en 28 juli was hij zelfs niet meer in staat om dat te doen, dus ging mevrouw Melchior zelf aan de slag, ze schreef: " 'Dank je en God zegen je', zij hij en wederom sloot hij zijn ogen en doezelde even weg. Hij wordt met de dag zwakker, zijn gezicht is erg vermagerd, hij lijkt wel een mummie. Arme Andersen." Op 31 juli: "Vraag me niet hoe ik voel, ik snap het zelf ook niet meer." Op 2 augustus dacht hij dat hij beter was, maar hij stierf op 4 augustus vijf minuten over elf in de morgen.
De begrafenis was op 11 augustus in de Vor Frue kerk. Onder de 100 gegadigden waren ondermeer de koning en de kroonprins, maar er was geen enkele bloedverwant van Andersen komen opdagen. In zijn testament liet hij Edvard Collin (de zoon van Jonas Collin) een huis, 30.000 rijksdaalder (€ 390.000) inclusief al zijn rechten van de werken achter. De rechten verkocht Edvard aan Reitzel voor een slordige 20.000 rijksdaalder (€ 260.000). Andersen werd begraven op het Assistens begraafplaats. Andersens wens was dat als Edvard en Henriëtte ook overleden waren, dat zij in hetzelfde graf kwamen als die van Hans Christian. En dat geschiedde ook. Maar enkele jaren na Henriëttes dood werden die twee bijgezet in de graftombe van de andere Collins en Hans Christian bleef alleen achter in het graf. Op zijn graf staat vermeld:
|
|
|
|
|