|
|
|
|
|
Vraag een willekeurige Deen wie Hans Christian Andersen is en hij zal je vertellen dat hij bij hun thuis geweest is. Wat Charles Dickens voor Groot Brittannie is, dat is Andersen voor Denemarken. Van Andersen mag rustig gezegd worden dat hij creatief hoogbegaafd was. Niet alleen wat betreft schrijven maar ook knipsels en tekeningen, maar dat zal zeker in dit artikel zelf wel duidelijk worden. Van Andersen is zoveel bewaard gebleven dat er rustig een website van 500 pagina's aan gewijd kan worden. Zover zal deze website niet gaan. Dit artikel is opgedeeld in blokken die afzonderlijk te lezen zijn. Hans Christian Andersen is geboren op 2 april 1805 om 1 uur 's nachts. Zijn vermoedelijke geboorteplaats is een klein huisje in de Hans Jensenstræde - de armste wijk van Odense (spreek uit: Eud'ns, vernoemd naar een heilige plaats waar Odin vereerd werd). Op dezelfde dag werd hij gedoopt in de Skt. Hans Kirke. Zijn doop-acte hangt in het voorportaal van de kerk. Ook kun je het doopvond terugvinden waar de kleine Hans Christian gedoopt is
De Familie
Twee
maanden voordat Andersen geboren werd, traden Anne Marie Andersdatter (ong.
30) en Hans Andersen (22) in het huwelijk. Een maand daarvoor verloofden
ze zich en waren ze verhuisd naar een klein huisje, want voor hun trouwerij
gaven ze beiden geen adres op. Daarom weet men niet zeker of dat huisje
ook het geboortehuis van Hans Christian is. Anne Marie Anderdatter is geboren
rond 1774/1775 in de buurt van Bogense. Haar vader verdween, en haar moeder
verhuisde 1783 naar Odense. De familie Andersdatter was een arme familie,
waarbij Anne Marie vaak de straat op moest om
te bedelen. Haar eerste man was Rosenvinge bij wie ze in 1799 een kind
kreeg. Ze noemde haar: Karen-Marie.
Ze achtervolgde Andersen, want ze was een toonbeeld was voor vernedering,
onkunde. Hij zag haar zelden aangezien zij bij haar oma van moederskant
leefde. Andersen is altijd bang geweest dat zij hem voor schut zou zetten
en hij weer terug bij af was, van alles wat hij opgebouwd had. Ook aan
vaderskant was niet alles rozegeur en maneschijn. De opa (Hans Andersen
Traes) van Hans Christian, werd gek en moest naar het gesticht. Hans Christian
Anders had altijd de angst hijzelf ook gek zou worden. Zijn oma daarentegen
was een liefdevol mens. Zij bezocht Hans Christian dagelijks, en bracht
dagelijks een bosje bloemen mee. Zijn herinneringen aan haar zijn ook in
een aantal sprookjes verwerkt: "Het kleine meisje
met de zwavelstokken", "De sneeuwkoningin" en "De Grootmoeder".
Tot slot zijn vader Hans Andersen. In feite is hij een van de belangrijkste personen geweest in zijn hele leven. Hoewel Hans Andersen van zijn vader niet naar school mocht, leerde hij toch lezen. Hij mocht graag lezen, en las Hans Christian voor uit Sprookjes van Jean de la Fonteine, 1001 nacht zelfs werken van Shakespeare. Daarnaast bouwde hij voor zijn zoon een minitheatertje met figuurtjes. Dit vond Hans Christian geweldig en daardoor werd bij hem de interesse gewekt voor het theater. Hans Andersen zijn held was: Napoleon en hij raakte compleet geobsedeerd door de man. Toen hij de kans kreeg om in 1806 het leger te dienen in samenwerking met Napoleons leger vertrok hij. Hij was eerst fluitist in het Odense regiment. In 1812 kreeg hij een baan aangeboden als musketier, aangezien een zoon van rijke boer het leger uit wilde. Ook dat liet hij niet liggen aangezien hij actie wilde zien. Maar die kwam niet en in 1814 keerde hij gedesillusioneerd terug.
In de opéénvolgende jaren ging het slecht met Hans Andersen. Op een morgen in april 1816, kreeg Hans Christians vader een delirium en in plaats dat Anne Marie een dokter erbij haalde, stuurde zijn Hans Christian naar een zogenaamde "wijze vrouw" genaamd Mette Morgensdatter. Zij deed wat magische trucs met de jonge Andersen: ze mat de jongens armen op, bond een wollen touw om zijn pols, plaatste een twijg van zoals zij het zei: "hetzelfde hout waarmee Christus gekruisigd is" op zijn borst. Huilend vroeg Hans Christian of zijn vader zou sterven; waarop de vrouw antwoordde: "Als hij nu sterft zul je zijn geest tegenkomen". Vol met gevoelens van angst, spanning en opgewonden liep hij terug naar het huis. Eenmaal thuis zij hij tegen zijn moeder dat hij niets was tegengekomen. Maar twee dagen erna 26 april 1816 overleed zijn vader op 33 jarige leeftijd. Hans Christian was toen elf.
Zijn jeugd
Andersen,
woonde tot en met zijn veertiende jaar in Odense. Zoals gezegd weet men
van de eerste twee levensjaren van Hans Christian niet geheel zeker waar
hij gewoond heeft. Mei 1807, Hans Christian was twee, verhuisde het gezin
Andersen naar de Munkemøllerstræde. Het huisje had Hans Andersen
gehuurd van een meester schoenmaker. Zijn vader was schoenmakersgezel bij
een bedrijf genaamd Christians Huus. Het bedrijf had een globale zestig
werknemers in dienst. Zijn moeder was wasvrouw aan de Odense Aa; een hard
beroep: uren lang tot aan de knieën staan in ijskoud water. Door de
verhuizing woonde ze nu nog dichter bij de wasplaats dan eerder. Hans Christian
speelde niet graag met andere jongens van zijn leeftijd. Zelfs op school
had hij weinig interesse in de spellen en zat graag mijmerend voor zich
uit te staren bij de schooldeur. Thuis had hij genoeg speelgoed, gemaakt
door zijn vader. Het leukste vond hij kleren voor de poppen maken. Daarnaast
vond hij het luisteren naar volksvertellingen van een vrouw van het platteland
ook geweldig. In dit tijdperk verzamelde de gebroeders Grimm van Duitse
passanten ook hun verhalen, aangezien ze inzagen dat het mondelinge sprookjes
geleidelijk ophield te bestaan. De meeste Deense sprookjes hoorde hij in
het gesticht waar zijn grootmoeder werkte.
De moeder van Hans Christian had het hoog op met haar zoon en bazuinde rond dat hij onverslaanbaar was. Toen de jonge Hans op een dag thuis kwam en zijn moeder vertelde dat hij geslagen was op school, stuurde ze abrupt naar de Joodse school. Een merkwaardige zet voor die tijd. Hans Christian heeft op deze school het nog naar het meest naar zijn zin gehad. 6 Jaren heeft hij op deze school gezeten en in 1811 sloot deze school zijn deuren. De volgende school was de armenschool die tien minuten bij hem vandaan lag. Hij leerde daar de vaardigheden van lezen, schrijven en rekenen, maar kreeg vaak het verwijt te horen dat hij zich niet concentreerde, en daardoor leerde hij nooit goed spellen. Hans Christian Andersen had in zijn jeugd een paar vrienden en soms genoot hij ervan om in gezelschap te zijn van jongere meisjes. Een van zijn beste vrienden was Peder Wich. Hij woonde in de kelder onder de kleermakers wasserette. Peder werd later een vooraanstaand persoon in Odense en was een van de aanzetters dat Andersen het ere-burgerschap van Odense kreeg.
|
|
|
|
|