Zijn
kantoortje ziet eruit zoals je dat van een creatief ontwerper zou verwachten,
zoals ook de werkkamers van zijn illustere voorgangers Anton Pieck en Ton van
de Ven eruit zagen: aan de wanden, op tafels en kasten, elke centimeter is bedekt
met tekeningen. Ingekleurde ontwerpen van gebouwen en detailtekeningen van beeldjes,
borden en geveltjes sieren de wanden. De werktafel ligt vol schetsjes. Een palet
met verse, gemengde pastelkleuren getuigt van het proces dat in deze kamer dagelijks
plaatsvindt: hier verhuizen ideeën van het hoofd naar het papier. Dit is
de bescheiden werkkamer van Michel den Dulk, één van de ontwerpers
van attractiepark Efteling. De pas 23-jarige Den Dulk heeft de hand van Anton
Pieck en wordt daarom door het management van het familiepark gekoesterd. "Maar
hij moet nog rijpen", tekende algemeen directeur Ronald van der Zijl onlangs
aan. Den Dulk knikt instemmend. "Hoe kan ik nu zeggen dat ik, op mijn leeftijd
en met slechts één project op mijn naam, al volgroeid ben? Ik
zal altijd kritisch blijven op mijn eigen werk, dus eigenlijk gaat het rijpingsproces
steeds maar door."
Michel den Dulk heeft net de laatste hand gelegd aan zijn eerste Efteling-ontwerp: een vernieuwd plein, genoemd naar zijn inmiddels overleden voorganger Anton Pieck. Van het eerbetoon aan de beroemde schildermeester zou de grondlegger van de Efteling beslist onder de indruk zijn geweest: het Anton Pieckplein draagt tot in het kleinste detail de kenmerken van de naamgever. De oud lijkende geveltjes zijn door de bouwvakkers voorzien van barsten en scheuren. De raampjes hebben Oudhollandse luiken, de deuren zwaar beslag en de dakpannen liggen een beetje scheef. "Het grove werk is klaar", vertelt Den Dulk, een paar dagen voordat het plein voor de bezoekers wordt opengesteld. "Nu ben ik bezig met de detaillering. Een krulletje hier en een ornament daar." De jonge ontwerper loopt over het plein en wordt steeds aangehouden door schilders en metselaars. Of de lantaarn goed hangt, of de windvaan schuin genoeg staat en of hij zijn beeldje van De Bremer Stadsmuzikanten al gezien heeft, willen ze weten. De ietwat tengere Den Dulk wandelt met een robuuste bouwvakker naar de fontein om zijn eigen creatie te bewonderen. Lichtelijk trots, maar ook met een kritisch oog, loopt hij om het beeldwerkje heen. Hij is tevreden. Wat minder content is hij even later met de kleuren die zijn gebruikt op het gebouwtje ‘Den Olycke Tweelingh’. Het inschaduwen is niet naar zijn zin gebeurd, legt hij de verantwoordelijk decorateur uit. "Het plein moet overmorgen al openen, alles moet in sneltreinvaart afgemaakt worden. Daarom kan ik het hem niet kwalijk nemen", strijkt hij met de hand over het hart. Er wordt afgesproken dat het huisje van de tweeling een nieuw kleurtje krijgt. Gerustgesteld loopt Michel den Dulk terug naar zijn kamer, achter de schermen van het park.
Friemelwerk
Als kind al tekende Michel den Dulk huisjes, stadjes en paleizen.
"Het kleine frummel- en friemelwerk", noemt hij zijn creatieve uitingen van
vroeger. "Ik zat op de middelbare school toen in de Efteling de attractie 'Droomvlucht'
open ging. Daar zag ik de ultieme voorstelling van perfecte kastelen. En ze
zweefden nog in de lucht ook! Mijn liefde voor de Efteling en andere attractieparken
is toen ontstaan. Ik wist dat ik in die bedrijfstak wilde werken en dat ik er
alles aan zou doen om dat te bereiken." Den Dulk studeerde reclamevormgeving
aan mts Sint-Lucas in Boxtel, maar legde zich in zijn vrije tijd toe op alles
wat met attractieparken te maken had. Voor zijn stage deed hij tot twee keer
toe een beroep op de Efteling, maar kreeg telkens nul op het rekest. Hij richtte
zijn blik op Engeland en kwam in contact met één van zijn favoriete
parken, Alton Towers. Na een gesprek met een ontwerper van dat park mocht hij
stage gaan lopen bij de Tussaud-groep, waartoe Alton Towers behoort. "Maar er
kwam een kink in de kabel. Door een reorganisatie kon de stage niet doorgaan.
Alton Towers nam vervolgens contact op met de Efteling en spoorde de afdeling
Personeelszaken aan mij toch een kans te geven." De omweg via Engeland leverde
hem alsnog de door hem zo fel begeerde leerplek op. Een stage die nu lijkt uit
te monden in een droomcarrière. De opdracht om een ontwerp te maken voor
het Anton Pieckplein kreeg Michel in september vorig jaar heel toevallig in
de schoot geworpen. "De wens om met dat parkdeel iets te doen leefde al langer.
Toen ik geïnteresseerd zat te kijken naar hoe oud-ontwerper Ton van de
Ven krabbels zat te maken voor dat plein, vroeg hij me of ik ook wilde meedenken.
Ik heb het kalkpapier met daarop de plattegrond, die al vast stond, mee naar
huis genomen en een weekend lang getekend. De maandag daarop heb ik mijn gevellijn
aan Van der Ven laten zien en hij zei, tot mijn stomme verbazing: ‘Doe maar!’
Ik ben apetrots naar Vlijmen gegaan, nog niet beseffend dat ik het hele plan
moest uitwerken en er dus ook een grote druk op me lag. Esthetisch is het uiteindelijk
helemaal mijn plein geworden. Het aanzicht, de details, de sfeer komen van mij
af. Maar ik heb gelukkig wel veel raad en bijstand gehad van collega’s, want
van bouwtechnische zaken wist ik weinig af. Zo is het toch nog een gezamenlijk
project geworden."
Sprookjesbos
Michel den Dulk voelt zich prettig bij de typische Efteling-stijl
die hij in zijn tekeningen toepast. Hij verklapt dat hij steeds gewoon begint
te krabbelen en net zolang doorgaat met schetsen tot het goed voelt. Historisch
onderzoek verricht hij nooit. "Er zullen best mensen zijn die vinden dat ik
dat wel zou moeten doen", beseft hij. "Geschiedkundig gezien klopt er niets
van mijn ontwerp. Dat torentje of dit klokgeveltje zul je nooit zo in Nederland
tegenkomen. Maar hier in de Efteling juist wel. Dat maakt dit park zo bijzonder."
Inmiddels is Michel den Dulk al begonnen aan een volgende opdracht: een nieuw
tafereel voor het befaamde Sprookjesbos. Ook daarvan
weet hij dat het nooit precies zal worden zoals hij het wil. "Zo ligt het nu
eenmaal: mijn wil is nooit helemaal wet", zegt hij berustend. "De Arbo-wet,
de hygiëne, de exploitatie en natuurlijk het budget, allemaal zaken waarmee
ik rekening moet houden. Er spelen steeds veel belangen mee. Maar het is mijn
taak om het, ondanks alle beperkingen, zo móói mogelijk te maken."
Dit artikel komt uit 'De
Scherper'. Auteur: Adri
van Esch